Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2021:11189

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2021-10-08
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL21.9971, NL21.9972 en NL21.9973
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
1.911 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asiel. Armenië. Eiser 1 om medische redenen niet gehoord. Geloofwaardigheid van het asielrelaas. Individuele ambtsberichten. iMMO-rapport. Kennelijk ongegrond vanwege ontdoen van paspoorten. Beroepen gegrond met instandlating van de rechtsgevolgen.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummers: NL21.9971, NL21.9972 en NL21.9973 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen [Naam 1], verzoeker 1, V-nummer: [Nummer 1] [Naam 2] , verzoeker 2, V-nummer: [Nummer 2] [Naam 3] , verzoekster, V-nummer: [Nummer 3] hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers (gemachtigde: mr. M. Grigorjan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij drie afzonderlijke besluiten van 8 december 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat zij de uitkomst van de beroepen in Nederland mogen afwachten. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag in de zaken met nummers NL20.21436, NL20.21437 en NL20.21438 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen waarop deze verzoeken om een voorlopige voorziening betrekking hebben. Om die reden worden de verzoeken als kennelijk ongegrond afgewezen. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...