Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:11235

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-10-25
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL22.9917
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
4.941 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Algerijnse. Asielaanvraag buiten behandeling gesteld. Niet aanwezig bij gehoor. Beroep ongegrond

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.9917 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser, V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. J.I.T. Sopacua), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 27 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling gesteld. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.9918, op 23 juni 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen C. Lamnadi. Verweerder is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Ter zitting is het onderzoek gesloten. Na sluiting is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het onderzoek in deze zaak niet volledig is geweest en is het onderzoek op 1 juli 2022 heropend. Eiser is in de gelegenheid gesteld om alsnog zijn medisch dossier, dat de medische dienst van de penitentiaire inrichting waar hij heeft verbleven over hem heeft aangelegd, over te leggen. Vervolgens is verweerder in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren. Op 4 september 2022 heeft eiser nadere stukken overgelegd. Verweerder heeft hierop gereageerd bij brief van 5 september 2022. Op het voornemen van de rechtbank om uitspraak te doen zonder nadere zitting is geen reactie gekomen van partijen. Overwegingen 1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Algerijnse nationaliteit te hebben. Op 28 juli 2021 heeft eiser een asielaanvraag ingediend. 2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag buiten behandeling gesteld, omdat hij niet is verschenen bij het nader gehoor en hij binnen een termijn van twee weken niet heeft aangetoond dat dit niet aan hem toe te rekenen is. 3. Eiser stelt dat hij niet is verschenen bij het nader gehoor, omdat hij te kampen heeft met mentale klachten. Dit heeft hij niet eerder gemeld vanwege deze mentale klachten. Door deze klachten stelt eiser dat het niet verwijtbaar is dat hij niet is verschenen op het nader gehoor. Hij heeft ter onderbouwing hiervan het medische dossier overgelegd dat de medische dienst van de penitentiaire inrichting in Almelo over hem heeft aangelegd. De rechtbank oordeelt als volgt. 4. Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat verweerder een aanvraag buiten behandeling kan stellen indien een vreemdeling niet is verschenen bij een gehoor en hij binnen een termijn van twee weken niet heeft aangetoond dat dit niet aan hem toe te rekenen is. 5. Niet in geschil is dat eiser niet is verschenen bij het nader gehoor van 11 mei 2022. Ook is niet in geschil dat eiser niet binnen de termijn van twee weken een reden heeft gegeven voor het niet verschijnen. 6. Gelet op de ter zitting door de gemachtigde van eiser gegeven toelichting en de na de zitting alsnog overgelegde stukken neemt de rechtbank aan dat er bij eiser sprake is van medische klachten. Dat deze medische klachten er echter ook de oorzaak van zouden zijn dat eiser op 11 mei 2022 niet kon verschijnen voor het gehoor, kan de rechtbank uit de overgelegde medische stukken niet afleiden. Niet is nader onderbouwd hoe de medische klachten concreet ervoor hebben gezorgd dat eiser niet bij het nader gehoor is verschenen. Verweerder heeft van medewerkers van het COa vernomen dat zij eiser op de ochtend van het nader gehoor op 11 mei 2022 hebben gewekt, maar dat eiser te moe was om te verschijnen voor het gehoor. Verweerder heeft deze informatie kunnen betrekken bij zijn besluitvorming, zo ook dat eiser wel in staat was geweest om zich op 17 mei 2022 en 24 mei 2022 te melden bij de verplichte meldmomenten bij het COa. Dit heeft eiser niet betwist. 7. Verweerder heeft eisers asielaanvraag dan ook buiten behandeling kunnen stellen. Het beroep is ongegrond. 8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling 7 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1033. Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Zie mailwisseling van 7 juli 2022.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...