Zaak

ECLI:NL:RVS:2025:5808

Instantie
Raad van State
Datum
2025-12-03
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
BRS.25.001725
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.088 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen

05Kern

Materiële kern

BRS.25.001725 ECLI:NL:RVS:2025:5808 Datum uitspraak: 3 december 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 25 september 2025 in zaak nr. NL24.29646 in het geding tussen: [betrokkene] en de minister. Procesverloop Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen Bij uitspraak van 25 september 2025 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, bepaald dat de minister binnen twee weken alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt en dat de minister een dwangsom verbeurt van € 200,00 voor elke dag dat zij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. De minister is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten. Overwegingen 1.        De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 23 oktober 2025. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen, namelijk op 29 oktober 2025. De minister heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. De minister heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om redenen aan te voeren waarom het hoger beroep toch in behandeling moet worden genomen. 2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten, is de Afdeling niet gebleken. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Pronk griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2025 1028

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...