ECLI:NL:RBDHA:2022:5095
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2022-05-27
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Nu niet bekend is of eiseres in Nederland verblijft en voldoende aannemelijk is gemaakt dat Duitsland de asielaanvraag inhoudelijk zal behandelen, heeft eiseres geen belang bij de beoordeling van het beroep in deze asielzaak.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL21.4476 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer 1] mede voor haar twee minderjarige kinderen [minderjarige 1] , V-nummer: [V-nummer 2] [minderjarige 2] , V-nummer: [V-nummer 3] (gemachtigde: mr. A. Khalaf), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. van Lokven). Procesverloop Bij besluit van 24 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een verblijfsvergunning asiel afgewezen. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2022 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting. Overwegingen Waar gaat deze zaak over? 1. Deze zaak gaat over de asielaanvraag van eiseres, geboren op [geboortedag] 1991 en van Syrische nationaliteit, die zij op 16 juli 2020 mede ten behoeve van haar kinderen, geboren respectievelijk op 21 juli 2015 en 25 juni 2018 en van Libanese nationaliteit, heeft ingediend. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Wat stellen partijen in beroep? 2. Verweerder heeft op 12 mei 2021 vastgesteld dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken. Verweerder stelt dat eiseres geen procesbelang bij behandeling van het beroep heeft, omdat zij niet langer in Nederland verblijft, maar in Duitsland, en niet is gebleken dat eiseres contact heeft onderhouden met haar gemachtigde. 3. De gemachtigde van eiseres heeft bij brief van 10 mei 2022 aangegeven dat hij sinds de uitnodiging voor deze zitting, meermalen berichten naar het WhatsApp-nummer van eiseres heeft gestuurd, maar geen enkele reactie daarop heeft ontvangen. Het lijkt er volgens hem op dat eiseres haar WhatsApp-nummer niet meer gebruikt, niet van de zitting weet en niet op de zitting zal verschijnen. De gemachtigde van eiseres verschijnt daarom niet op zitting en verzoekt de rechtbank de zaak op basis van de stukken af te doen. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat indien een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, wordt geconcludeerd dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt. 5. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat Duitsland de verantwoordelijke lidstaat voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres is geworden omdat de overdrachtstermijn is verstreken. Eiseres is niet op de zitting verschenen en haar gemachtigde heeft verklaard dat hij geen contact met eiseres heeft. Eiseres heeft ook aan de rechtbank niet laten weten of eiseres ten tijde van de zitting in Nederland verblijft en prijs stelt op de behandeling van haar beroep. 6. Nu niet bekend is of eiseres in Nederland verblijft en voldoende aannemelijk is gemaakt dat Duitsland de asielaanvraag van eiseres inhoudelijk zal behandelen, is de rechtbank, in navolging van de voornoemde vaste rechtspraak, van oordeel dat eiseres geen belang bij de beoordeling van het beroep heeft. Conclusie 7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. 8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. I.N. Powell, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. Artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 september 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2090).
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...