ECLI:NL:RVS:2025:3539
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2025-07-30
- Procedure
- Hoger beroep
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluit van 26 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
Materiële kern
202404097/1/V1. Datum uitspraak: 30 juli 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 5 juni 2024 in zaak nr. NL24.13105 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 26 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Bij uitspraak van 5 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.M.I. Eleveld, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 7 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3385, onder 2.2, over de vaststelling van de staatloosheid in de asielprocedure). Het hoger beroep biedt geen reden om hierover in dit geval anders te oordelen. Bovendien is op 1 oktober 2023 de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid in werking getreden. 2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier. w.g. Van Breda lid van de enkelvoudige kamer w.g. Schuurman griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2025 1046
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...