ECLI:NL:RBDHA:2026:11685
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2026-02-10
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Asiel Nigeria, biseksuele geaardheid. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de identiteit van eiser ongeloofwaardig is. Ook heeft de minister eisers verklaringen over zijn biseksuele geaardheid en de daaruit volgende problemen niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Het beroep is ongegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummer: NL24.40773 V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. S. Sewnath), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. L.J.E. Altdorf). Inleiding 1. Eiser heeft op 25 december 2021 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 september 2024 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. 1.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, J. Ankomah als tolk in de Engelse taal en de gemachtigde van de minister. Ook was aanwezig [de persoon]. Overwegingen 2. De rechtbank beoordeelt in deze zaak de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. De rechtbank doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden. 3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het asielrelaas 4. Eiser legt – samengevat – aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser verklaart dat zijn echte naam [naam] is en dat hij is geboren op [geboortedag 1] 1999 met de Nigeriaanse nationaliteit. Hij heeft de alias [eiser], geboren op [geboortedag 2] 1999, gebruikt tijdens zijn vlucht uit Nigeria. Eiser is biseksueel en heeft daardoor verschillende problemen ervaren in Nigeria. Hij is in 2014 vrijwillig het leger ingegaan, toen hij door zijn vader uit huis is gezet na een incident. Eiser heeft in het leger een relatie gekregen met zijn mannelijke kamergenoot. Hij is vervolgens betrapt en heeft toen een levenslange gevangenisstraf gekregen van het militair gerecht. Eiser is in 2016 uit de gevangenis ontsnapt. Het bestreden besluit 5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen: identiteit, nationaliteit en herkomst; biseksualiteit; en problemen vanwege zijn geaardheid. De minister stelt zich op het standpunt dat de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De identiteit, biseksualiteit en problemen vanwege eisers geaardheid worden niet geloofwaardig geacht. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is. Identiteit, nationaliteit en herkomst 6. Eiser voert aan dat aan hem niet mag worden tegengeworpen dat hij gebruik heeft moeten maken van een valse identiteit tijdens zijn vlucht. Eiser kan niet aan documenten komen in Nigeria, omdat hij daar wordt vervolgd vanwege zijn seksuele geaardheid. De verklaringen van eiser over zijn alternatieve identiteit zijn consequent en geloofwaardig. 7. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de identiteit van eiser ongeloofwaardig is. Eiser heeft pas voor het eerst in het nader gehoor verklaard dat hij een andere identiteit heeft, dan de identiteit die hij heeft opgegeven in zowel het gehoor bij de politie als het aanmeldgehoor. De minister heeft in dat verband aan eiser kunnen tegenwerpen dat eiser ook tijdens zijn asielprocedure in Italië de naam [eiser] heeft opgegeven en volgens eigen verklaringen ook een paspoort heeft gekregen bij de Nigeriaanse ambassade in Zwitserland onder die naam. Eiser heeft daarnaast ook twee Facebookpagina’s onder die naam, waarover eiser verklaart dat die pagina’s zijn aangemaakt door een vriend onder zijn naam . Die verklaring geeft evenmin inzicht in de identiteit van eiser. De minister heeft het daarbij ongerijmd kunnen vinden dat eiser aanvoert in beroep dat de pagina’s er zijn om contact met vrienden te onderhouden, terwijl hij ook stelt een alias te hebben gebruikt. De enkele foto van de militaire ID-kaart die is overgelegd heeft de minister onvoldoende kunnen vinden om de identiteit van eiser te onderbouwen. De beroepsgrond slaagt niet. Biseksualiteit 8. Eiser voert aan dat ten onrechte zijn biseksuele geaardheid niet geloofwaardig is geacht. In Nederland is eiser door een gebrek aan zelfvertrouwen en introversie niet op zoek gegaan naar LHBTI-netwerken. De minister werpt dan ook ten onrechte aan hem tegen dat hij geen kennis heeft van die organisaties in Nederland. Eiser is getraumatiseerd en dit heeft zijn gedrag beïnvloed. Eiser was minderjarig toen hij zijn eerste relatie met een man is aangegaan in Nigeria en niet kan worden verwacht dat hij rationeel verklaart over die relatie, omdat hij een kind was toen hij die gevoelens beleefde. Verder heeft eiser duidelijk verklaard waarom hij in Libië een relatie met een vrouw aanging. Dit was omdat het een strikt islamitisch land is dat homoseksualiteit zwaar straft. Het was een overlevingsstrategie om die relatie aan te gaan. Ook zijn huidige relatie met zijn vrouwelijke partner is slechts platonisch en ondersteunend en zijn gevoelens zijn primair gericht op mannen. Eiser heeft dan ook voldoende consequent en geloofwaardig verklaard over zijn biseksuele geaardheid. 9. De rechtbank overweegt dat eiser in het aanvullend gehoor heeft verklaard dat hij in Italië regelmatig naar een ‘gaybar’ ging en ook (voor zijn vrienden) een openlijke relatie met een man heeft gehad. Eiser verklaart echter ook dat hij in Nederland geen LHBTI+-organisaties kent omdat hij introvert is en niet zelfverzekerd is vanwege de trauma’s die hij heeft ervaren in Nigeria. De rechtbank is het met de minister eens dat eiser geen duidelijke verklaring heeft gegeven voor de verandering in zijn gedrag en omgang. Eiser verklaart juist dat in Nederland personen vrijelijk hun seksualiteit kunnen uitten en openlijk kunnen zijn wie ze zijn. De minister heeft dat tegenstrijdig kunnen vinden. De minister heeft daarbij ook kunnen betrekken dat eiser pas in beroep heeft aangegeven dat hij door een trauma fragmentarisch heeft verklaard. Eiser heeft hiertoe geen stukken overgelegd en dit is ook niet eerder in de procedure aangevoerd. Dat de minister meer rekening had moeten houden met dat eiser fragmentarisch heeft verklaard, volgt de rechtbank dus niet. Overigens strookt dit standpunt ook niet met het standpunt dat eiser voldoende consequent en geloofwaardig heeft verklaard. 9.1. De rechtbank stelt verder vast dat eiser heeft verklaard dat hij na zijn vlucht uit Nigeria in Libië een relatie met een vrouw is aangegaan. De minister heeft ook deze verklaring ongerijmd kunnen vinden. Het is onduidelijk waarom eiser in Nigeria geen relatie met een vrouw wilde aangaan, terwijl hij daar ook ernstige problemen door zou hebben ondervonden, maar dat hij zodra hij weg was uit Nigeria wel een relatie met een vrouw zou aangaan. Over eisers verklaring dat het een overlevingsstrategie was, heeft de minister kunnen opmerken dat nergens uit blijkt dat het niet mogelijk is om als alleenstaande man in Libië te zijn. Eiser heeft verder verklaard dat zijn gevoelens voor mannen altijd sterker zijn geweest dan voor vrouwen en dat hij het nooit heel leuk vond om met meisjes te zijn. Eiser heeft verder niet uitgelegd hoe zijn seksuele identiteit veranderde. Dat eiser een relatie met Blessing is aangegaan, puur om haar te beschermen, terwijl hij eigenlijk gevoelens heeft voor mannen heeft de minister dan ook ongerijmd kunnen vinden. De minister heeft verder de verklaring van eiser, dat hij de ontdekking van zijn biseksuele gevoelens en zijn eerste ervaringen daarmee niet met diepgang kan omschrijven omdat hij destijds minderjarig was, onvoldoende kunnen vinden. Ook van iemand die minderjarig was toen de gestelde gevoelens zich ontwikkelden, mag worden verwacht dat hij meer inzicht kan geven in zijn beleving daarvan De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister niet ten onrechte de verklaringen van eiser over zijn biseksuele geaardheid ongeloofwaardig heeft geacht. De beroepsgrond slaagt niet. Problemen vanwege geaardheid 10. Eiser voert aan dat hij getraumatiseerd is door zijn ervaring in de gevangenis in Nigeria. De minister heeft onvoldoende rekening gehouden met de complexiteit en spanning van de situatie waarin eiser zich bevond. Eiser heeft uitvoerig verklaard over hoe de ontsnapping plaatsvond en hoe hij samen met celgenoten, waaronder leden van Boko Haram, wist te ontsnappen via een tunnel. Dat hij aanvankelijk verklaarde dat de celgenoten hem pas in Niger opmerkte en later aangaf dat ze hem in de pick-up opmerkte is een begrijpelijke inconsistentie die voortvloeit uit de stressvolle en traumatische aard van de gebeurtenis en de overlevingsmodus waar hij in zat. 11. De rechtbank stelt vast dat eiser in het nader gehoor heeft verklaard dat hij pas werd opgemerkt door de andere gevangenen in Niger. Hij heeft ook verklaard dat er vijf of zes mensen in de cel zaten met wie hij is ontsnapt. In de correcties en aanvullingen corrigeert eiser dat hij opviel in de pick-up, maar gedoogd werd tot Niger. De minister heeft die tegenstrijdigheid aan eiser kunnen tegenwerpen. De verklaring van eiser in beroep dat hij door zijn trauma niet goed heeft kunnen verklaren en dat hij in een overlevingsmodus was, is onvoldoende. Zoals de minister terecht heeft opgemerkt heeft eiser daar niet eerder over verklaard en ook verder niet onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet. Problemen vanwege gevangenschap vader 12. Eiser voert tot slot aan dat hij consistent heeft verklaard over zijn vader die werd opgepakt door de Nigeriaanse autoriteiten als vergelding voor zijn eigen ontsnapping uit de gevangenis. Deze verklaring is logisch in de context van de wraakzuchtige praktijken van de Nigeriaanse veiligheidsdiensten. Op de zitting heeft eisers gemachtigde desgevraagd aangegeven dat dit als relevant element had moeten worden geduid. 12.1. De minister stelt zich primair op het standpunt dat eiser niet eerder heeft aangevoerd dat de gestelde gevangenschap van zijn vader als een losstaand element geduid moest worden. Subsidiair stelt de minister zich op het standpunt dat de verklaringen van eiser over de gevangenschap zijn meegenomen in de beoordeling van de gestelde problemen vanwege de geaardheid van eiser. 13. Nog los van het feit dat eiser dit punt pas op zitting naar voren heeft gebracht, overweegt de rechtbank als volgt. Zoals hiervoor is geoordeeld heeft de minister de verklaringen van eiser over zijn gevangenschap tegenstrijdig kunnen vinden. Eiser heeft verder geen stukken of een andere onderbouwing gegeven van de gevangenneming van zijn vader. De rechtbank leest in de besluitvorming van de minister met betrekking tot de gestelde gevangenschap van eiser zelf ook dat in dat kader de gestelde gevangenschap van de vader van eiser is betrokken. De minister heeft kunnen vinden dat eiser de gevangenneming van zijn vader niet aannemelijk heeft gemaakt. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 14. De rechtbank is van oordeel dat de minister de asielaanvraag van eiser niet ten onrechte heeft afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond, dat betekent dat eiser ongelijk krijgt. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Op pagina 10 en 11 van het nader gehoor. Op pagina 4 van het aanvullend gehoor. Idem. Op pagina 9, 10 en 11 van het aanvullend gehoor. Op pagina 24 en 31 van het nader gehoor en pagina 14 van het aanvullend gehoor. Op pagina 23 van het nader gehoor. Op pagina 9 van het aanvullend gehoor. Op pagina 11, 18 en 23 van het nader gehoor. Op pagina 13 van het nader gehoor. Op pagina 29 van het nader gehoor. Op pagina 5 van de correcties en aanvullingen van het nader gehoor.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...