ECLI:NL:RVS:2025:71
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2025-01-10
- Procedure
- Hoger beroep
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 2 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.C. Kaptein, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Materiële kern
202404669/1/V1. Datum uitspraak: 10 januari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 2 juli 2024 in zaak nr. NL24.5227 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 2 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.C. Kaptein, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop de gemachtigde van de vreemdeling heeft gereageerd. Bij besluit van 21 november 2024 heeft de minister de aanvraag van de vreemdeling buiten behandeling gesteld, bepaald dat hij onmiddellijk moet vertrekken en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. Overwegingen 1. De minister heeft de Afdeling laten weten dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van de vreemdeling heeft op verzoek van de Afdeling laten weten dat zij geen contact meer met hem heeft. Daaruit leidt de Afdeling af dat de vreemdeling niet langer bescherming in Nederland zoekt. 2. Het besluit van 21 november 2024 wordt, gelet op artikel 6:20, derde lid, in samenhang gelezen met artikel 6:24 van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. 3. Aangezien de vreemdeling niet langer bescherming in Nederland zoekt, heeft hij geen belang meer bij een beoordeling van zijn hoger beroep en zijn beroep van rechtswege. 4. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het beroep van rechtswege tegen het besluit van 21 november 2024 is ook niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; II. verklaart het beroep tegen het besluit van 21 november 2024, V-[…], niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Hanrath griffier Uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2025 392
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...