ECLI:NL:RBDHA:2020:5962
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2020-06-18
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
8:54 pkv na intrekking toegewezen.
Materiële kern
uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: NL19.26597 en NL19.26599 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer [V-nummer] , verzoeker, en [verzoekster] , V-nummer [V-nummer] , verzoekster, hierna gezamenlijk: verzoekers (gemachtigde: mr. A.J. van der Werff-Dost), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid , verweerder (gemachtigde: B. de Jong). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om vergoeding van hun proceskosten. Verweerder heeft op 15 april 2020 laten weten dat hij bereid is de proceskosten van verzoekers te vergoeden tot een bedrag van € 262,50. Overwegingen De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit. De rechtbank kan beslissen dat een van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Verzoekers zijn op 5 november 2019 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op hun aanvragen. Op 1 april 2020 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op hun aanvragen. Verzoekers hebben daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken. Verzoekers hebben daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. 4. Omdat verweerder pas nadat verzoekers in beroep zijn gegaan een beslissing heeft genomen, krijgen verzoekers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bbp is dit een vast bedrag omdat verzoekers een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hun een beroepschrift in te dienen. Omdat de rechtbank de zaken als samenhangende zaken ziet, wordt een bedrag toegekend zoals deze in één zaak zou worden gegeven. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt bovendien een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 262,50. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekers. Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog, voor zover nodig, in het openbaar uitgesproken. Deze uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op: 18 juni 2020 Documentcode: [documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u hiertegen in verzet. U moet hiervoor binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt een verzetschrift indienen. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...