Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2021:16595

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2021-09-28
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL21.9108
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
5.198 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asiel, relevante elementen geloofwaardig, onvoldoende zwaarwegend, ongegrond.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.9108 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 september 2021 in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluit van 9 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser van 11 juni 2019 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 september 2021. Eiser en verweerder zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. 2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1981 en heeft de Turkse nationaliteit. Eiser is in het bezit van een verblijfvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid van [naam] . 3. Eiser heeft aan zijn asielrelaas ten grondslag gelegd dat hij in Turkije niet de medische behandeling kan krijgen die hij nodig heeft. Ook ontvangt hij geen hulp van de Turkse autoriteiten vanwege zijn Koerdische afkomst en omdat hij geen lid is van de regerende partij, de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AK-partij). Bij eiser is in 2012 longkanker geconstateerd. Hiervoor is hij in een privéziekenhuis in Turkije behandeld. 4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst 2. Discriminatie wegens zijn Koerdische etniciteit. Verweerder heeft beide relevante elementen geloofwaardig geacht, maar vindt deze elementen onvoldoende zwaarwegend om eiser aan te merken als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag dan wel een reëel risico op schending van artikel 3 van het Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) aan te nemen. Daarom heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen. Verweerder heeft de aanvraag op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), in samenhang bezien met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw afgewezen als kennelijk ongegrond. Wat vindt eiser in beroep? 5. Eiser voert in beroep aan dat hij met zijn verklaringen aannemelijk heeft gemaakt dat hij uitgesloten is geweest van de reguliere gezondheidszorg in Turkije en niet de financiële middelen heeft om zijn medische behandeling voort te zetten bij de particuliere gezondheidszorg. Daarnaast had verweerder zwaarder gewicht moeten toekennen aan het feit dat er een hoger risico is op terugkeer van de kanker indien geen periodieke controles plaatsvinden. 6. Verweerder heeft het asielrelaas van eiser geloofwaardig geacht. De vraag die in beroep tussen partijen speelt is of het asielrelaas van eiser voldoende zwaarwegend is voor de verlening van een asielvergunning. Partijen verschillen onder meer van mening over de vraag of er bij eiser sprake is (geweest) van dusdanige substantiële discriminatie dat het leven voor hem in Turkije onhoudbaar is (geworden). 7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem ondervonden problemen een dusdanig ernstige beperking van zijn bestaansmogelijkheid opleveren dat het voor eiser onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied in Turkije te functioneren. Verweerder heeft daarbij kunnen betrekken dat eiser toegang had tot medische zorg in Turkije. Dat deze medische zorg aan eiser is verleend in een privéziekenhuis en dat de bekostiging daarvan door de verkoop van de woning van de vader van eiser plaatsvond, hoe moeilijk ook, levert onvoldoende grond op om tot een verdragsrechtelijke vervolgingsgrond te concluderen. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder hierover. Eiser is er naar het oordeel van de rechtbank niet in geslaagd om aan de hand van persoonlijke feiten en omstandigheden en door middels vanop zijn persoon betrekking hebbende verklaringen zijn stelling dat zijn leven onhoudbaar is geworden, aannemelijk te maken. Conclusie 8. Het beroep is ongegrond. 9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, rechter, in aanwezigheid van mr. Z.E.M. van der Maas, griffier. De beslissing is uitgesproken op 28 september 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...