Zaak

ECLI:NL:RVS:2025:6226

Instantie
Raad van State
Datum
2025-12-18
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
BRS.25.002496
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.545 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 3 november 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 16 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

05Kern

Materiële kern

BRS.25.002496 ECLI:NL:RVS:2025:6226 Datum uitspraak: 18 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 16 december 2025 in zaak nr. NL25.53858 in het geding tussen: [verzoeker] en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 3 november 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 16 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1.        Verzoeker heeft op 17 december 2025 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 16 december 2025 en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat haar voorgenomen overdracht op 19 december 2025 om 07.00 uur achterwege blijft. Alleen al omdat de hoger beroepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. 2.        De minister moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de voorgenomen overdracht van verzoeker op 19 december 2025 achterwege blijft; II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier. w.g. Essenburg voorzieningenrechter w.g. Nederhoff griffier Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025 918-1161

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...