Zaak

ECLI:NL:RVS:2025:3792

Instantie
Raad van State
Datum
2025-08-12
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202406198/1/V3
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.593 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 22 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 1 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.M. Niemer, advocaat in Amsterdam en vervolgens door mr. M. Spapens, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld.

05Kern

Materiële kern

202406198/1/V3. Datum uitspraak: 12 augustus 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 1 oktober 2024 in zaak nr. NL24.25667 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 22 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 1 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.M. Niemer, advocaat in Amsterdam en vervolgens door mr. M. Spapens, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop appellant heeft gereageerd. De minister heeft op verzoek van de Afdeling nadere schriftelijke inlichtingen gegeven. Overwegingen 1.       De door appellant in zijn grieven opgeworpen rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België, heeft de Afdeling beantwoord in haar uitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3305, onder 5 tot en met 5.7. De overwegingen in die uitspraak zijn hier van overeenkomstige toepassing. Hieruit volgt dat de grieven slagen. 2.       Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep is gegrond en de Afdeling vernietigt het besluit van 22 juni 2024. De minister moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        verklaart het hoger beroep gegrond; II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 1 oktober 2024 in zaak nr. NL24.25667; III.      verklaart het beroep gegrond; IV.     vernietigt het besluit van 22 juni 2024, V-[…]; V.      veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.721,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.A. de Jong, griffier. w.g. Wissels lid van de enkelvoudige kamer w.g. De Jong griffier Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2025 981

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...