ECLI:NL:RBDHA:2021:16507
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2021-05-26
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Dublin, mondelinge uitspraak, Spanje, niet aannemelijk dat eiser al eerder een asielaanvraag in Spanje heeft ingediend, Eurdoac, overnameverzoek terecht o.g.v. artikel 13, eerste lid DVO, geen risico voor refoulement, beroep ongegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.7250 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J. de Jong), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid , verweerder (gemachtigde: mr. Y. Rikken). Procesverloop Bij besluit van 10 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.7251, plaatsgevonden op 25 mei 2021. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. 2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Spanje de verantwoordelijke lidstaat is op grond van de Dublinverordening. In dit geval heeft verweerder op 18 maart 2021 een overnameverzoek naar Spanje verstuurd. Op 29 maart 2021 heeft Spanje dit verzoek geaccepteerd en kwam het claimakkoord vast te staan. 3. Eiser voert aan dat hij reeds eerder een asielverzoek in Spanje heeft ingediend en dat dit verzoek blijkbaar is afgewezen. Omdat er geen stukken uit die procedure beschikbaar zijn gesteld door verweerder is het niet duidelijk om welke reden het verzoek is afgewezen. Tevens is daarmee niet duidelijk of Spanje zich aan de internationale richtlijnen heeft gehouden. Daarnaast is de kans op refoulement aanwezig doordat dit eerste asielverzoek in Spanje is afgewezen. De problemen van eiser zijn complex en hij wenst dat de Nederlandse autoriteiten zijn asielaanvraag inhoudelijk in behandeling nemen. 4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten opzichte van Spanje in zijn algemeenheid mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet mag. De rechtbank is van oordeel dat eiser daarin niet is geslaagd. 5. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij al eerder een asielaanvraag in Spanje heeft ingediend. Zoals in het bestreden besluit is overwogen blijkt uit het Eurodac-resultaat alleen dat eiser de buitengrens van de Europese Unie op illegale wijze heeft overschreden via Spanje. Het overnameverzoek is ook gebaseerd op artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening en Spanje heeft het verzoek ook op deze grondslag geaccepteerd. Dat er een kans zou zijn op refoulement bij overdracht aan Spanje, omdat eisers eerdere asielaanvraag is afgewezen, volgt de rechtbank dan ook niet. Eiser heeft verder niet onderbouwd waarom de Spaanse autoriteiten zich niet zullen houden aan hun verplichtingen jegens hem en waarom het onmogelijk of zinloos voor hem zou zijn om hierover te klagen bij de (hogere) Spaanse autoriteiten. 6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in de aangevoerde omstandigheden van eiser geen aanleiding heeft hoeven zien om toepassing te geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening door de asielaanvraag in behandeling te nemen. 7. Het beroep is ongegrond. 8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2021 door mr. L.M. Reijnierse, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Bazaz, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: 26 mei 2021 Documentcode: [Documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...