Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2021:14100

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2021-12-20
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL21.15162
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
65.326 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Senegal – homoseksuele geaardheid – eiser heeft gedurende deze opvolgende procedure onverkort recht op opvang en andere verstrekkingen – “mob-registratie” maar wel procesbelang - verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met referentiekader eiser, dit ziet op het vermogen van eiser om te kunnen verklaren en op zijn leeftijd ten tijde van het ontdekken van zijn geaardheid en zijn eerste seksuele ervaringen – ook indien er geen FMMU-advies is en/of geen sprake van medische beperkingen bij horen & beslissen moet verweerder alert zijn op signalen dat eiser minder “goed” kan verklaren dan verweerder verwacht - tegenstrijdigheden houden geen stand, verweerder moet in nieuw te nemen besluit motiveren waarom niet het voordeel van de twijfel wordt gegund – verweerder past VLH-concept onjuist toe, de uitzondering voor LHBTI en kennis over positie LHBTI in Senegal moet kenbaar worden betrokken bij horen en geloofwaardigheidsbeoordeling en niet alleen worden “gebruikt” als afdoeningsmodaliteit – verweerder heeft niet gemotiveerd waarom eiser enkel omdat hij reeds vier jaar in NL is meer kennis zou moeten hebben over de positie van LHBTI in NL - verweerder schuift verklaringen derden over huidige relatie en feitelijke activiteiten ten onrechte terzijde en miskent daarbij werkinstructie – verweerder heeft niet gemotiveerd waarom geen gebruik is gemaakt van het aanbod van de partner van eiser om gehoord te worden, maar werpt (ten onrechte) wel een gevonden tegenstrijdigheid met de verklaring van eiser tegen – juist omdat eiser summier heeft verklaard en niet concreter lijkt te kunnen verklaren moet verweerder onderzoeken of verklaringen van derden en feitelijke gedragingen de verklaringen van eiser kunnen ondersteunen – beroep gegrond.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: NL21.15162 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. B.W.M. Toemen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. K. Nuninga). Procesverloop Bij besluit van 20 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, en g, van de Vw 2000. Aan eiser wordt een vertrektermijn onthouden en hij moet Nederland onmiddellijk verlaten. Ook wordt aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft eiser de voorzieningenrechter van deze rechtbank gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoekschrift is geregistreerd onder zaaknummer NL21.15163. De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 2 december 2021 op zitting geagendeerd. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Op 2 december 2021 heeft de voorzieningenrechter in overleg met partijen beslist dat de behandeling van het beroep zou worden aangehouden tot 9 december 2021 omdat de bijstand van een tolk noodzakelijk is. Het onderzoek in de voorzieningenprocedure is wel gesloten en de voorzieningenrechter heeft aansluitend hieraan mondeling uitspraak gedaan en het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. De behandeling van het beroep is voortgezet op 9 december 2021. Eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van verweerder zijn wederom verschenen. De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden met behulp van een “telefonische tolk”. In overleg met partijen is besloten het debat over de juridische aspecten van het beroep niet simultaan te laten vertalen en de tolk enkel in te zetten voor de vragen en nadere verklaringen van eiser. De (gestelde) partner van eiser is zowel op 2 december 2021 als op 9 december 2021 verschenen om de behandeling van het beroep bij te wonen en mogelijke vragen van de rechtbank te beantwoorden. Overwegingen 1. Eiser heeft op 14 oktober 2017 een eerdere aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Aan die aanvraag heeft eiser niet zijn seksuele geaardheid ten grondslag gelegd. Deze aanvraag is afgewezen en dit besluit van 16 februari 2018 is op 3 april 2018 in rechte vast komen te staan door uitspraken van de rechtbank, zittingsplaats Arnhem, en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). 2. Op 19 augustus 2019 heeft eiser een opvolgende aanvraag ingediend bij verweerder. In het kader van deze asielaanvraag heeft eiser als asielmotief naar voren gebracht dat hij een homoseksuele geaardheid heeft. Hij heeft ter ondersteuning van deze aanvraag brieven van het COC, van Nidos en van zijn vriend en meerdere foto’s overgelegd. 3. Eiser heeft tijdens het gehoor opvolgende aanvraag verklaard dat hij op 12-jarige leeftijd besefte gevoelens te hebben voor andere jongens en dat hij voor het eerst enige seksuele ervaringen heeft gehad met een jongen toen hij 13 jaar oud was. Hij is hierbij eenmaal betrapt toen hij samen met die jongen op een akker was. Nadat hij naar huis was gegaan is zijn oom naar hen toegekomen en die heeft met zijn moeder gepraat. Hij heeft zijn moeder moeten vertellen wat er tussen hem en die andere jongen was voorgevallen. Zijn moeder werd boos op hem. De volgende dag zijn eiser en zijn moeder gevlucht. Eiser heeft verder verklaard dat hij geen bescherming kan zoeken bij de Senegalese autoriteiten omdat homoseksualiteit niet is toegestaan in Senegal. Eiser heeft zijn homoseksuele geaardheid niet bij zijn eerste asielaanvraag vermeld omdat hij bang was. Hij dacht dat de wet in Nederland hetzelfde was als in Senegal. In Nederland bezoekt eiser bijeenkomsten van het COC. Sinds mei 2021 heeft hij een relatie met een Nederlandse man. 4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: Identiteit, nationaliteit en herkomst; Homoseksuele gerichtheid en daarmee samenhangende problemen. 5. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het element onder a. geloofwaardig is. De verklaringen van eiser over het element onder b. heeft hij niet geloofwaardig geacht. Verweerder vindt dat eiser zeer oppervlakkig blijft in zijn verklaringen over hoe hij zijn gestelde gerichtheid ontdekt heeft, hoe hij het “anders zijn” ervaarde in een maatschappij waar dit niet werd geaccepteerd, en hoe dit anders is nu hij in Nederland is. Daarnaast getuigen zijn verklaringen van wat hij aantrekkelijk vindt in de mannen met wie hij contacten stelt te hebben niet van liefdesrelaties. Ook weet eiser opvallend weinig over de strafbaarheid van homoseksuele handelingen in Senegal; dit terwijl hij stelt seksueel contact te hebben gehad, betrapt te zijn tijdens deze contacten en daarom Senegal te hebben verlaten. Nu de homoseksuele geaardheid van eiser ongeloofwaardig wordt geacht, worden de problemen die hij als gevolg hiervan heeft ondervonden evenmin aannemelijk geacht. Volgens verweerder heeft eiser enkel vage en summiere verklaringen afgelegd over de gestelde betrapping, zodat ook daarom de gestelde problemen niet geloofwaardig worden geacht. De verklaringen van derden en de feitelijke activiteiten van eiser in Nederland maken dit niet anders. Omdat de homoseksuele geaardheid niet geloofwaardig wordt geacht, bestaat er geen aanleiding om de gestelde partner van eiser te horen. Vervolgens stelt verweerder zich op het standpunt dat Senegal een veilig land van herkomst is en dat ervan uit mag worden gegaan dat Senegal ten aanzien van eiser persoonlijk zijn verdragsverplichtingen nakomt. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij zich niet tot de (hogere) autoriteiten kan wenden voor eventuele bescherming. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond. 6. Eiser heeft -onder meer- aangevoerd dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser, zijn minderjarigheid ten tijde van het ontdekken van zijn geaardheid, zijn beperkte vermogen om uitgebreid te verklaren, zijn activiteiten in Nederland, de verklaringen van derden en het aanbod van zijn vriend om door verweerder te worden gehoord. Eiser heeft tevens gemotiveerd aangegeven waarom de tegenstrijdigheden die verweerder heeft benoemd geen stand kunnen houden. 7. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren en overweegt daartoe als volgt. procesbelang 8. Verweerder heeft bij brief van 7 december 2021 aangegeven dat eiser de opvang heeft verlaten en met onbekende bestemming is vertrokken en verzoekt de rechtbank daarom te beoordelen of sprake is van procesbelang. 9. De rechtbank overweegt dat indien een vreemdeling de opvang verlaat zonder aan te geven waar hij zal gaan verblijven, daardoor niet meer bereikbaar en beschikbaar is voor verweerder en dus wordt geregistreerd als “met onbekende bestemming vertrokken”, wordt uitgaan van de vooronderstelling dat geen belang meer wordt gehecht aan een beoordeling van het beroep door de rechter. Eiser is echter bij beide zittingen verschenen, heeft ter zitting op 2 december 2021 aangegeven waar hij verblijft nadat hij de opvang heeft verlaten en onderhoudt contact met zijn gemachtigde, waarbij de gemachtigde over contactgegevens van eiser beschikt en eiser informeert over de voortgang in de procedure. De vooronderstelling dat eiser geen belang zou hechten aan de uitkomst van de procedure bij de rechtbank is dus weerlegd. Er is sprake van procesbelang en de rechtbank zal het beroep dan ook inhoudelijk beoordelen. De rechtbank overweegt hierover voorts het navolgende. 10. De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegewezen omdat eiser tijdens de zitting op 2 december 2021 heeft verklaard dat hij geen opvang heeft gekregen en daarbij aan hem is medegedeeld dat hij geen recht op opvang heeft omdat hij een opvolgende asielaanvraag heeft gedaan. De voorzieningenrechter heeft bij toewijzing van de voorziening overwogen dat dat het maar zeer de vraag is of de regelgeving dat er -kennelijk- geen recht op opvang bij opvolgende aanvragen bestaat verenigbaar is met het Unierecht. Verweerder heeft na toewijzing van het verzoek en ter voorbereiding van de voorzetting van de behandeling van het beroep op 6 december 2021 een bericht aan het digitale dossier toegevoegd. Verweerder heeft in dit bericht aangegeven dat -kort gezegd- uit het Unierecht en de jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling inderdaad volgt dat ook bij een tweede aanvraag, zoals in de onderhavige procedure aan de orde, onverminderd recht op opvang (en andere verstrekkingen) bestaat. Verweerder heeft hierbij aangegeven dat in beginsel sprake is van rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 onder h Vw omdat het indienen van een verzoek om een voorziening op zichzelf schorsende werking heeft. 11. Onder verwijzing naar een uitdraai uit “het systeem” van verweerder is volgens verweerder gebleken dat eiser op eigen initiatief de opvang heeft verlaten en daarom als “mob” is geregistreerd. Gemachtigde van eiser heeft ter zitting van 9 december 2021, nadat de rechtbank om een reactie op dit bericht heeft gevraagd, aangegeven dat tegen eiser was verteld dat hij geen recht op opvang had en eiser daarom de opvang heeft verlaten. Hij heeft er op dat moment niet bij nagedacht om bij het COa en/of verweerder aan te geven waar hij gedurende het verdere verloop van de procedure zou gaan verblijven. Gemachtigde van eiser heeft op vragen van de rechtbank ook aangegeven dat eiser zich op de dag van de toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening heeft gemeld in Ter Apel en om toewijzing van een opvangplaats heeft verzocht. Eiser heeft aangegeven dat hem wederom is verteld dat hij geen recht op opvang heeft gedurende deze procedure en dat in Ter Apel niet duidelijk was of toewijzing van een voorlopige voorziening gedurende deze asielprocedure met zich brengt dat recht op opvang en andere verstrekkingen bestaat. 12. De rechtbank kan de exacte feitelijke toedracht niet vaststellen. De rechtbank kan wel vaststellen dat verweerder erkent dat uit het Unierecht volgt dat eiser gedurende deze gehele procedure waarbij zijn opvolgende asielaanvraag aan de orde is, aanspraak maakt op opvang en andere verstrekkingen. Verweerder heeft ook aangegeven dat de betreffende nationale regelgeving hier in voorziet. Indien aan eiser tot tweemaal toe zou zijn medegedeeld dat hij geen recht op opvang zou hebben, is dit dan ook in strijd met het Unierecht en de daarop gebaseerde nationale regelgeving. Ook in het geval van een opvolgende aanvraag is het uitgangspunt dat recht op opvang en andere voorzieningen bestaat en dus moet worden gegarandeerd. 13. De rechtbank overweegt voorts het navolgende Referentiekader  Vermogen om te verklaren. 14. Eiser was ten tijde van zijn inreis in Nederland 15 jaar, 7 maanden en 10 dagen oud. Ten tijde van het gehoor opvolgende aanvraag was eiser 19 jaar, 6 maanden en 11 dagen oud. Eiser heeft bij aanvang van het gehoor opvolgende aanvraag verklaard dat hij stress heeft en niet blij is omdat hij veel aan zijn hoofd heeft. Eiser heeft voorts verklaard dat hij 12 jaar oud was toen het voor hem duidelijk was dat hij zich (alleen) tot jongens aangetrokken voelt en dat hij 13 jaar oud was toen hij voor het eerst enige (beperkte) seksuele ervaringen met een andere jongen heeft gehad en daarbij eenmaal is betrapt. Daags na de betrapping zijn eiser en zijn moeder, vanwege deze betrapping en de risico’s die hierdoor zijn ontstaan, gevlucht uit Senegal. Tijdens “de bootreis” naar Italië is zijn moeder overleden, zij was al ziek en anderen hebben haar lichaam in de zee gegooid. In Italië heeft iemand eiser aangeboden om mee naar Nederland te gaan. 15. Verweerder kiest er voor om bij opvolgende procedures als de onderhavige waar een vreemdeling afkomstig is uit een (deels) veilig land van herkomst, geen advies aan de FMMU te vragen of sprake is van beperkingen bij het horen en beslissen. Verweerder heeft zich ook in deze procedure voorafgaand aan het horen en beslissen niet laten informeren over het vermogen van eiser om te kunnen verklaren. Weliswaar staat het eiser vrij om zelf een deskundigenadvies te laten uitbrengen over zijn vermogen om te kunnen verklaren. Dit laat echter onverlet dat verweerder er alert op moet zijn en zich gedurende de gehele procedure moet vergewissen of de vreemdeling bijzondere waarborgen behoeft. Naar het oordeel van de rechtbank betekent dit ook dat verweerder zich, ook bij een opvolgende procedure, er steeds van moet (blijven) vergewissen of de vreemdeling in staat is afdoende te verklaren en in hoeverre aan een vreemdeling kan worden tegengeworpen dat hij (te) summier of (te) oppervlakkig verklaart. Om dit zorgvuldig te kunnen doen zal verweerder alert moeten zijn op signalen die betrekking hebben op het kunnen verklaren. Verweerder moet zich van dergelijke signalen en van het referentiekader vergewissen en dit in ogenschouw houden bij het horen en bij het waarderen en beoordelen van de verklaringen die worden afgelegd. Dus ook als er geen deskundigadvies en/of geen sprake is van medische beperkingen dient verweerder na te gaan of hij mag verwachten dat de vreemdeling in staat is adequaat te verklaren. Op die wijze levert verweerder het vereiste maatwerk en verzekert hij zich ervan dat hij niet een te hoge “bewijsdrempel” hanteert en het de vreemdeling nagenoeg onmogelijk maakt om zijn asielrelaas met zijn verklaringen aannemelijk te maken. 16. De rechtbank overweegt dat er ten aanzien van eiser meerdere signalen zijn dat hij niet gedetailleerd kan verklaren en dat hij het moeilijk vindt om over zijn seksuele geaardheid te praten. 17. In het proces-verbaal van het verhoor (HV12) dat is gevoegd bij het verslag van de intake (HV23) van 14 oktober 2017 is het navolgende opgenomen: (…) Gedrag betrokkene: Omschrijf het gedrag wat kan duiden op minder- / meerderjarigheid. Betrokkene komt erg eenvoudig over. Niets wijst op meerderjarigheid of algemene ontwikkeling. (…) Dit proces-verbaal van verhoor, waarbij is vastgesteld dat eiser erg eenvoudig overkomt en niets wijst op algemene ontwikkeling is op ambtsbelofte opgemaakt door een rechercheur bij de Landelijke Eenheid en een brigadier van politie. 18. In het “rapport gehoor aanmeldfase” van 16 oktober 2017 is door de hoormedewerker het navolgende opgenomen: (…) Gedrag betrokkene: -Betrokkene weet veel vragen niet te beantwoorden. Betrokkene komt eenvoudig over. (…) 19. De rechtbank overweegt dat deze stukken zijn opgemaakt ten behoeve van de eerste asielprocedure. Nu deze stukken echter betrekking hebben op de persoon van eiser, dient verweerder de inhoud van deze stukken ook -kenbaar- te betrekken bij de beoordeling van het relaas in deze procedure en dus bij de vraag of eiser internationale bescherming behoeft. Verweerder verricht bovendien een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling en heeft in de onderhavige procedure aan eiser een tegenstrijdigheid in verklaringen tussen de eerste en tweede procedure tegengeworpen. Daargelaten dat eiser bij aanvang van deze procedure heeft verklaard dat zijn relaas in de eerste procedure is verzonnen omdat hij niet durfde te zeggen dat hij homoseksueel is, kan het niet zo zijn dat een eerdere procedure enkel bij een opvolgende procedure wordt betrokken als dit in het nadeel van de vreemdeling is. Nu drie verschillende personen die in deze procedures vanuit de vreemdelingenketen een taak hebben vermelden dat eiser “eenvoudig” overkomt, dient verweerder zowel in het horen als in het beslissen zich er van te vergewissen welke verwachtingen hij van eiser mag hebben bij het kunnen verklaren over zijn seksuele geaardheid. Verweerder is volgens zijn werkinstructie op zoek naar het authentieke relaas van de vreemdeling. Verweerder dient, om maatwerk te kunnen leveren, dan ook rekening te houden met de capaciteiten van de vreemdeling om dat authentieke relaas naar voren te brengen in een gehoor. 20. De gemachtigde van eiser heeft in de zienswijze aangegeven dat hij bij het nabespreken van het gehoor meerdere malen heeft geconstateerd dat eiser niet alle vragen begreep en dit tijdens het gehoor ook zo was. Eiser heeft voorts zelf bij herhaling verklaard dat hij het moeilijk vindt om te praten over zijn geaardheid en te uiten dat hij homoseksueel is. 21. De rechtbank overweegt voorts dat uit de verklaringen van eiser blijkt dat hij slechts twee jaar naar een lagere school is geweest en dat dit de eerste jaren van het onderwijs zijn geweest. Eiser heeft geen broers en zussen, zijn vader heeft hij nooit gekend en nadat hij is gestopt met school heeft hij met zijn moeder op een stukje land gewerkt waar zij gewassen mochten verbouwen. Eiser heeft verklaard dat hij “een beetje” kan lezen en “een beetje” kan schrijven. Toen zijn moeder boos werd omdat eiser was betrapt met een andere jongen heeft zijn moeder uitgelegd dat er een woord bestaat voor de omstandigheid dat hij zich aangetrokken voelt tot andere jongens. Op de vraag van eiser of dat “gevaarlijk” was heeft zijn moeder uitgelegd dat homoseksualiteit in Senegal verboden was en zij moesten vluchten. Eiser heeft verklaard dat hij dat voordat zijn moeder dit uitlegde niet wist. 22. De rechtbank stelt op grond van het bovenstaande vast dat sprake is van nagenoeg geen scholing, zeer beperkte sociale contacten van eiser met leeftijdsgenoten en anderen, hij op jonge leeftijd zijn geaardheid heeft ontdekt en op jonge leeftijd zijn eerste (beperkte) seksuele ervaringen heeft opgedaan. Deze omstandigheden bepalen dus het referentiekader van eiser waar verweerder in ieder geval rekening mee moet houden bij het beoordelen van de verklaringen van eiser en de eisen die verweerder mag stellen aan eiser om zijn relaas aannemelijk te maken. Zowel bij de intake, als hij het aanmeldgehoor in de eerste procedure als door de gemachtigde in de huidige procedure is ervaren dat eiser eenvoudig over komt en vragen niet altijd begrijpt. Uit het verslag van het gehoor opvolgende aanvraag blijkt dat de hoormedewerker geregeld vragen nog een keer heeft moeten stellen of heeft moeten uitleggen wat met de vragen is bedoeld. 23. Eiser heeft zelf meerdere malen verklaard dat hij het moeilijk vindt om meer uit te leggen over zijn geaardheid “omdat hij gewoon homoseksueel is”. Eiser heeft aangegeven dat bij zijn eerste aanvraag niet durfde te zeggen dat hij homoseksueel is. Eiser heeft in de periode tussen zijn vertrek uit Senegal op 13-jarige leeftijd en het moment dat hij voor het eerst in Nederland tegen een medewerker van Nidos heeft gezegd dat hij homoseksueel is met niemand gesproken over zijn geaardheid. Eiser heeft in zijn gehoor opvolgende aanvraag meermalen verklaard dat hij het moeilijk vindt om over zijn geaardheid te praten en het moeilijk vindt om uit te leggen dat hij homoseksueel is. Eiser heeft hierover onder meer het navolgende verklaard: (…) Wat ik bedoel is welke gedachten u had toen u zich realiseerde dat u op jongens viel en niet op meisjes. Het is moeilijk om dat te uiten. (…) Hoe kwam u erachter dat het hebben van gevoelens voor jongens betekende dat u homoseksueel was? Ik wist toen niet dat het homoseksueel was. Ik wist toen wel dat ik mannen leuk vind. (…) Hebt u ooit twijfels gehad over uw gevoel voor mannen of was het voor u heel duidelijk vanaf uw twaalfde? Nee, vanaf mijn twaalfde was het voor mij duidelijk dat ik alleen op mannen val, dus ik heb nog nooit getwijfeld. Hebt u ooit in die periode dat u ervaarde dat u mannen leuk vond ooit getwijfeld of dit over zou gaan of dat het iets tijdelijks was bijvoorbeeld? Ik heb gevoelens voor mannen. Ik kan niet vertellen hoe dat is gekomen. Of dat voor altijd zo blijft weet ik niet. Ik ga niet dingen vertellen die niet waar zijn. Wat ik wil zeggen is dat ik niet weet hoe het gekomen is dat ik gevoelens heb voor mannen. Heeft u daar niet over nagedacht hoe dat is gekomen? Ik denk er wel aan, maar vanaf mijn twaalfde weet ik gewoon dat ik alleen maar blij ben met mannen. Ik weet niet hoe het gevoel in mij is gekomen. Dat zal toch een proces zijn geweest. Kunt u dat proces voor mij beschrijven? Toen ik twaalf jaar was had ik die gevoelens tot op heden dat ik groot ben geworden. Ik wil u toch vragen meer over het proces te vertellen, hoe dat zo is gekomen vanaf uw twaalfde. Vanaf mijn twaalfde heb ik gevoelens voor mannen. Ik weet niet hoe dat zo is gekomen. Ik wil het alleen maar met mannen doen, maar ik kan niet exact vertellen hoe dat is gekomen. Zoals ik eerder heb aangegeven is het wel belangrijk voor uw asielaanvraag dat u daarover kunt vertellen. Wat ik kan vertellen heb ik verteld. Meer kan ik er niet over vertellen, anders ga ik dingen vertellen die niet waar zijn. Was er een bepaald moment dat u zeker wist dat u op jongens viel? Op mijn twaalfde. Ik bedoel niet uw leeftijd, maar een moment, een gebeurtenis. Op mijn twaalfde had ik geen contact met een man en durfde ik het niet te vertellen. U zei eerder dat u innerlijk voelde dat u mannen leuk vindt. Kunt u dit nader uitleggen. Wat voelde u dan? Het is voor mij heel moeilijk om tegen mensen te zeggen dat ik op mannen val. Dat was niet mijn vraag. Ik herhaal de vraag. (…) Ik heb u net geprobeerd uit te leggen dat het niet gaat om het beschrijven van seksuele ervaringen, maar uw persoonlijke ervaringen omtrent uw geaardheid. (…) U vertelde eerder dat u niet wist dat het vallen op mannen homoseksualiteit was. Kunt u dat nader uitleggen? Ik wist niet dat het homoseksualiteit was. Wat ik wel wist is dat ik mannen leuk vind. Hoe bent u dan tot de realisatie gekomen dat er zoiets als homoseksualiteit is? Ze hebben mij betrapt op een akker en zodoende is mijn moeder naar huis gekomen. Toen was ik al thuis. Zij heeft mij gevraagd, wat ik gedaan heb. Ik wilde daar geen antwoord op geven. Toen bleef ze het vragen. Toen heb ik verteld dat ik betrapt was op een akker omdat ik seksuele handelingen verrichtte met een jongen. Mijn oom is uit een moskee gekomen en daar werd verteld wat wij gedaan hebben. (…) Opmerking rapporteur: ik leg opnieuw uit dat het in het belang van de asielaanvraag van betrokkene is dat hij antwoordt op de vragen en de ervaringen met zijn geaardheid persoonlijk maakt. Het is heel moeilijk om te vertellen over dat ik op mannen val. Zoals eerder aangegeven begrijp ik dat, maar u hebt een asielaanvraag ingediend en u hebt in dit gehoor de gelegenheid hierover te verklaren. Het is in uw belang dat u daarover kunt vertellen en het persoonlijk kunt maken. Ik heb gevoelens voor mannen. Ik voel me goed bij mannen. Ik ben blij met mannen. Dat is wat ik kan zeggen. Hebt u zelf ooit moeite gehad met uw homoseksuele geaardheid? Heel erg. Kunt u dat toelichten? Het is heel lastig om dat te uiten, om dat te vertellen. Hoe voelde u zich in die tijd, wat waren uw gedachten toen? Het is lastig om aan mensen te vertellen dat ik op mannen val en dat ik blij ben met mannen. Dat hebt u nu meermaals verklaard. Waar ik u naar vroeg is wat u voelde en dacht in de tijd dat u moeite had met uw geaardheid? Dat is moeilijk om te vertellen, om dat te uiten. Toen dat is gebeurd, heb ik voor het eerst het woord homoseksualiteit gehoord van mijn moeder. Toen hoorde ik dat het niet mag in Senegal. Als je gepakt wordt, dan moeten ze je straffen. (…) 24. De rechtbank begrijpt deze verklaringen zo dat eiser het een moeilijk onderwerp vindt om over te praten en dat eiser niet “méér” of “beter” kan uitleggen dat hij op 12-jarige leeftijd wist dat hij homoseksueel is en dat hij hier geen diepere gevoelens bij heeft en/of die gevoelens kan beschrijven. De rechtbank overweegt dat voor zover verweerder dit vreemd vindt gelet op de algemene opvattingen in Senegal over homoseksualiteit, verweerder hiermee het hiervoor weergegeven referentiekader miskent. 25. Senegal heeft bovendien volgens verweerder voor LHBTI niet te gelden als veilig land van herkomst. Dit betekent onder meer dat het complex is om met anderen te praten over het ontdekken van een homoseksuele geaardheid. Eiser heeft ook uitgelegd dat het in zijn cultuur niet gebruikelijk is om als 12-jarige met je moeder/ouders over je seksuele identiteit en seksuele ontwikkeling te praten. 26. Eiser heeft dus vanaf het moment dat hij zich bewust werd van zijn geaardheid tot aan zijn vlucht uit Senegal alleen bij zijn vriendje kunnen uiten dat hij zich aangetrokken voelt tot jongens. De rechtbank acht het hierbij, gelet op de leeftijd van eiser en zijn vriendje, weinig aannemelijk dat er veel gesproken is over het ontdekken van een homoseksuele geaardheid terwijl het uiten van die geaardheid in Senegal niet is toegestaan. Verweerder heeft deze contacten geduid als “een relatie” en neemt daarom aan dat “eiser inzicht kan verschaffen in een proces dat hij zal hebben doorgemaakt”. De rechtbank maakt uit de verklaringen veeleer op dat, zoals eiser ook heeft verklaard, de seksuele handelingen “gewoon gebeurden”. Uit de verklaringen van eiser blijkt ook dat eiser op 12-jarige leeftijd eenvoudigweg begreep dat hij zich alleen aangetrokken voelt tot jongens en dit niet heeft beschouwd als “een proces van het ontdekken van een seksuele identiteit” en eiser zich bij zijn eerste seksuele ervaringen in het geheel niet realiseerde dat sprake was van het “uiten van een seksuele gerichtheid in een land waar dit niet is toegestaan”. Doordat verweerder in het gehoor en in het besluit spreekt over “relaties” met “mannen” doet verweerder aannames over denkprocessen en het welbewust bepalen van gedragingen. Deze aannames zijn echter niet adequaat om het relaas van eiser, gelet op het referentiekader, te beoordelen op geloofwaardigheid en miskennen ook het authentieke relaas van eiser.  leeftijd 27. Verweerder heeft bij de geloofwaardigheidsbeoordeling niet kenbaar betrokken dat eiser 12 jaar oud was toen hij zich bewust werd van zijn seksuele identiteit en 13 jaar oud was bij het aangaan van een eerste seksuele contact. Verweerder heeft overwogen dat het niet geloofwaardig is dat eiser, gelet op de positie van LHBTI in Senegal, het risico zou nemen om in het openbaar, te weten ’s-avonds op een akker, seksuele handelingen te verrichten met een andere jongen. De rechtbank overweegt dat 13-jarigen in beginsel bij het opdoen van hun eerste seksuele ervaringen weinig aandacht zullen besteden aan het maken van een risico-taxatie en het inschatten van de gevolgen van hun (seksuele) gedragingen. Voor zover verweerder dit tegenwerpt en het asielrelaas mede hierdoor ongeloofwaardig acht, zal hij dan ook nader motiveren dat hij deskundig is terzake gedragingen van 13-jarigen die onder deze omstandigheden hun seksuele gerichtheid ontdekken en hun eerste ervaringen opdoen. Eiser heeft bovendien ter zitting uitgelegd dat hij deze seksuele handelingen niet verrichtte op een locatie waar zij voor iedereen zichtbaar waren. Met “akker” wordt niet alleen het land dat wordt bewerkt bedoeld, maar ook een met muren afgesloten plaats die bij die akker hoort. Eiser wist niet dat homoseksueel contact is verboden in Senegal, maar heeft desalniettemin niet in het volle zicht van derden seksuele handelingen verricht en ondergaan. De tegenwerping van verweerder dat de verklaring van eiser dat hij en zijn vriendje “op een akker” seksueel contact zouden hebben gehad niet geloofwaardig is gelet op de mogelijke risico’s die dat met zich brengen kan dan ook geen stand houden. 28. Dit geldt ook voor zover verweerder aan eiser heeft tegengeworpen dat hij summier heeft verklaard over waarom hij een -ook 12-jarig- vriendje leuk vond. Eiser heeft hierover verklaard dat “die jongen een mooi gezicht en mooi achterwerk had. Hij had een puntige neus en rode lippen”. Ook vond eiser het mooi dat die jongen zijn haar aan de zijkant had weggeschoren. In de vriendengroep was dit vriendje degene die de groep aan het lachen maakte. Uit het niets kon hij iedereen aan het lachen krijgen, aldus eiser. De rechtbank overweegt dat niet valt in zien waarom verweerder deze verklaringen als summier beschouwt. Het komt de rechtbank voor dat dit nu juist past bij een 12-jarige en dus een leeftijds-adequate verklaring is om uit te leggen waarom eiser iemand erg leuk vond. Dat eiser ten tijde van het gehoor opvolgende aanvraag 19 jaar is, is niet relevant. Aan eiser is immers gevraagd waarom hij toen deze jongen zo leuk vond. Verweerder zal nader moeten motiveren waarop hij de aannames baseert dat een 12-jarige zich niet tot een andere 12-jarige aangetrokken kan voelen vanwege het uiterlijk van die ander en het vermogen om anderen aan het lachen te maken. Verweerder verwacht kennelijk dat eiser bij een eerste verliefdheid eerst een analyse maakt van het karakter van die ander en vervolgens beslist of hij deze ander aantrekkelijk vindt in plaats van “gewoon” zijn gevoelens te ervaren. Zonder nadere motivering kan de tegenwerping dat eiser onvoldoende weet uit te leggen wat hij aantrekkelijk vond aan de 12-jarige jongen waarmee hij geen “relatie” heeft gehad en de 13-jarige jongen waarmee hij zijn eerste seksuele ervaringen heeft opgedaan geen stand houden. 29. Dat eiser inmiddels ouder is betekent niet dat eiser nu wel als vanzelfsprekend in staat moet worden geacht om meer gedetailleerd te kunnen verklaren wat eiser dacht en voelde toen hij 12 jaar oud was en waarom eiser is overgegaan tot het verrichten van enkele beperkte seksuele handelingen toen hij 13 jaar oud was. De rechtbank verwijst hierbij tevens naar de uitspraak van de Afdeling van 24 november 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2615). In rechtsoverweging 2.1 heeft de Afdeling onder meer het navolgende overwogen: (…) De rechtbank heeft namelijk niet onderkend dat, hoewel de vreemdeling tijdens het nader gehoor feitelijke antwoorden heeft gegeven op vragen van de staatssecretaris over zijn gevoelens en de worsteling die hij stelt te hebben doorgemaakt, de staatssecretaris niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom die antwoorden, mede in het licht van de jonge leeftijd waarop de vreemdeling stelt te hebben ontdekt dat hij homoseksueel is, volgens hem tekortschieten. Dat de vreemdeling inmiddels volwassen is, betekent niet dat van hem kan worden gevergd nu beter uit te kunnen leggen hoe de worsteling met zijn geaardheid destijds is geweest. Alleen het tegenwerpen van het tijdsverloop waardoor de vreemdeling volgens de staatssecretaris als volwassene moet reflecteren op zijn jeugd, is daarvoor in dit geval onvoldoende. Het zwaartepunt in lhbti-zaken moet immers juist liggen bij het persoonlijke en authentieke verhaal dat de vreemdeling vertelt over en vanuit zijn eigen ervaringen, zonder daarbij uit te gaan van stereotiepe uitgangspunten (uitspraak van de Afdeling van 12 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1885, onder 6.3). Hetzelfde geldt voor de verklaringen van de vreemdeling over de wijze waarop hij zijn seksuele geaardheid heeft geaccepteerd. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte overwogen dat de staatssecretaris deugdelijk heeft gemotiveerd dat en waarom de vreemdeling concreter of meer nauwkeurig had moet kunnen verklaren dan hij heeft gedaan. (…) 30. Tot slot overweegt de rechtbank dat het onbegrijpelijk is dat verweerder het relaas van eiser mede ongeloofwaardig acht omdat eiser opvallend weinig weet over de strafbaarheid van homoseksuele handelingen in Senegal. In het voornemen is hiertoe overwogen dat eiser weliswaar stelt dat homoseksualiteit in Senegal niet is toegestaan, maar geen wettelijke bepalingen weet te benoemen waarop hij deze stelling baseert. Zoals besproken ter zitting zal in Nederland ook te gelden hebben dat nagenoeg elke 13-jarige wéét dat het strafbaar is om anderen om het leven te brengen zonder in staat te zijn om aan te geven in welke wettelijke bepaling dit is vastgelegd. Ook deze tegenwerping houdt geen stand. 31. Verweerder heeft weliswaar een aantal van bovenstaande omstandigheden benoemd in het besluit maar heeft niet aangegeven hoe deze zijn gewogen en betrokken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling. Verweerder stelt zich op het standpunt dat “van betrokkene wel degelijk verwacht worden dat hij kan verklaren over zijn homoseksuele gevoelens, de persoonlijke beleving van zijn geaardheid, hoe hij deze gevoelens sinds zijn twaalfde ervaart en hoe hij hier ook uiting aan heeft gegeven, zij het in Europese landen. Betrokkene was ten tijde van het GOA negentien jaar oud en besefte zich dus al ruim zeven jaar dat hij op jongens valt. Daarom mag van betrokkene verwacht worden dat hij inzicht kan verschaffen in het ontstaan en het verloop van relaties alsook kan verklaren over de overwegingen die hij heeft gemaakt ten aanzien van het uiten van zijn homoseksuele geaardheid. Verder mag van betrokkene, of er nu over mannen of jongens gesproken wordt, verwacht worden dat hij inzicht geeft in zijn persoonlijke ervaringen en gevoelens. Betrokkene is er tijdens het gehoor op gewezen dat hij niet hoeft te vertellen over zijn seksuele uitingen maar dient te vertellen over zijn gevoelens en ervaringen. Dat betrokkene als twaalfjarige in termen van lust stelt te denken, betekent niet dat van betrokkene op inmiddels negentienjarige leeftijd niet meer diepgang verwacht mag worden. Betrokkene blijft met zijn verklaringen echter steken in oppervlakkigheden die toezien op het hebben van seksueel contact. Betrokkene maakt daarmee zijn geaardheid niet aannemelijk.” 32. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het besluit het referentiekader van eiser onvoldoende -kenbaar- heeft betrokken. Zowel ten aanzien van de signalen dat de verbale capaciteiten van eiser zonder meer beperkt lijken, als ten aanzien van de leeftijd waarop eiser zijn geaardheid ontdekte en zijn eerste seksuele ervaringen op heeft gedaan, heeft verweerder niet aangegeven op welke wijze hij dit heeft betrokken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling. Dit had wel gemoeten, te meer omdat verweerder vooral tegenwerpt dat eiser (te) summier en (te) oppervlakkig heeft verklaard. Verweerder dient nader aan te geven of en hoe het referentiekader de bewijsdrempel beïnvloedt en daarmee de geloofwaardigheidsbeoordeling regardeert. Verweerder heeft thans volstaan met het opsommen van enkele omstandigheden en de opmerking dat hiermee rekening is gehouden. De rechtbank kan echter niet vaststellen hoe verweerder dit heeft gedaan. De beroepsgronden op dit punt slagen. Reeds hierom zal het besluit worden vernietigd. Tegenstrijdigheden en voordeel van de twijfel 33. De rechtbank overweegt dat de beroepsgronden die zien op de tegengeworpen tegenstrijdigheden slagen en die tegenstrijdigheden dus geen stand houden. Eiser heeft in deze procedure verklaard dat degene die hem heeft betrapt met zijn vriendje degene is die tot gebed oproept in de Moskee. Aan eiser is tegengeworpen dat dit tegenstrijdig is met zijn verklaringen uit de eerste procedure omdat eiser toen heeft verklaard dat hij geen geloof had en nu, bij doorvragen over “de betrapping” heeft verklaard wel naar de moskee te gaan. Eiser heeft in het gehoor nadat de hoormedewerker hem met deze tegenstrijdigheid heeft geconfronteerd aangegeven dat hij bij de eerste asielaanvraag niet de waarheid heeft verteld omdat hij niet durfde te zeggen wat zijn echte vluchtmotief was. De tegenwerping van verweerder dat niet valt in te zien dat als eiser niet over zijn geaardheid durft te verklaren hij in strijd met de waarheid zou verklaren over het al dan niet “hebben van een geloof” en ook dit maakt dat zijn relaas thans ongeloofwaardig is slaagt niet. Daargelaten dat deze tegenstrijdig nogal “gezocht” lijkt, heeft eiser in deze procedure niet verklaard dat hij zichzelf als gelovig beschouwt. Hij heeft enkel verklaard dat degene die hem heeft betrapt diegene is die in de moskee tot gebed oproept en hij zelf wel eens naar de moskee is geweest. Verweerder heeft geen vragen gesteld of eiser als kind zelf besliste of hij naar de moskee ging of dat zijn moeder dit bepaalde. Verweerder heeft evenmin gevraagd of eiser naar de moskee ging vanuit een persoonlijke religieuze overtuiging of omdat hij gewoon geacht werd dit te doen. Van tegenstrijdige verklaringen is dan ook geen sprake, daargelaten dat verweerder niet heeft gemotiveerd hoe de verklaringen van over moskee-bezoek kunnen worden betrokken in de beoordeling van zijn seksuele gerichtheid. 34. Verweerder heeft overwogen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over het moment waarop hij ontdekte dat hij homoseksueel is. Eiser heeft aangegeven dat hij dit wist op 12-jarige leeftijd. Verweerder heeft bij herhaling gevraagd wat “de concrete gebeurtenis” of “de aanleiding” is geweest voor dit moment en of hij meerdere “relaties” in Senegal heeft gehad. Verweerder werpt eiser tegen en acht het opmerkelijk dat in de correcties en aanvullingen naar voren is gebracht dat eiser op 12-jarige leeftijd zich voor het eerst tot een andere jongen aangetrokken voelde. De rechtbank overweegt dat eiser voldoende goed heeft uitgelegd dat hij voor het eerst ervaarde dat hij op jongens valt omdat hij een jongen, tegen wie hij dit niet durfde te zeggen, erg leuk vond. Aan eiser is gevraagd of er “op school” iemand was die hij leuk vond en die vraag heeft eiser ontkennend beantwoord. Eiser heeft uitgelegd dat hij op 12-jarige leeftijd zelf niet meer naar school ging maar hij deze jongen wel -eerder- op school heeft leren kennen. Ook heeft eiser niets over deze jongen verteld omdat hem werd gevraagd of hij meerdere relaties heeft gehad en hij met deze jongen geen relatie heeft gehad. Eiser heeft in de gronden van beroep herhaald dat eiser op meerdere momenten enige seksuele handelingen heeft verricht met dezelfde jongen en dat hij daarbij éénmaal is betrapt en eiser en zijn moeder daags na die betrapping zijn gevlucht. Verweerder heeft aanvankelijk overwogen dat eiser tegenstrijdig zou hebben verklaard over het aantal keren dat hij is betrapt en het hoe dan ook ongeloofwaardig is dat eiser na een betrapping wederom seksuele handelingen met een andere jongen zou verrichten. Verweerder heeft deze beroepsgrond niet betwist zodat de rechtbank er van uitgaat dat deze tegenstrijdigheid, die overigens berust op een verkeerde lezing van de verklaringen van eiser, niet langer handhaaft. De rechtbank stelt vast dat van tegenstrijdige verklaringen geen sprake is. 35. Verweerder heeft voorts aangegeven dat de verklaringen van eiser dat hij met niemand kon praten over zijn geaardheid tegenstrijdig worden geacht aan de verklaringen van eiser dat hij meerdere relaties heeft gehad en in Nederland meerdere gesprekken over zijn geaardheid heeft gevoerd. De rechtbank overweegt dat dit een miskenning is van de verklarin

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...