Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:10981

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-04-22
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
Marokko
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
AWB 20/8830
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Marokko
Thema
COI-verwijzing
nee
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
nee
Tekstlengte
2.478 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Voorlopige voorziening. Connex beroep ingetrokken. Voorlopige voorziening niet ontvankelijk.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/8830 uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 april 2022 in de zaak tussen [verzoeker] , van Marokkaanse nationaliteit, verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.A.P.F. Hoens), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop In het besluit van 17 oktober 2019 (primair besluit) heeft verweerder de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning ingetrokken en aan hem een inreisverbod opgelegd voor de duur van 10 jaar. Het primaire besluit geldt tevens als een terugkeerbesluit. Bij besluit van 11 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard, onder aanpassing van de intrekkingsdatum. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het beroep tegen het bestreden besluit is op 15 juni 2021 op zitting behandeld. Tijdens deze zitting heeft verzoeker het beroep ingetrokken. Daarmee wordt het verzoek om een voorlopige voorziening geacht te zijn gericht tegen de rechtsgevolgen van het primaire besluit. Bij besluit van 21 juni 2021 heeft verweerder het bezwaar tegen het primaire besluit gegrond verklaard. Overwegingen 1. Nu verweerder het bezwaar gegrond heeft verklaard en tegen het besluit van 21 juni 2021 geen rechtsmiddelen zijn aangewend, is er geen sprake meer van een bodemzaak die samenhangt met het verzoek om een voorlopige voorziening. Daarom bestaat aanleiding het verzoek niet ontvankelijk te verklaren. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.P. Bruins-Langedijk, griffier. De uitspraak is uitgesproken op 22 april 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl de rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen . griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...