Zaak

ECLI:NL:RVS:2025:3725

Instantie
Raad van State
Datum
2025-08-05
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202502667/2/V3
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.094 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

05Kern

Materiële kern

202502667/2/V3. Datum uitspraak: 5 augustus 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, van: [verzoeker], verzoeker. Procesverloop Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 1 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 augustus 2025 heeft de Afdeling het tegen deze uitspraak door verzoeker ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard. Verzoeker heeft op 4 augustus 2025 de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De griffier van de rechtbank heeft het verzoek ter behandeling aan de voorzieningenrechter van de Afdeling doorgezonden. Overwegingen 1.       Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt overgedragen totdat op het bezwaarschrift is beslist. 2.       Gelet op wat in de uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2025 in zaak nr. 202502667/1/V3 is overwogen en omdat wat verzoeker in zijn verzoek heeft aangevoerd geen grond biedt om niet langer van de rechtmatigheid van de voorgenomen overdracht uit te gaan, wordt het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. 3.       De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier. w.g. Wissels voorzieningenrechter w.g. Van Meurs-Heuvel griffier Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2025 47-1073

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...