ECLI:NL:RBDHA:2022:5689
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2022-06-14
- Procedure
- Bodemzaak
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bekering, geloofwaardigheid. Verweerder heeft de geloofwaardigheid van de bekering van eiseres en haar vrees bij terugkeer naar Iran (haar land van herkomst) in het licht van haar geloofwaardig bevonden afvalligheid, voldoende deugdelijk beoordeeld conform (de nieuwe) werkinstructie 2022/3.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL21.8565 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juni 2022 in de zaak tussen [eiseres] , v-nummer [nummer] , eiseres, mede namens haar minderjarige kind, [kind] , v-nummer [nummer] (gemachtigde: mr. J.J. Eizenga), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R. Jonkman). Procesverloop Bij besluit van 10 mei 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond. Daarnaast heeft verweerder eiseres geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en geen uitstel van vertrek verleend. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op de zitting van 16 maart 2022 behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Overwegingen Asielrelaas 1. Eiseres heeft de Iraanse nationaliteit en is geboren op [datum] 1984. Zij legt ten eerste aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij zich heeft bekeerd tot het christendom. Eiseres heeft verklaard dat haar echtgenoot in het verleden gedetineerd is geweest vanwege het printen van teksten over het christendom. Na haar eigen bekering wilden eiseres en haar echtgenoot naar Canada emigreren, maar haar echtgenoot is hierbij op het vliegveld van Shiraz aangehouden. Eiseres is vervolgens met haar zoontje, zonder haar echtgenoot, doorgereisd naar Amsterdam. Bij terugkeer naar Iran vreest zij voor haar leven omdat de Iraanse autoriteiten nu op de hoogte zijn van haar bekering. Verder legt zij aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij zich heeft afgewend van de islam en ook om die reden bij terugkeer te vrezen heeft voor de Iraanse autoriteiten. Afwijzing van de asielaanvraag 2. Verweerder gelooft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres en volgt eiseres ook in haar verklaringen over de afwending van de islam. Verweerder gelooft echter niet dat eiseres is bekeerd tot het christendom en gelooft evenmin de problemen die eiseres en haar echtgenoot zouden hebben ondervonden als gevolg van de bekering. Volgens verweerder heeft eiseres met haar verklaringen niet aannemelijk gemaakt dat zij kan worden aangemerkt als vluchteling zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, of dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder concludeert daarom dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). 2.1. Op 3 juni 2021 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Vervolgens heeft verweerder eiseres tijdens de beroepsprocedure op 25 augustus 2021 aanvullend gehoord over haar afvalligheid. Op 14 september 2021 heeft verweerder -naar eigen zeggen- een aanvullend besluit genomen. Verweerder stelt zich op het standpunt dat niet wordt gevolgd dat eiseres zich bij terugkeer in Iran negatief zal uiten over haar oude religie, de islam, en vanwege haar afvalligheid heeft te vrezen voor de autoriteiten. Bij brief van 20 september 2021 heeft verweerder de rechtbank verzocht dit aanvullend ‘besluit’ op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij de beoordeling te betrekken. 2.2. Op 10 maart 2022 heeft verweerder, naar aanleiding van de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 19 januari 2022 die hebben geleid tot een nieuwe werkinstructie over bekeerlingen en afvalligen, werkinstructie 2022/3, opnieuw een, naar het standpunt van verweerder, aanvullend besluit genomen. De reden hiervoor is dat het bestreden besluit en het aanvullende ‘besluit’ van 14 september 2021 zijn uitgebracht vóór de publicatie van de hierboven genoemde Afdelingsuitspraken en de daarop volgende nieuwe werkinstructie. Volgens verweerder is de afvalligheid van de islam in de eerdere besluiten niet volledig getoetst conform de nieuwe werkinstructie. Verweerder stelt zich over de afvalligheid van eiseres op het standpunt dat het niet geloofwaardig is dat de afvalligheid een essentieel onderdeel is van haar leven en dat niet aannemelijk is dat de afvalligheid van belang is voor het behoud van haar (religieuze) identiteit. Bij brief van 7 februari 2022 heeft verweerder dit aanvullende ‘besluit’ aangekondigd en de rechtbank verzocht ook dit aanvullende ‘besluit’ op grond van artikel 6:19 van de Awb bij haar beoordeling te betrekken. Zijn de aanvullende ‘besluiten’ van verweerder besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb? 3. Verweerder heeft bij het bestreden besluit de asielaanvraag van eiseres afgewezen. De rechtbank stelt vast dat de aanvullende ‘besluiten’ van 14 september 2021 en van 10 maart 2022 geen nieuw(e) rechtsgevolg(en) met zich hebben gebracht en geen verandering in de rechtspositie van eiseres hebben gebracht. Verweerder heeft immers nogmaals de asielaanvraag (twee keer) afgewezen. Anders dan verweerder, is de rechtbank daarom van oordeel dat de brieven van verweerder van 14 september 2021 en van 10 maart 2022 niet kunnen worden aangemerkt als besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb, maar moeten worden beschouwd als aanvullende motiveringen van het bestreden besluit. 3.1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd, omdat verweerder eiseres tijdens de beroepsfase nog aanvullend heeft gehoord over haar afvalligheid en het nodig achtte om twee aanvullende motiveringen aan de besluitvorming in de procedure van eiseres toe te voegen. Daarmee heeft verweerder te kennen gegeven dat de motivering in het bestreden besluit ontoereikend was. Dit heeft de gemachtigde van verweerder op de zitting ook erkend. Gelet hierop kleeft aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek. 3.2. Het beroep is daarom gegrond en het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank beoordeelt hierna of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, waarbij de aanvullende motiveringen worden meegenomen, in stand kunnen blijven. Beoordelingskader van de bekering 4. Bij het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de bekering van eiseres heeft verweerder werkinstructie 2019/18 als uitgangspunt genomen. Deze werkinstructie is inmiddels vervangen door de werkinstructie 2022/3, maar op het punt van de beoordeling van een bekering is daarin geen wijziging opgenomen. Verweerder toetst of aannemelijk is dat de door de vreemdeling gestelde bekering gebaseerd is op een diepgewortelde innerlijke overtuiging. Om de geloofwaardigheid van een bekering in het kader van een asielaanvraag te kunnen toetsen richt verweerder zich op drie elementen, namelijk: (i) de motieven voor en het proces van bekering, (ii) de kennis van het nieuwe geloof en (iii) de activiteiten, zoals bezoeken aan religieuze bijeenkomsten, die een persoon onderneemt binnen de nieuwe geloofsovertuiging en het effect van de veranderingen. De verklaringen van de vreemdeling over deze drie elementen moeten steeds bezien worden in hun onderlinge samenhang, maar ook in het licht van de overige omstandigheden, zoals de overige verklaringen van een vreemdeling en door hem verstrekte gegevens in de eventuele eerdere procedures. Dit betekent dat verweerder een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling maakt, waarin alle informatie uit het dossier wordt betrokken en waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden, achtergrond en leeftijd van de vreemdeling. Primair wordt gekeken naar de eigen verklaringen van de vreemdeling maar ook andere informatie in het dossier (zoals verklaringen van derde partijen) wordt betrokken. Geloofwaardigheid van de bekering 5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich voldoende deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen van eiseres over haar bekering ongeloofwaardig zijn. Hieronder zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot dit oordeel komt. Dat doet zij aan de hand van de gronden die eiseres tegen het bestreden besluit en de aanvullende motiveringen heeft aangevoerd. Eerste pijler: motieven voor en proces van bekering Tegenstrijdige verklaringen 6. Eiseres betoogt dat verweerder haar ten onrechte tegenwerpt dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over het moment tussen de tekst op de spiegel en haar droom. Volgens eiseres komt dit omdat de tolk haspelt met de data. De tolk geeft in het aanvullend gehoor van 26 januari 2021 aan dat zij per abuis 2007 heeft gezegd in plaats van 2017. In de derde alinea staat de datum van de droom, namelijk 18 maart 2018. Hieruit blijkt dat de tolk de omgerekende data niet goed voor ogen had en er ook nog eens tien jaar naast zat. Bovendien kan niet worden achterhaald over welke data eiseres precies heeft verklaard, omdat in het gehoor tweemaal de Gregoriaanse datum vermeld staat terwijl eiseres de Farsi datum heeft verteld. 6.1. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat eiseres niet consistent heeft verklaard over de datum van haar droom en de periode tussen de tekst op de spiegel en deze droom. Uit de verklaringen van eiseres uit het aanvullend gehoor van 26 januari 2021 volgt dat zij de leus op de spiegel heeft gelezen in 2017 en dat zij vervolgens op 18 maart 2018 de droom heeft gehad. Dit terwijl eiseres in het nader gehoor van 27 oktober 2020 heeft verklaard dat zij twee of drie dagen na de leus op de spiegel haar droom heeft gehad. Dat de tolk in het gehoor van 26 januari 2021 twee keer een fout heeft gemaakt met de omrekening van de data doet aan deze tegenstrijdigheid niet af. Uit het gehoor volgt namelijk ook dat de fouten tijdens het gehoor gecorrigeerd zijn. Verweerder heeft op de zitting verder toegelicht dat de juiste omzetting van data de verantwoordelijkheid is van de tolk en dat een vergissing in de omzetting (van tien jaar) weliswaar betreurenswaardig is, maar dat dit niet betekent dat in het hele gehoor niet meer kan worden uitgegaan van de door de tolk omgezette data. De rechtbank volgt deze toelichting. Daarbij komt dat het aan eiseres en haar gemachtigde is om eventuele fouten in de (omzetting van de) data te corrigeren in de correcties en aanvullingen op het gehoor. Dat dit niet is gebeurd omdat de gemachtigde, zoals hij heeft toegelicht op zitting, eroverheen gelezen heeft vanwege een drukke periode, is vervelend, maar maakt het voorgaande niet anders. De stelling van de gemachtigde van eiseres dat hij in het verleden eerder gedoe heeft gehad met de omrekeningen van deze tolk kan eiseres evenmin baten aangezien dit niet nader is onderbouwd en bovendien betreft dit een andere procedure. 7. Eiseres betoogt verder dat zij niet met de door verweerder tegengeworpen tegenstrijdigheden is geconfronteerd tijdens de gehoren, terwijl dit wel moet op grond van artikel 3:113, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000). 7.1. Van belang is dat uit de gehoren blijkt dat de gehoorambtenaar voldoende invulling heeft gegeven aan de samenwerkingsplicht, waarvan het voorhouden van inconsistenties onderdeel uitmaakt. De rechtbank stelt vast dat eiseres tijdens de gehoren wel degelijk is geconfronteerd met (een groot aantal) tegenstrijdigheden in haar verklaringen, maar dat dit niet is gebeurd met elke door verweerder gestelde tegenstrijdigheid. Dat is tussen partijen ook niet in geschil. Verweerder stelt zich naar het oordeel van de rechtbank echter niet ten onrechte op het standpunt dat het niet aan de gehoormedewerker is om eiseres tijdens de gehoren met elke inconsistentie uit de vele omvangrijke gehoren in de procedure van eiseres te confronteren. Eiseres heeft immers ook de mogelijkheid om uit eigen beweging, bijvoorbeeld door middel van correcties en aanvullingen op de gehoren, datgene naar voren te brengen wat zij ter onderbouwing van haar asielaanvraag van belang acht. Bovendien heeft eiseres in de zienswijze voldoende gelegenheid gehad om op de door verweerder in het voornemen tegengeworpen inconsistenties te reageren. Dit betoog slaagt dus niet. 8. Eiseres heeft in beroep verder niets aangevoerd tegen het standpunt van verweerder dat zij tegenstrijdig heeft verklaard, omdat zij over haar droom enerzijds heeft verklaard dat de man haar dochter aan haar gaf en anderzijds heeft verklaard dat de man haar dochter in zijn armen heeft laten zien. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat verweerder eiseres terecht tegenwerpt dat zij over deze droom, waarvan eiseres ook heeft verklaard dat deze zo belangrijk voor haar was dat ze zich deze droom heel helder kan herinneren, niet consistent heeft weten te verklaren. Verklaringen over de aspecten die eiseres aantrekken in het christendom 9. Eiseres voert aan dat zij persoonlijk en concreet heeft verklaard over onvoorwaardelijke liefde en andere aspecten die haar zo aantrekken in het christendom. Eiseres heeft op verzoek van haar gemachtigde in hun gesprek over het voornemen nog eens opgesomd wat haar zo aantrok in het christendom en dit heeft haar gemachtigde opgeschreven in de zienswijze. Volgens haar gemachtigde heeft eiseres omstandig, persoonlijk en uitgebreid verklaard over de aantrekkingskracht van het christelijk geloof, en is zij er in de zienswijze erg goed in geslaagd om dit nog eens op duidelijke wijze op te sommen. Eiseres voert aan dat onvoorwaardelijke liefde nou eenmaal een vaag begrip is, een basisbeginsel in het christelijk geloof dat voor alle christenen geldt. Een algemene kerkganger in Nederland zou volgens eiseres op zijn best niet anders hebben verklaard dan zij heeft gedaan. Verder voert eiseres aan dat verweerder haar ten onrechte tegenwerpt dat zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt hoe zij de onvoorwaardelijke liefde invult. Zij wijst erop dat zij met God over van alles kan communiceren en dat zij niet bang hoeft te zijn om op haar fouten afgerekend te worden. In het dagelijks leven krijgt eiseres telkens signalen van liefde van haar medemensen, zoals dat veel mensen met passie en deskundigheid hebben geholpen met de genezing van de aandoening van haar zoontje. Eiseres geeft aan dat zij vanuit zichzelf aan haar medemens liefde probeert te tonen door hen te helpen zonder iets terug te verwachten. Als voorbeelden noemt eiseres dat zij samen met een (vrouwelijk) bijbelgroepje eten verzorgt en kookt voor een zieke man, dat zij een recent bevallen vrouw helpt die het fysiek en psychisch momenteel heel zwaar heeft met de verzorging van de baby en dat zij de vrouwen in de asielzoekerscentra (Azc’s) helpt door hen gratis een knipbeurt te geven. Ondanks de zware omstandigheden waar eiseres zich in bevindt probeert zij zo veel als mogelijk een goede moeder voor haar zoontje te zijn en probeert zij hem zoveel mogelijk christelijk op te voeden door hem te leren bidden, hem mee te nemen naar de kerk en christelijke verhalen te vertellen. 9.1. Voorop staat dat zowel de zienswijze als de beroepsgronden niet de juiste plek zijn om de verklaringen die een vreemdeling heeft afgelegd tijdens zijn gehoren, (uitgebreid) aan te vullen of uit te breiden. Hiervoor zijn de correcties en aanvullingen bedoeld, en indien een vreemdeling zijn verklaringen aanvult (of corrigeert) dan zal een plausibele verklaring moeten worden gegeven voor waarom hij terugkomt op de verklaringen uit z’n gehoor. Dat eiseres pas in de zienswijze en in beroep met uitgebreide(re) verklaringen en voorbeelden komt, nog daargelaten dat zij geen deugdelijke verklaring heeft gegeven voor waarom zij haar verklaringen uit de gehoren in die mate aanvult, betekent niet dat verweerder haar niet (alsnog) kan tegenwerpen wat zij tijdens haar gehoren heeft verklaard. Verweerder dient voor zijn beoordeling immers uit te gaan van de verklaringen die eiseres heeft afgelegd tijdens de gehoren. Ook de rechtbank zal dus bij de beoordeling uitgaan van de verklaringen van eiseres die zij tijdens de gehoren heeft afgelegd en de eventuele correcties en aanvullingen op deze verklaringen. 9.2. Verweerder stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiseres met haar verklaringen onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom de begrippen ‘onvoorwaardelijke liefde’ en ‘aandacht’ zo belangrijk voor haar zijn in haar aantrekking tot het christendom. Verweerder heeft haar mogen tegenwerpen dat, hoewel eiseres inzichtelijk heeft kunnen maken hoe zij deze begrippen uit de bijbel heeft geleerd, zij bij de uitleg over waarom dit zo belangrijk voor haar is terugvalt op een zeer algemene, theoretische verklaring. Hetzelfde gebeurt, zo stelt verweerder niet ten onrechte, wanneer eiseres in het aanvullend gehoor van 22 februari 2021 nogmaals wordt gevraagd waarom voor haar persoonlijk juist onvoorwaardelijke liefde de kern van het christendom is. De enkele verklaring dat zij geboren is als moslim en nooit zo’n liefde heeft gekend, mocht verweerder onvoldoende authentiek en gedetailleerd vinden om inzicht te krijgen in de persoonlijke motieven van eiseres. Ook werpt verweerder eiseres niet ten onrechte tegen dat eiseres niet concreet kon verklaren waarom onvoorwaardelijke liefde volgens haar de kern is van het christendom. Eiseres heeft daarover in het aanvullende gehoor van 22 februari 2021 verklaard dat de relatie tussen haar en God beschadigd was, waarbij ze vervolgens vervalt in een algemene, theoretische verklaring over Jezus. Verweerder heeft dit niet ten onrechte onvoldoende mogen vinden. Verder werpt verweerder eiseres niet ten onrechte tegen dat zij met haar verklaringen niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe zij deze onvoorwaardelijke liefde in de praktijk ervaart. Verweerder stelt terecht dat herhaaldelijk aan eiseres is gevraagd om inzichtelijk te maken hoe dit zich uit in haar dagelijks leven. Uit het aanvullend gehoor van 22 februari 2021 volgt dat eiseres uiteindelijk, na meerdere vragen, voorbeelden noemt waarbij zij gunsten verricht zonder tegenprestatie. Verweerder stelt hierover niet ten onrechte het volgende. Met het enkel benoemen van de gedraging maakt eiseres niet inzichtelijk hoe de onvoorwaardelijke liefde van God hiertoe heeft geleid. Het gratis beschikbaar stellen van gunsten is immers niet iets dat an sich specifiek iets met het christelijk geloof dan wel de onvoorwaardelijke liefde van God te maken hoeft te hebben en kan ook een gevolg zijn van de leefomstandigheden in het Azc waar eiseres (en andere asielzoekers) al langere tijd in verkeert, ook mede als gevolg van de coronapandemie. Gelet hierop heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat deze uiting van onvoorwaardelijke liefde het gevolg is van haar bekering tot het christendom. Hetzelfde geldt voor de gedragingen die zij noemt in de zienswijze en in beroep. Vanwege het ingrijpende karakter van een bekering mocht verweerder meer van eiseres verwachten dan enkel dat zij geen tegenprestaties meer vraagt voor de dingen die zij voor anderen doet. Dit betoog slaagt niet. Verklaringen over hoe het voor eiseres is om te bekeren in een samenleving waarin negatief tegen het christendom wordt aangekeken 10. Eiseres betwist dat zij onvoldoende inzicht heeft gegeven in hoe het voor haar was om te bekeren in een omgeving die vijandig is naar christenen. Zij wist dat zij door de bekering moeilijkheden zou krijgen, omdat het onmogelijk is zonder gevaar het christelijk geloof openlijk in Iran te belijden. Het moet allemaal in het geheim gebeuren en er bestaat een groot risico op betrapping aangezien de Iraanse autoriteiten erop gespitst zijn om de verspreiding van het christendom en de beleving van de christendom tegen te gaan. Het is dan ook niet voor niets geweest dat de echtgenoot van eiseres op het vliegveld waarschijnlijk vanwege een eerder incident is opgepakt en dat zij hierom moest vluchten. In Iran betekende een bekering tot het christendom dat zij zeer voorzichtig moest zijn, en dat er verder, behoudens een zeer selecte kring, niet met derden over kon worden gesproken. In het geval van eiseres is sprake van een bekering met sterk passieve elementen, namelijk haar droom. De bekering is eiseres daarmee als het ware overkomen. Omdat bij een passieve bekering moeilijk kan worden gesproken van een rationeel proces waarbij de voors en tegens tegen elkaar worden afgewogen, kan verweerder haar niet tegenwerpen dat zij niet over de mogelijke consequenties van haar bekering heeft nagedacht. 10.1. Naar het oordeel van de rechtbank stelt verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiseres onvoldoende inzicht heeft gegeven in hoe het voor haar was om te bekeren in een samenleving waarin negatief over het christendom wordt gedacht. Over het bekeren in een samenleving waarin men negatief tegenover het christendom staat heeft eiseres het volgende verklaard: “Het was heel slecht. Je weet dat je iets waardevols in je hart hebt. Je wilt daar graag met iedereen over praten, maar dat gaat niet lukken en dat is heel erg pijnlijk.” Verweerder stelt niet ten onrechte dat dit een summier antwoord is waarmee eiseres geen inzicht geeft in haar persoonlijke ervaringen en emoties. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat de gehoormedewerker haar dit vier keer op verschillende manieren heeft moeten vragen voordat eiseres uiteindelijk met het bovengenoemde (summiere) antwoord is gekomen. Te meer aangezien eiseres afkomstig is uit een streng islamitisch gezin mag verweerder van haar verwachten dat zij kan concretiseren hoe zij met haar (gestelde) bekering is omgegaan in het licht van haar oude religie en haar islamitische achtergrond. Eiseres is daar niet in geslaagd. Verder acht de rechtbank in dit kader van belang dat eiseres op het moment van haar bekering niet is uitgegaan van de negatieve consequenties die haar bekering zouden kunnen hebben. Eiseres heeft immers verklaard door de problemen van haar echtgenoot - die verband hielden met het christendom - haar dochtertje te zijn verloren. Dat eiseres heeft aangegeven niet over de mogelijke consequenties van haar bekering te hebben nagedacht, ondanks dat zij al eens eerder met de risico’s geconfronteerd is geweest, zo stelt verweerder niet ten onrechte, is niet aannemelijk. Eiseres heeft daarnaast niet aannemelijk gemaakt dat haar bekering louter een passieve bekering is. Eiseres heeft wel een droom gehad, maar dit is volgens haar het sluitstuk van haar bekering geweest. Dat de bekering haar ineens is overkomen en dat zij als gevolg daarvan niet heeft kunnen nadenken over de negatieve consequenties die de bekering met zich zouden brengen, volgt de rechtbank daarom niet. Verklaringen over de gedragsveranderingen 11. Eiseres voert aan dat zij uitgebreid heeft verklaard over hoe zij is veranderd als gevolg van haar bekering tot het christendom. Eiseres heeft namelijk verklaard hoe zij geduld heeft leren hebben en welke voordelen dit voor haar heeft gebracht. Het feit dat eiseres uit zichzelf en in haar eentje vieze toiletten in het Azc is gaan schoonmaken waar behoorlijk vieze praktijken aan de hand waren, getuigt van een enorm geduld en nederigheid. Ook dat zij met haar zoontje met ernstige aandoeningen zo lang in de Azc’s heeft moeten verblijven, die absoluut ongeschikt zijn voor een dergelijk lang verblijf en waarbij zij al zes keer heeft moeten verhuizen naar een ander Azc en aan nieuwe omstandigheden en mensen heeft moeten wennen, en daarbij ook nog een goed mens en goede moeder is gebleven, laat zien dat ze erg geduldig is. Volgens eiseres is de vraag over wat volgens haar het concept van geduld binnen de islam was, geen relevante vraag omdat de afwending van de islam door verweerder wordt gevolgd. Vragen over het concept van geduld binnen de islam brengen een asielzoeker in de war wanneer het gaat over bekering tot christendom. 11.1. Verweerder stelt niet ten onrechte dat eiseres met haar verklaringen over de veranderingen die zij zou hebben meegemaakt sinds haar bekering, is blijven steken in algemeenheden en theoretische uitleg. Zo heeft verweerder eiseres mogen tegenwerpen dat zij met haar verklaringen niet duidelijk heeft kunnen maken waarom zij het concept van geduld wel in het christendom heeft gevonden, maar niet binnen de islam. Dat de vraag niet relevant zou zijn en niet had mogen worden gesteld volgt de rechtbank niet. Nu eiseres heeft verklaard dat haar geduld het gevolg is van haar bekering in het christendom, mag verweerder van eiseres verwachten dat zij concreet kan verklaren waarom zij geduld wel in het christendom heeft gevonden maar niet binnen haar oude religie. Verder heeft verweerder eiseres mogen tegenwerpen dat zij met haar verklaringen niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe zij probeert te leven als Jezus. De verklaringen van eiseres dat zij uit zichzelf vieze toiletten in het Azc is gaan schoonmaken, dat zij met haar zoontje met zijn beperkingen al een lange tijd in verschillende Azc’s heeft moeten verblijven en dat zij daarbij een goed mens en goede moeder zou zijn gebleven, zijn daarvoor onvoldoende. Weliswaar kan hieruit worden opgemaakt dat eiseres sinds haar komst naar Nederland en haar verblijf in de Azc’s als persoon een bepaalde persoonlijke groei heeft doorgemaakt, maar verweerder stelt niet ten onrechte dat eiseres met deze verklaringen enkel praktische gedragingen benoemt die niet zonder meer kunnen worden toegeschreven aan het christendom. Op de zitting heeft verweerder verder toegelicht dat deze karaktergroei ook teweeggebracht kan zijn door de (zware) leefomstandigheden in een Azc en de coronasituatie. De rechtbank volgt deze toelichting. Verweerder stelt daarom niet ten onrechte dat eiseres met haar verklaringen niet inzichtelijk heeft gemaakt welke specifieke aspecten die horen bij het christendom ervoor gezorgd hebben dat zij zich als een christen is gaan gedragen. Dit betoog slaagt niet. Tweede pijler: kennis 12. Eiseres voert aan dat verweerder ondeugdelijk gemotiveerd heeft waarom de door haar gegeven uitleg in de zienswijze over het verhaal van de bloedvloeiende vrouw, tekort zou schieten. Verweerder is geen deskundige op het gebied van uitleg geven over Bijbelverhalen. Het is onduidelijk waarom de uitleg die eiseres aan het verhaal heeft gegeven onduidelijk en niet persoonlijk is. 12.1. Verweerder stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiseres weliswaar de benodigde kennis bezit over het christendom, maar dat zij er niet in is geslaagd om deze kennis, en dan meer specifiek haar favoriete Bijbelverhaal, persoonlijk te maken. Als antwoord op de vraag waarom het verhaal van de bloedvloeiende vrouw haar favoriete Bijbelverhaal is, nadat de gehoormedewerker expliciet heeft aangegeven dat eiseres niet nogmaals het verhaal hoeft te vertellen, maar uit moet leggen waarom het haar favoriete Bijbelverhaal is, geeft eiseres enkel een uitleg van het verhaal met de afsluitende verklaring dat dit verhaal op haar eigen leven lijkt. Vervolgens vraagt de gehoormedewerker aan eiseres of zij een les uit dit verhaal heeft getrokken, waarop eiseres met haar antwoord terugvalt op theoretische kennis die verband houdt met een ander Bijbelverhaal. Daarna wordt de vraag nogmaals aan eiseres gesteld waarop eiseres antwoordt dat zij de geloofsovertuiging heeft geleerd en dat de geloofsovertuiging van die vrouw zo enorm sterk was dat zij met de aanraking van Jezus meteen werd genezen. Verweerder heeft eiseres mogen tegenwerpen dat, nog los van dat eiseres met deze antwoorden geen eenduidig inzicht geeft in wat het verhaal voor haar betekent, er niet in is geslaagd om, nadat de vraag haar meerdere keren is gesteld, persoonlijk en gedetailleerd te verklaren over wat voor invloed dit heeft gehad op haar leven. Aangezien eiseres heeft aangegeven dat dit een van haar favoriete Bijbelverhalen is en bovendien erop heeft gewezen dat dit verhaal op haar eigen leven lijkt, mocht verweerder dit wel van haar verwachten. Dat eiseres in de zienswijze een meer persoonlijke duiding aan het verhaal weet te geven, wat daar ook van zij, maakt het voorgaande niet anders. Eiseres komt immers pas in de zienswijze met deze uitleg, terwijl het aan eiseres is om hierover tijdens de gehoren uitgebreid te verklaren. Daar is eiseres niet in geslaagd. Verweerder wijst er verder terecht op dat hij niet de theologische uitleg van een Bijbelverhaal beoordeelt, maar in lijn met de werkinstructie bekeerlingen de vreemdeling in de gelegenheid stelt om persoonlijke betekenis te geven aan diens favoriete Bijbelverhaal. Derde pijler: activiteiten Doop 13. Eiseres voert aan dat de gehoormedewerker over de doop alleen wilde weten hoe zij de doop ervaarde na de doopceremonie. Zij was niet in staat om dat wat aan de doop voorafging te vertellen. Eiseres geeft aan dat de dominee, voorafgaand aan haar doop, aan haar de voorwaarde had gesteld om te mogen deelnemen aan de doop dat zij iedereen moest vergeven. Dus ook de politieman die ervoor gezorgd had dat haar dochter kwam te overlijden. Eiseres geeft aan dat zij dit aanvankelijk niet kon doen. De dominee had tegen haar gezegd dat zij hulp zou krijgen van God. De volgende dag had zij nog steeds moeite met deze voorwaarde. Toen kwam zij Floor van Stichting Gave tegen. Eiseres gaf weer haar belemmering aan om gedoopt te worden. Floor zei tegen haar: “luister niet naar de duivel en natuurlijk heb jij de kracht om te vergeven.” Eiseres geeft aan dat er door de woorden van Floor iets bijzonders met haar gebeurde, waardoor zij in staat was om zelfs deze politieman te vergeven. Dezelfde dag is eiseres gedoopt. Zij geeft aan dat zij de politieman vergeven heeft en het heeft kunnen loslaten. Eiseres geeft ook aan, dat zij met de doop de wens die Jezus heeft gesteld aan zijn volgelingen, heeft vervuld. Zij wilde aan de geestelijke gemeenschap en in de openbaarheid laten weten, dat zij christen was geworden. Daarmee staat ook vast dat zij lid is geworden van de christelijke gemeenschap. Verweerder miskent dat de doop een ritueel is, een van de weinige rituelen die het protestantisme kent. Met doop wilde eiseres als het ware de puntjes op de i zetten. 13.1. Het betoog van eiseres slaagt niet. Uit het aanvullend gehoor van 22 februari 2021 volgt dat de gehoormedewerker aan eiseres heeft gevraagd of er bepaalde voorwaarden waren waaraan eiseres moest voldoen voordat zij zich kon laten dopen. Eiseres heeft hierop geantwoord dat zij regelmatig naar de kerk ging en daarnaast twee gesprekken kreeg. Na de twee gesprekken kon zij gedoopt worden. Dat eiseres vervolgens pas in beroep voor het eerst uitgebreid verklaart over de voorwaarde waaraan ze moest voldoen, en hoe zij vervolgens toch aan die voorwaarde kon voldoen, komt voor haar eigen rekening en risico. Zoals onder 9.1 al is overwogen, is het aan eiseres om haar asielrelaas met haar verklaringen tijdens de gehoren aannemelijk te maken. Het was daarom aan eiseres om hetgeen zij in beroep naar voren heeft gebracht over de vergeving van de politieman, te verklaren tijdens de gehoren, dan wel aan te vullen bij de correcties en aanvullingen. 13.2. De rechtbank stelt vast dat verweerder ten aanzien van de doop ook aan eiseres heeft tegengeworpen dat ze algemeen en oppervlakkig heeft verklaard over haar gevoelens bij de doop, omdat ze slechts heeft verklaard blij en emotioneel te zijn geweest dat ze werd gedoopt. Eiseres heeft dit niet weersproken. Ook heeft eiseres niets ingebracht tegen de tegenwerping van verweerder dat eiseres niet kon verklaren waarom zij door de doop in staat was om anderen te vergeven. Huiskerk 14. Eiseres voert aan niet te begrijpen dat zij niet overtuigend heeft verklaard over haar bezoek aan de huiskerk in Iran, waarbij zij aan de huiskerkgenoten heeft laten blijken een bekeerd christen te zijn. Zij wijst op haar verklaringen op bladzijde 10 van het rapport nader gehoor. 14.1. Naar het oordeel van de rechtbank werpt verweerder eiseres ten onrechte tegen dat haar verklaring over dat niemand bij de huiskerk wist of zij bekeerd was, tegenstrijdig is met haar verklaring uit de zienswijze dat zij naast haar echtgenoot en de mensen die zij in de huiskerk had ontmoet, met niemand over haar bekering heeft kunnen spreken. Eiseres betoogt terecht dat het in de context van alle verklaringen duidelijk is dat zij met de eerste verklaring doelde op haar aankomst in de huiskerk. Uit haar verklaringen volgt immers dat eiseres tijdens de bijeenkomst van de huiskerk heeft laten blijken dat ze christen is geworden en dat zij heeft meegebeden met de rest van de aanwezigen. Verweerder heeft daarom ondeugdelijk gemotiveerd dat eiseres op dit punt tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Desalniettemin heeft verweerder de verklaringen van eiseres over het huiskerkbezoek in Iran, ongeloofwaardig mogen achten. Verweerder heeft eiseres in dit licht allereerst terecht tegengeworpen dat haar verklaringen over haar bezoek aan de huiskerk tegenstrijdig zijn met de verklaringen van haar zus. De zus van eiseres heeft tijdens haar asielprocedure in haar nader gehoor, in antwoord op de vraag van de gehoormedewerker of zij nog meer namen weet te noemen van mensen die vaak bij de huiskerk aanwezig waren, het volgende verklaard: “Nayereh, Fatemeh en Majid (echtpaar), Elham, Ali (broer van Amir), Neda, mijn zus [zus] en haar man [man] , ik zelf en mijn man [man] . Soms was de groep niet compleet. Dus niet altijd hetzelfde aantal. Soms kwamen er ook mensen die nieuw waren, die ik niet kende.” Dit terwijl eiseres heeft verklaard dat zij enkel één keer in 2018 de huiskerk zou hebben bezocht. Verweerder heeft het opmerkelijk mogen vinden dat eiseres en haar zus tegenstrijdig hebben verklaard over het huiskerkbezoek van eiseres, aangezien zij beiden een bekering aan hun asielaanvraag ten grondslag hebben gelegd. Dat eiseres en haar zus op zo’n essentieel punt als het bezoeken van een huiskerk tegenstrijdig verklaren, doet daarom afbreuk aan de geloofwaardigheid van de verklaringen over het bezoek aan de huiskerk. Verweerder heeft daar verder bij mogen betrekken dat eiseres weinig concreet heeft verklaard over haar beleving van de huiskerkbijeenkomst. Volgens verweerder kon eiseres weliswaar verklaren over de feitelijkheden van de huiskerk, zoals waar de bijeenkomst plaatsvond, hoeveel mensen aanwezig waren, de gang van zaken tijdens de bijeenkomst en wat de inhoud van de preek was, maar kon zij niet persoonlijk verklaren over de beleving die zij heeft ervaren tijdens de huiskerkbijeenkomst. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dit niet ten onrechte overwogen. Zo heeft eiseres niet geconcretiseerd waardoor zij zich zo welkom voelde. De verklaring van eiseres dat de mensen vriendelijk waren, haar aandacht gaven en haar de beste plek zouden hebben gegeven heeft verweerder onvoldoende mogen vinden. Niet ten onrechte stelt verweerder dat deze verklaringen te summier zijn om concreet en gedetailleerd inzicht te geven in wat eiseres zo aantrok en de sfeer zo warm maakte en dat van haar meer verwacht mocht worden. Derdenverklaringen 15. Eiseres betoogt dat verweerder de diverse door haar ingebrachte derdenverklaringen van christelijke personen en kerkelijke instanties onvoldoende kenbaar heeft meegewogen. Eiseres wijst erop dat de brieven van Sandra Dekker van Stichting Gave van 21 juli 2021 en van 18 oktober 2021 zeer positief moeten worden meegewogen. Hieruit blijkt onder meer dat eiseres heeft meegewerkt aan de campagne voor de landelijke lancering van de nieuwe bijbelvertaling. Ook blijkt uit de eerste brief dat eiseres haar zoontje christelijk opvoedt. Verder blijkt uit het rapport van de Commissie Plaisier van Stichting Gave van 19 juli 2021 dat bij eiseres sprake is van een oprechte geloofsbeleving. Ter onderbouwing van haar betoog wijst eiseres op de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 september 2021. 15.1. Over de brief van Sandra Dekker van Stichting Gave van 21 juli 2021 stelt verweerder in de aanvullende motivering van 14 september 2021 dat hieruit niet volgt dat bij eiseres sprake is van een oprechte bekering. De brief laat weliswaar zien dat eiseres bij de kerk betrokken is en blij is als zij ziet dat anderen troost putten uit hun geloof, maar deze gedragingen volgen ook al uit haar verklaringen uit de gehoren en worden door verweerder al erkend. Over het rapport van de Commissie Plaisier van Stichting Gave van 19 juli 2021 stelt verweerder zich - kort samengevat - op het standpunt dat de Commissie Plaisier weliswaar uitleg en duiding geeft aan, en conclusies trekt over de verklaringen van eiseres in relatie tot het christendom, maar dat het aan eiseres zelf is om met haar verklaringen uit de gehoren een eigen verbinding met het geloof te maken. Volgens verweerder heeft de Commissie Plaisier een eigen interpretatie gegeven van het dossier en kan dit niet meewegen in de besluitvorming van verweerder. Het rapport bevat volgens verweerder verder geen feitelijke informatie over eiseres, die wél kan worden meegenomen. Over de aanvullende verklaring van Sandra Dekker van Stichting Gave van 18 oktober 2021 waaruit volgt dat eiseres heeft meegeholpen aan de campagne voor de landelijke lancering van de nieuwe Bijbelvertaling, heeft verweerder op zitting desgevraagd toegelicht dat dit stuk wederom ziet op de activiteiten die eiseres verricht, maar dat deze al in het voordeel van eiseres worden meegewogen. 15.2. De Afdeling heeft in haar uitspraken van 12 mei 2021 bevestigd dat in de regel een beperkt gewicht wordt toegekend aan verklaringen en/of rapporten van bijvoorbeeld kerkelijke instanties en geloofsgenoten waarin een eigen oordeel wordt gegeven over de oprechtheid van een gestelde bekering op basis van de door een vreemdeling gegeven antwoorden op de vragen die met de bekering verband houden. Verweerder moet rapporten en verklaringen van derden echter wel gemotiveerd bij zijn beoordeling betrekken. Niet alleen om dit voor een vreemdeling inzichtelijk te maken, maar ook om de bestuursrechter in staat te stellen dit te toetsen. Het uitsluitend herhalen van het uitgangspunt dat de vreemdeling met zijn eigen verklaringen zijn gestelde bekering aannemelijk moet maken, is in dit licht geen deugdelijke motivering. 15.3. Het uitgangspunt zoals dat volgt uit bovengenoemde Afdelingsuitspraken is dat het aan eiseres is om met haar eigen verklaringen aannemelijk te maken dat zij bekeerd is tot het christendom. Wel is het van belang dat verweerder de ingebrachte informatie van derden altijd meeweegt in het kader van de beoordeling van de geloofwaardigheid van een bekering. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dit met de (aanvullende) motivering en de toelichting op zitting voldoende kenbaar gedaan. Verweerder heeft in het rapport van de Commissie Plaisier en de verklaringen van Sandra Dekker geen aanleiding hoeven zien om de gestelde bekering van eiseres alsnog geloofwaardig te achten, aangezien deze verklaringen geen (feitelijke) toevoeging zijn op het dossier van eiseres. Over de verklaringen van Sandra Dekker heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat deze geen nieuwe inzichten bieden omdat uit de verklaringen van eiseres al volgt dat zij geloofsactiviteiten onderneemt en bovendien heeft verweerder deze al in het voordeel van eiseres meegewogen in de beoordeling. Verweerder heeft verder voldoende deugdelijk gemotiveerd waarom het rapport van de Commissie Plaisier geen nieuwe inzichten biedt dan wel van toegevoegde waarde is in het geval van eiseres. De verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 september 2021, maakt het voorgaande niet anders omdat
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...