Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:15359

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-12-14
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL22.19063
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
nee
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
nee
Tekstlengte
3.218 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Beroep niet tijdig, alsnog beslissing genomen, ingetrokken, proceskostenveroordeling

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.19063 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V Nummer] (gemachtigde: mr. B. Snoeij), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft op 11 november 2022 gereageerd op dit verzoek. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit. 2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)). 3. Verzoeker is op 23 september 2022 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Op 25 oktober 2022 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op zijn aanvraag. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. 4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en aangegeven dat hij bereid is om de proceskosten tot een bedrag van € 379,50 te vergoeden. Verweerder gaat daarbij uit van wegingsfactor “licht” aangezien het beroep enkel ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. 5. Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat verzoeker een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. 6. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 379,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van B.L. Duteweert, griffier . 14 december 2022 Afschrift verzonden aan partijen op: Documentcode: [Documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...