ECLI:NL:RBDHA:2026:15759
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2026-01-22
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Asiel; asielmotieven ongeloofwaardig bevonden; niet gebleken is dat verweerder de asielmotieven van eiser ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden; verweerder heeft eiser tegen kunnen werpen dat hij onvoldoende samenhangend en aannemelijk heeft verklaard; de ingebrachte landeninformatie doet daar niet aan af; evenmin is gebleken dat sprake zou zijn van belemmeringen om goed te kunnen verklaren; niet is gebleken dat eiser niet zou zijn geconfronteerd met zijn eerdere verklaringen; beroep is ongegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.56994 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. Ch.R. Vink). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 13 mei 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 24 oktober 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond . 1.1. De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, Z.K. Botani als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Het asielrelaas 2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2005 en heeft een onbekende nationaliteit. Hij heeft het volgende aan zijn asielrelaas ten grondslag gelegd. Eisers vader was hoofd van een geheim genootschap in Sierra Leone, te weten het [genootschap]. Kort voordat zijn vader overleed in 2020, heeft hij aan eisers oom (eveneens lid van het genootschap) laten weten dat hij wil dat eiser hem opvolgt. Eiser wilde dit niet maar zijn oom heeft hem, na de begrafenis van zijn vader, wel in huis genomen. Dit ging goed tot eiser op 3 oktober 2022 ’s nachts tegen zijn wil in door leden van het genootschap is meegenomen naar een nabijgelegen bos voor een geheime initiatie. Als onderdeel hiervan is eiser met een mes gemarkeerd, waardoor hij bewusteloos raakte. Op 5 oktober 2022 heeft eiser terwijl de leden van de genootschap lagen te slapen uit het bos kunnen ontsnappen en is hij uit Sierra Leone gevlucht. Bij terugkeer vreest hij voor het genootschap, omdat hij nu hun geheimen weet. Het bestreden besluit 3. Verweerder heeft twee asielmotieven uit het asielrelaas van eiser herleid. Zijn identiteit, nationaliteit en herkomst zijn geloofwaardig. Eisers problemen met het genootschap worden echter niet geloofd. Verweerder heeft eiser tegengeworpen dat hij zijn asielrelaas niet met objectieve documenten heeft onderbouwd en dat zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Volgens verweerder is eiser dan ook geen vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag en loopt hij bij terugkeer naar Sierra Leone geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM . Tot slot wordt eiser een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van vier weken. Wat vindt eiser in beroep? 4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert hiertoe het volgende aan. In de eerste plaats verwijst eiser naar hetgeen hij eerder in de procedure heeft aangevoerd en beschouwt hij dit als herhaald en ingelast. Daarnaast voert eiser aan dat zijn relaas geloofwaardig is, nu het overeen komt met eerder aangedragen landeninformatie en waaruit blijkt welke rol het genootschap in de samenleving van Sierra Leone speelt. Van tegenstrijdigheden of ongeloofwaardigheden is dan ook geen sprake. Eiser is daarbij tijdens zijn gehoor niet met eventuele tegenstrijdigheden geconfronteerd en is er niet door verweerder op doorgevraagd, wat de besluitvorming onzorgvuldig maakt. Verder is eiser van mening dat er onvoldoende rekening is gehouden met de context waarin zijn verklaringen geplaatst moeten worden. Zo speelt zijn jonge leeftijd, het trauma dat eiser aan de ervaringen heeft overgehouden en de algemeen bekende landeninformatie over zijn land van herkomst hierin een grote rol. Wat is het oordeel van de rechtbank? Herhaald en ingelast 5. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van de zienswijze kan de rechtbank niet afleiden waarom eiser van oordeel is dat het besluit onrechtmatig tot stand gekomen is, dan wel gebreken bevat. Dit wordt dan ook niet aangemerkt als een beroepsgrond. De rechtbank zal zich in de behandeling beperken tot de gronden zoals deze in beroep zijn aangevoerd en toegelicht. Geloofwaardigheidsbeoordeling 6. Verweerder heeft eisers asielmotief over zijn gestelde problemen met het genootschap naar oordeel van de rechtbank ongeloofwaardig kunnen vinden. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. 6.1. Verweerder heeft eiser tegen kunnen werpen dat het onlogisch is dat eiser zou worden gevraagd als opvolger van zijn vader, omdat uit landeninformatie blijkt dat nieuwe leden onderaan de hiërarchie beginnen en zijn vader hier nooit eerder blijk van heeft gegeven. Eiser bestrijdt in beroep de landeninformatie waar verweerder naar heeft verwezen in zoverre ook niet en de door eiser eerder overgelegde landeninformatie spreekt dit niet tegen. Eisers verklaring over waarom zijn vader hem als opvolger zou willen is verder enkel gebaseerd op aannames. Zo ook is de stelling ter zitting dat vanwege zijn vaders rol binnen het genootschap er waarde wordt gehecht aan eisers initiatie, niet nader onderbouwd. Daarbij heeft eiser volgens verweerder tegenstrijdig verklaard over de twee jaar tussen zijn vaders dood en zijn ontvoering door het genootschap. Verweerder acht het namelijk onlogisch dat eiser pas na twee jaar werd ontvoerd om geïnitieerd te worden en de verklaring van eiser dat het genootschap niet wist waar hij was strookt niet met zijn verklaring dat hij in die tijd bij zijn oom heeft gewoond, die eveneens lid is van het genootschap. Ter zitting heeft eiser daarover aangegeven dat hij ten tijde van het overlijden van zijn vader nog niet de juiste leeftijd had voor initiatie – hij was destijds 15 jaar oud. Naast dat eiser dit niet eerder heeft verklaard, neemt dit niet zonder meer weg dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard. Verweerder heeft eiser verder tegen kunnen werpen dat hij wisselend heeft verklaard over hoe en wanneer hij is ontsnapt. Zo kon verweerder het onvoorstelbaar vinden dat van de 20 à 25 mensen die eiser zouden hebben ontvoerd, niemand de wacht heeft gehouden. Ook omdat eiser zijn eerdere verklaring over dat hij twee personen in het bos zou hebben gezien tijdens zijn vlucht later ontkende en eiser niet consequent heeft verklaard over de reden van zijn verwondingen. Voor wat betreft de tegenwerping van verweerder dat eiser weinig kennis blijkt te hebben, heeft eiser aangevoerd dat dat strookt met het gegeven dat het een geheim genootschap betreft. Hun interne informatie is niet openbaar beschikbaar waar ook verweerder tegenaan loopt. Hoewel eiser daar tot op zekere hoogte in gevolgd kan worden, neemt dit niet weg dat verweerder wel enige (hetzij algemene) kennis van eiser mag verwachten. Verweerder heeft het gebrek aan kennis daarbij vreemd kunnen vinden nu eiser zelf heeft verklaard dat hij zijn vader gedwongen moest opvolgen in een leiderschapsrol voor het genootschap. Zo ook nu eiser heeft verklaard geheimen van het genootschap te weten, wat eiser aan zijn vrees bij terugkeer ten grondslag legt, maar wat bij verdere navraag volgens zijn eigen antwoord algemeen bekende informatie betreft over dat zij offers maken. 6.2. In de verdere door eiser bij zijn zienswijze aangevoerde landeninformatie heeft verweerder ook geen aanleiding hoeven zien eisers relaas geloofwaardig te vinden. Hoewel eisers gestelde omstandigheden hier binnen lijken te passen, neemt dit niet weg dat hij onvoldoende samenhangend en aannemelijk heeft verklaard over wat hem zou zijn overkomen en de redenen waarom. Dat verweerder daarbij onvoldoende rekening zou hebben gehouden met eisers leeftijd en het trauma dat eiser aan de gebeurtenissen heeft overgehouden, is ook niet gebleken. Voorop staat dat uit het medisch advies niet blijkt van beperkingen tot horen en verklaren. Ook uit het hoorverslag kan niet worden opgemaakt dat eiser moeite heeft gehad met het verklaren over bepaalde gebeurtenissen – buiten dat hij op momenten begrijpelijk emotioneel werd – en eiser heeft zijn stelling niet nader onderbouwd met bijvoorbeeld medische stukken waaruit een en ander zou blijken. Zelfs als wordt gevolgd dat er bij eiser sprake is van een trauma, is niet gesteld of gebleken dat hij daardoor geen goede verklaring af heeft kunnen leggen. Vooral nu eiser geen correcties en aanvullingen heeft ingediend en hij ook ter zitting heeft aangegeven dat dit is hoe hij zich de gebeurtenissen herinnert. Dat eiser tijdens de gestelde gebeurtenissen jong was, is door verweerder erkend en verweerder heeft ook ter zitting toegelicht dat van eiser niet wordt verwacht dat hij woord-voor-woord kan terughalen wat zich destijds heeft voorgedaan. Desalniettemin is niet onderbouwd waarom dit tot een ander oordeel had moeten leiden en neemt dit niet weg dat verweerder wel van eiser mag verwachten dat hij een samenhangende en aannemelijke verklaring aflegt. 6.3. Ten aanzien van de stelling van eiser dat hij ten onrechte tijdens het gehoor niet met tegenstrijdigheden is geconfronteerd, wordt hij daarin niet gevolgd. Zo is onder meer op pagina 26, 30, 36 en 40 van het verslag van de het nader gehoor te lezen dat eiser op enkele onderwerpen wordt geconfronteerd met eerdere verklaringen of feiten die tegenstrijdig of wisselend zijn met zijn antwoorden en is hem om opheldering gevraagd. De stelling dat eiser tijdens zijn gehoor niet met tegenstrijdigheden of wisselende verklaringen is geconfronteerd, kan dan ook niet worden gevolgd. Bovendien heeft eiser de mogelijkheid gehad om correcties en aanvullingen in te dienen en heeft hij in zijn zienswijze en in beroep gelegenheid gehad om op de tegenwerpingen van verweerder te reageren. Conclusie en gevolgen 7. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser op goede gronden afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijkt. 7.1. Omdat het beroep ongegrond is krijgt eiser geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van P.J.J. Schaap, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Verwezen is naar Fontaine, Initiation , 1985, pag. 39, 73 en 94.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...