Zaak

ECLI:NL:RVS:2024:753

Instantie
Raad van State
Datum
2024-02-21
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202401016/1/V3
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.882 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 1 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

05Kern

Materiële kern

202401016/1/V3. Datum uitspraak: 21 februari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 7 februari 2024 in zaak nr. NL23.38013 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 1 december 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 7 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. N. Akbalik, advocaat te Nijmegen, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1.       In grief 2 klaagt de vreemdeling over het oordeel van de rechtbank dat de staatssecretaris zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat hij voor Bulgarije mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. 1.1.    De Afdeling constateert dat de rechtbank in het geheel niet is ingegaan op de door de vreemdeling aangevoerde omstandigheden ter onderbouwing van zijn betoog dat in zijn geval voor Bulgarije niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De enkele verwijzing naar twee uitspraken van de Afdeling is in het licht van wat door de vreemdeling is aangevoerd onvoldoende. 1.2.    De grief slaagt. 2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Wat de vreemdeling verder heeft aangevoerd hoeft niet te worden besproken. De Afdeling wijst de zaak naar de rechtbank terug om door haar te worden behandeld, waarbij zij het oordeel van de Afdeling in deze uitspraak in acht neemt (artikel 8:115, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb). De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        verklaart het hoger beroep gegrond; II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 7 februari 2024 in zaak nr. NL23.38013; III.      wijst de zaak naar de rechtbank terug; IV.      veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier. w.g. Drop lid van de enkelvoudige kamer w.g. Schipper griffier Uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2024 872-1020

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...