Zaak

ECLI:NL:RVS:2026:981

Instantie
Raad van State
Datum
2026-02-25
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
BRS.26.000482
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
1.905 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 21 februari 2024, vervangen door het besluit van 7 augustus 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

05Kern

Materiële kern

BRS.26.000482 ECLI:NL:RVS:2026:981 Datum uitspraak: 25 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 11 december 2025 in zaak nr. NL24.14827 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 21 februari 2024, vervangen door het besluit van 7 augustus 2025, heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten. Bij uitspraak van 11 december 2025 heeft de rechtbank het tegen het besluit van 21 februari 2024 door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard en het tegen het besluit van 7 augustus 2025 door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R.W.J.L. Loonen, advocaat in Sittard, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1.        De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 8 januari 2026. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen. Appellant heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. Wat appellant in het hogerberoepschrift als reden voor de late indiening heeft aangevoerd, is geen reden om het hoger beroep alsnog in behandeling te nemen. 2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.C.M. van Trappen, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Trappen griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026 985

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...