Zaak

ECLI:NL:RVS:2024:2959

Instantie
Raad van State
Datum
2024-07-19
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202107679/1/V3
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.399 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 9 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 1 december 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.

05Kern

Materiële kern

202107679/1/V3 Datum uitspraak: 19 juli 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­Hertogenbosch, van 1 december 2021 in zaak nr. NL21.14668 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 9 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 1 december 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.C. Pool, advocaat te Arnhem, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De vreemdeling en de staatssecretaris hebben nadere stukken ingediend. Bij besluit van 30 november 2023 heeft de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling opnieuw afgewezen. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft dit beroep doorgezonden aan de Afdeling. Overwegingen 1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. 3.       Het besluit van 30 november 2023 wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb, geacht ook onderwerp te zijn van dit geding. De vreemdeling heeft daar op 24 januari 2024 gronden tegen aangevoerd. Die gronden zijn eveneens gericht tegen het besluit op de aanvraag van de broer van de vreemdeling, wiens beroep wordt behandeld door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem. Onder deze omstandigheden ziet de Afdeling met het oog op een geconcentreerde behandeling van rechtsmiddelen aanleiding om het beroep met toepassing van artikel 6:19, vijfde lid, van de Awb, terug naar de rechtbank te verwijzen. 4.       De minister moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        bevestigt de aangevallen uitspraak; II.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; III.      verwijst het beroep tegen het besluit van 30 november 2023, V-[…], naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem. Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier. w.g. Den Heyer lid van de enkelvoudige kamer w.g. Weber griffier Uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2024 846

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...