Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:1458

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-02-21
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL21.19410
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.350 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Algerijnse. Asielaanvragen afgewezen als ongegrond, omdat asielrelaas ongeloofwaardig is bevonden. Tegenstrijdige verklaringen. Geen inzicht gegeven in beweegreden en doel voor het oprichting van goede doelenstichting. Beroep ongegrond. Mondeling.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.19410 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. R. Akkaya), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. J. van Raak). Procesverloop Bij besluit van 7 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 11 februari 2022 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Verweerder heeft niet ten onrechte de verklaringen van eiser over zijn gestelde problemen in Algerije ongeloofwaardig bevonden. Daarbij is verweerder voldoende ingegaan op de zienswijze. 2. Verweerder heeft er daarbij terecht op gewezen dat eiser zonder goede uitleg tegenstrijdig heeft verklaard over de periode waarin hij werkzaam was voor [naam stichting] en wanneer hij zijn eigen goede doelenstichting zou zijn begonnen, en dat ook de zienswijze aan die tegenstrijdigheid bijdraagt. 3. Verweerder heeft verder terecht overwogen dat eiser niet inzichtelijk heeft verklaard over eisers beweegreden voor het oprichten van een goede doelenstichting, hoe hij aan de middelen voor het werk van zijn organisatie kwam en aan wie hij doneerde. 4. Eiser verklaart tegenstrijdig over de vraag of hij voor zijn vertrek problemen heeft ondervonden. Verder heeft eiser vaag en summier verklaard over het tot stand komen, het verloop en de inhoud van het contact met degenen met wie hij stelt problemen te hebben. Ten slotte kan eiser niet concreet uitleggen waarom en met welk doel juist hij en zijn vrienden zijn benaderd door deze personen. 5. Een en ander is in de gronden van beroep betwist, maar niet feitelijk weerlegd. Eisers standpunt dat hij met zijn verklaringen aannemelijk heeft gemaakt dat terugkeer naar Algerije zal leiden tot een schending van artikel 3 van het EVRM wordt dan ook niet gevolgd. 6. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is dan ook ongegrond. 7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2022 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...