Zaak

ECLI:NL:RVS:2024:3240

Instantie
Raad van State
Datum
2024-08-04
Procedure
Mondelinge uitspraak
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202404878/2/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.493 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

05Kern

Materiële kern

202404878/2/V2. Datum uitspraak: 4 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 29 juli 2024 in zaak nr. NL24.18812  in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Tegenwoordig: voorzieningenrechter: mr. A.J.C. de Moor-van Vugt griffier: mr. S. Duyster ==================================== Bij besluit van 24 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 29 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter, bij mondelinge uitspraak van 4 augustus 2024: I.  treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling op 5 augustus 2024 achterwege blijft; II.  veroordeelt de minister Asiel en Migratie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Daartoe overweegt hij het volgende. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zijn voorgenomen uitzetting naar Zuid-Afrika op 5 augustus 2024 om 10:35 uur achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van een ordemaatregel een voorlopige voorziening. Dat betekent dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet naar Zuid-Afrika. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. De minister moet de proceskosten vergoeden. w.g. De Moor-van Vugt voorzieningenrechter w.g. Duyster griffier

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...