Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:13037

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-07-08
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL22.11809
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
4.131 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bewaring, asielaanvraag, lichter middel had niet opgelegd hoeven worden, risico op onttrekking volgt uit gronden, eerder teruggekeerd naar Nederland, beroep ongerond

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.11809 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. B.D. Lit), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid , verweerder (gemachtigde: mr. M. Lorier). Procesverloop Bij besluit van 23 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 4 juli 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Lotfi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1992. 2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, tweede, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser: 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan; 3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken; en als lichte gronden vermeld dat eiser: 4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden; 4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; 4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan; 4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld. 3. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden onder 3a en lichte gronden 4a, 4c, 4d en 4e niet heeft betwist. Deze gronden zijn voldoende om aan te nemen dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Zij kunnen de maatregel van bewaring al dragen. De rechtbank laat daarom het geschilpunt over de zware grond 3b onbesproken. De beroepsgrond faalt. Lichter middel 4. Eiser voert aan dat zijn asielprocedure nog steeds open staat en dat hij daarom recht heeft op opvang in een asielzoekerscentrum. Hij had, bijvoorbeeld in combinatie met een meldplicht, in een asielzoekerscentrum kunnen worden geplaatst, in plaats van in bewaring te worden gesteld. 5. De rechtbank overweegt als volgt. Het risico op onttrekking aan het toezicht op vreemdelingen volgt in beginsel uit de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd. Daar komt bij dat eiser eerder naar Duitsland is overgedragen, maar dat hij toch weer is teruggekeerd naar Nederland. Dit wijst er niet op dat eiser zelfstandig naar Duitsland zal vertrekken. De beroepsgrond slaagt niet. 6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. 7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: 08 juli 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl Mr. R.J.A. Schaaf M.A.W.M. Engels Rechter Griffier Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...