Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:7087

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-07-11
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL22.7191
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
4.369 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Algerije, asielrelaas ongeloofwaardig, beroep ongegrond

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.7191 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser v-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. S. Zwiers), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovács). Procesverloop Bij besluit van 20 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 22 juni 2022 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser is geboren op [Geb. datum] 1983 en heeft de Algerijnse nationaliteit. Op 25 september 2021 heeft hij een asielaanvraag ingediend in Nederland. 2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. Dat eiser problemen heeft door het stelen van drugs van een grote familie in Algerije wordt niet geloofwaardig geacht. 3. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte de problemen ongeloofwaardig acht. Verweerder dient nader te motiveren waarom de problemen wegens het stelen van drugs niet geloofwaardig worden geacht. Daarnaast ontbreekt het aan een maatstaf in de mate waarin verwacht wordt dat eiser verklaart. Ook mag verweerder niet verwachten dat eiser uitgebreider verklaart, nu het om een criminele familie gaat en de problemen zich verborgen afspelen. Dat eiser probleemloos in het land van herkomst kan blijven is een standaardtegenwerping van verweerder. De rechtbank oordeelt als volgt. 4. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt problemen te (hebben) ervaren met een grote familie vanwege het stelen van drugs. Hierbij heeft verweerder allereerst mogen meewegen dat eiser zijn problemen heeft gebaseerd op vermoedens, welke hij heeft vernomen van zijn familie. Eiser heeft daarbij zelf verklaard nooit direct te zijn bedreigd, maar alleen te zijn bespioneerd. Dat verweerder het stelen van de drugs op zichzelf geloofwaardig acht, doet niet af aan het voorafgaande. De enige stelling dat eiser vrees heeft om vermoord te worden is dan ook onvoldoende onderbouwd. 5. Verder heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eiser vaag, summier en onvoldoende gedetailleerd heeft verklaard over de desbetreffende familie, terwijl in het gehoor meerdere malen naar hen is gevraagd. Dat verweerder geen maatstaf noemt hoe gedetailleerd eiser dient te verklaren en dat de problemen zich in het verborgene zouden afspelen, doet niet af dat het aan eiser is zijn asielrelaas aannemelijk te maken. 6. Ook heeft verweerder kunnen meewegen dat eiser voor zijn vertrek voor langere periode veilig in Mahniya heeft kunnen verblijven. Daarbij is eiser vijf keer voor vakantie en eenmalig een langere periode van tien maanden teruggegaan naar Algerije, zonder enig probleem te ondervinden. Verweerder heeft dan ook niet ten onrechte overwogen dat eiser naar een ander gedeelte van Algerije veilig kan terugkeren. 7. Verweerder heeft tot slot niet ten onrechte bevreemdend bevonden dat eiser pas na zestien jaar verblijf in Europa asiel aanvraagt. Dat volgens eiser zijn vrees pas na zestien jaar dusdanig hoog is dat hij asiel aanvraagt in Nederland, doet dan ook niet ten onrechte af aan de geloofwaardigheid. 8. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. 9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr.S.C. Spruijt, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Pagina 13, rapport nader gehoor. Pagina 10 en 13, rapport nader gehoor.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...