Zaak

ECLI:NL:RVS:2025:2375

Instantie
Raad van State
Datum
2025-05-26
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202502621/2/V1
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
ja
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.384 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

05Kern

Materiële kern

202502621/2/V1. Datum uitspraak: 26 mei 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-­Hertogenbosch, van 10 april 2025 in zaak nr. NL25.13418 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 10 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, de minister opgedragen om binnen twee weken na de bekendmaking van de uitspraak een besluit te nemen op de asielaanvraag van verzoeker en bepaald dat zij aan verzoeker een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag dat zij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1.       Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat zij tot het moment waarop de Afdeling op haar hoger beroep heeft beslist, dan wel het moment waarop zij haar hoger beroep intrekt, wordt aangemerkt als ware zij in het bezit van de door haar gevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. 2.       Gelet op wat is aangevoerd en de onvoorziene gevolgen van de gevraagde voorziening, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening. 3.       Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier. w.g. Willems voorzieningenrechter w.g. Pronk griffier Uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2025 1028

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...