Zaak

ECLI:NL:RBROT:2025:6012

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum
2025-05-21
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
ROT 25/2894
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
ja
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.890 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Intrekking Nederlanderschap. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat er een spoedeisend belang is waardoor de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht. Verzoeker kan zich nog steeds legitimeren met zijn verblijfsdocument. Verder is gesteld noch gebleken dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een vreemdelingen- of vluchtelingenpaspoort.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/2894 uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 mei 2025 in de zaak tussen [naam verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker dat ziet op de intrekking van zijn Nederlanderschap. 1.1. Met het bestreden besluit van 18 februari 2025 heeft de staatssecretaris verzoekers Nederlanderschap ingetrokken. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 1.2. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist, waardoor de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij familie in Europa heeft wonen en zonder Nederlands paspoort niet meer kan reizen. Daarnaast voert verzoeker aan dat hij zich niet meer kan identificeren bij eventuele aanhoudingen in het verkeer, op de openbare weg of op de arbeidsmarkt. 3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van onverwijlde spoed, waardoor de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht. Als gevolg van het bestreden besluit is verzoeker weer vreemdeling en valt hij terug op de verblijfsvergunning die hij had voordat hij het Nederlanderschap verkreeg. Verzoeker kan bij de Immigratie- en naturalisatiedienst (IND) een nieuw verblijfsdocument aanvragen. Daarmee kan hij zich identificeren. Verder is gesteld noch gebleken dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een vreemdelingen- of vluchtelingenpaspoort, waarmee hij naar het buitenland kan reizen. Conclusie en gevolgen 4. Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afwijzen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Lunenberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2025. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...