Zaak

ECLI:NL:RVS:2025:5399

Instantie
Raad van State
Datum
2025-11-10
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202501633/3/V2.
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.526 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 27 maart 2023, gewijzigd en aangevuld bij besluit van 9 december 2024, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

05Kern

Materiële kern

202501633/3/V2. Datum uitspraak: 10 november 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van: [de verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 14 maart 2025 in zaak nr. NL23.9964 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 27 maart 2023, gewijzigd en aangevuld bij besluit van 9 december 2024, heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister het besluit van 9 december 2024 ingetrokken en het besluit van 27 maart 2023 gewijzigd door het terugkeerbesluit en het inreisverbod in te trekken en aan verzoeker mee te delen dat hij in het Schengeninformatiesysteem gesignaleerd wordt. Bij uitspraak van 14 maart 2025 heeft de rechtbank het door verzoeker tegen het besluit van 27 maart 2023, voor zover gewijzigd door het besluit van 17 januari 2025, en het besluit van 9 december 2024 ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Verder heeft de rechtbank het door verzoeker ingestelde beroep tegen het besluit van 27 maart 2023, voor zover niet gewijzigd door het besluit van 17 januari 2025, en het besluit van 17 januari 2025 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de minister veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van € 1.360,50. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter opnieuw verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1.       Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op het hoger beroep van verzoeker beslist. Daarom wordt geen voorlopige voorziening getroffen. 2.       Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.D. Salverda, griffier. w.g. Drop voorzieningenrechter w.g. Salverda griffier Uitgesproken in het openbaar op 10 november 2025 992

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...