Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:5375

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-06-01
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL22.2317
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
ja
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.310 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Trefwoorden: Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag – alsnog een inwilligend besluit hangende de procedure - proceskostenveroordeling

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.2317 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. B.D. Lit), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: S. Becks). Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 juli 2021. Verweerder heeft op 2 maart 2022 een verweerschrift ingediend. Bij besluit van 17 maart 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker ingewilligd. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit staat in artikel 8:75a van de Awb. 2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen. Verweerder heeft in zijn verweerschrift van 2 maart 2022 meegedeeld dat hij bereid is de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van € 379,50. Verzoeker heeft het verzoek om vergoeding van de proceskosten gedaan gelijktijdig met het intrekken van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. 3. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is. 4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 759 en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank: - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 379,50 ( driehonderdnegenenzeventig euro en 50 cent ). Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...