Zaak

ECLI:NL:RVS:2024:4917

Instantie
Raad van State
Datum
2024-11-29
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202406470/2/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.762 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 19 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

05Kern

Materiële kern

202406470/2/V2. Datum uitspraak: 29 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 1 oktober 2024 in zaak nr. NL24.2480 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 19 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Bij aanvullend besluit van 19 juni 2024 heeft de staatssecretaris het verzoek van de vreemdeling om heroverweging van het besluit van 19 januari 2024 afgewezen. Bij uitspraak van 1 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 19 januari 2024, zoals aangevuld bij besluit van 19 juni 2024, vernietigd voor zover daarbij de ingangsdatum is bepaald op 6 september 2022, de minister opgedragen om de door de vreemdeling gevraagde verblijfsvergunning toe te kennen met als ingangsdatum 1 september 2015 en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1.       De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. 2.       Het hoger beroep vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom en gelet op de belangen die de minister en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft hij een voorlopige voorziening. 3.       De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Aldus vastgesteld door N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier. w.g. Verheij voorzieningenrechter w.g. Iedema griffier Uitgesproken in het openbaar op 29 november 2024 915

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...