Zaak

ECLI:NL:RVS:2026:1161

Instantie
Raad van State
Datum
2026-03-03
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202401985/1/V1
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
1.789 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

05Kern

Materiële kern

202401985/1/V1. Datum uitspraak: 3 maart 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 29 februari 2024 in zaak nr. NL23.19828 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 29 februari 2024 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1.       De minister heeft de Afdeling laten weten dat appellant is vertrokken naar Syrië, zijn land van herkomst. In de door appellant ondertekende vertrekverklaring is expliciet vermeld dat hij ermee instemt dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd. Gelet daarop heeft appellant geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep over het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag. 2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Pronk griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2026 1028

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...