Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:12531

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-11-17
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
Jemen
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
AWB 22/2326
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
verzoek afgewezen
Winnende partij
Herkomstland
Jemen
Thema
COI-verwijzing
nee
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
nee
Tekstlengte
3.293 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

geen tegemoetkoming door vwr eiser heeft beroep ingetrokken omdat hij weer opvang heeft gekregen obv een nieuwe aanvraag; geen sprake van tegemoetkoming door vwr

05Kern

Materiële kern

Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/2326 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 november 2022 als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen [naam verzoeker], verzoeker, V-nummer: [nummer] gemachtigde: mr. H. Martens, en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers , daaronder mede begrepen diens rechtsvoorganger(s), verweerder, gemachtigde: [naam]. Procesverloop Bij besluit van 31 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de verstrekkingen die verzoeker ontving op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieen vreemdelingen 2005, stopgezet. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij brief van 10 oktober 2022 heeft verzoeker het beroep ingetrokken en de rechtbank op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzocht verweerder bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de proceskosten, althans zo begrijpt de rechtbank deze brief. Verweerder is bij brief van 13 oktober 2022 in de gelegenheid gesteld op die brief te reageren. Verweerder heeft bij brief van 31 oktober 2022 gereageerd. Overwegingen 1. Eiser heeft de Jemenitische nationaliteit en is op of omstreeks 18 maart 2021 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn vader. 2. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in de kosten worden veroordeeld. 3. De rechtbank ziet met verweerder geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Verweerder is niet aan verzoeker tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Zoals de rechtbank begrijpt uit de brief van verzoeker van 10 oktober 2022 heeft verzoeker een zelfstandige asielaanvraag ingediend op grond waarvan hij rechtmatig verblijf heeft gekregen en ook recht had op opvang via een WMO-arrangement van de gemeente. Vervolgens heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit niet is ingetrokken door verweerder, maar dat verzoeker op basis van een andere aanvraag (weer) recht op opvang heeft gekregen. Dit maakt het bestreden besluit echter niet onrechtmatig omdat dat ziet op een andere periode. Verweerder is derhalve niet aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van mr. C.L. Rademakers-Heins, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 17 november 2022. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...