Zaak

ECLI:NL:OGEAC:2023:224

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum
2023-06-28
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
CUR202204648
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
6.047 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Intrekken taxivergunning. De intrekking van een taxivergunning bij een leeftijd van 65 jaar vloeit voort uit de wet. Er is geen sprake van een beschikking. Zelfs als sprake is van het intrekken van een gedoogbeschikking creëert dat voor eiser geen rechtsingang. Het Gerecht verklaart zich onbevoegd om van het beroep van eiser kennis te nemen.

05Kern

Materiële kern

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Uitspraak in het geding tussen: [Eiser], wonend in Curaçao, eiser, gemachtigde: mr. A.K.H. Ayubi, tegen de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP), verweerder, gemachtigde: mr. G.N. Hollander. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt het Gerecht het beroep van eiser tegen de beslissing van verweerder van 29 april 2022 om zijn taxivergunning in te trekken. 1.1 Eiser heeft op 5 december 2022 beroep ingesteld tegen de intrekking van de taxivergunning. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. 1.2 Het Gerecht heeft het beroep op 19 april 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigden. Verweerder heeft zich tijdens de zitting laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en haar collega [naam] die ook werkzaam is bij het ministerie van VVRP. Beoordeling door het Gerecht 2. Het Gerecht dient eerst zijn bevoegdheid te beoordelen. Voor die beoordeling moet de vraag worden beantwoord of de brief van 29 april 2022 een beschikking is in de zin van de Lar. 3. Het Gerecht komt tot het oordeel dat de brief van 29 april 2022 geen beschikking is en dat hij onbevoegd is. Hierna legt het Gerecht dit oordeel uit en welke gevolgen dit oordeel heeft. Is de brief van 29 april 2022 een beschikking in de zin van de Lar? 4. Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Lar is een beschikking een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is. 4.1 Een rechtshandeling is gericht op het teweegbrengen van een rechtsgevolg. Van een beslissing met een rechtsgevolg is sprake in het geval van een scheppende daad van een bestuursorgaan waarmee een wijziging in de rechtstoestand van de betrokkene wordt bewerkstelligd. 4.2 Als de wijziging in de rechtstoestand voortvloeit uit een gebeurtenis of tijdsverloop heeft een beslissing of mededeling daaromtrent daarvan voor de betrokkene geen rechtsgevolg, aangezien er door het bestuursorgaan geen wijziging in de rechtstoestand wordt bewerkstelligd. Die wijziging vloeit immers voort uit de wet. In een dergelijk geval is geen sprake van een beschikking. 4.3 Op grond van artikel 3, derde lid, van de gewijzigde Eilandsverordening personenvervoer (A.B. 1991, no. 33) vervalt een vergunning voor het exploiteren van een kleine autobus, middelgrote autobus of taxi van rechtswege wanneer de vergunninghouder de leeftijd van vijfenzestig (65) jaar heeft bereikt. 5. Het Gerecht oordeelt als volgt. Eiser is geboren op [datum]. Ten tijde dat hij de brief van 29 april 2022 ontving was eiser dus 85 jaar. Zijn taxivergunning is dan ook op grond van artikel 3, derde lid, van de gewijzigde Eilandsverordening personenvervoer van rechtswege vervallen toen eiser 65 jaar werd. Dat betekent dat de wijziging in de rechtstoestand van eiser voortvloeit uit de wet en niet door een beslissing van verweerder is bewerkstelligd. De brief van 29 april 2022 is geen beschikking in de zin van de Lar. De omstandigheid dat verweerder in die brief van 29 april 2022 wel schrijft dat de vergunning wordt ingetrokken leidt het Gerecht niet tot een ander oordeel. De taxivergunning was immers op grond van de Eilandsverordening personenvervoer al van rechtswege vervallen. Op 29 april 2022 was er dus geen sprake (meer) van een taxivergunning die verweerder kon intrekken. Het Gerecht is alleen bevoegd kennis te nemen van beroepschriften die zijn gericht tegen een beschikking (artikel 10, eerste lid, van de Lar in samenhang met artikel 7, eerste lid, van de Lar). Nu er geen sprake is van een beschikking is het Gerecht onbevoegd van het beroep kennis te nemen. 6. Ter zitting heeft verweerder aangevoerd dat eiser na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar nog vele malen een taxivergunning heeft gekregen. Hoewel achteraf is gebleken dat eiser al die jaren eigenlijk geen recht had op die taxivergunning, was het volgens verweerder wel de bedoeling om aan eiser een taxivergunning af te geven. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat de taxivergunningen die telkens aan eiser zijn verleend als gedoogbeschikkingen moeten worden aangemerkt. 6.1 Zelfs als van de situatie wordt uitgegaan dat sprake is van een gedoogbeschikking creëert dat voor eiser geen rechtsingang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in 2019 (zie Raad van State van 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1356) een kader uiteengezet over het al dan niet kunnen aanwenden van een bestuursrechtelijk rechtsmiddel tegen beslissingen omtrent gedogen. In die uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat gedoogbeslissingen, de weigering een gedoogbeslissing te nemen en de intrekking van een gedoogbeslissing, op een enkele uitzondering na, geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en daarmee ook niet gelijk worden gesteld. Het Gerecht ziet aanleiding het kader van de Raad van State ook in Curaçao te volgen. Dat betekent dat ook als de eerder afgegeven vergunningen worden aangemerkt als gedoogbeschikkingen, de intrekking daarvan bij brief van 29 april 2022 geen beschikking is in de zin van de Lar en daartegen dus ook geen beroep mogelijk zou zijn. Conclusie en gevolgen 8. Het Gerecht is onbevoegd van het beroep van eiser kennis te nemen. Dat betekent dat het beroep van eiser niet inhoudelijk zal worden beoordeeld. In de praktijk betekent dat voor eiser dat hij niet over een taxivergunning beschikt. 9. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Gerecht geen aanleiding. Beslissing Het Gerecht: - verklaart zich onbevoegd . Aldus vastgesteld door mr. S.C.A. ter Borg, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2023, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Schaft, griffier. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van de uitspraak.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...