ECLI:NL:RBDHA:2026:11604
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2026-02-10
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
“Verlengde asielprocedure Libië. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat eisers verklaringen tegenstrijdig en wisselend zijn en dat de minister het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. De rechtbank is ook van oordeel dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er individuele omstandigheden zijn waardoor hij een reëel risico op ernstige schade zou lopen bij terugkeer naar Libië. Beroep ongegrond.”
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummer: NL24.40874 V-nummer: [v nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser (gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. L.J.E. Altdorf). Procesverloop Eiser heeft op 8 december 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 24 september 2024 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, T. Ayash als tolk in de Arabische taal en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 1. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser stelt van Libische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1989. De vader en oom van eiser zijn respectievelijk in 2013 en 2018 vermoord. Eiser is in 2020 gestopt met werken, omdat er geen werk meer was. Op 15 maart 2022 heeft er een incident plaatsgevonden waarbij eiser is beschoten en milities hem mogelijk wilde ontvoeren. De reden hiervoor is het pompstation dat in bezit is van eiser en zijn familie. De milities wilden dat eiser het pompstation ging opendoen en belasting ging betalen over meerdere winkels die in bezit van de familie waren Dit hebben zij gevraagd aan zijn broer [naam 1] , die de directeur was, zijn oom [naam 2] en aan eiser zelf. Dit was vanaf het overlijden van eisers vader. Eiser en zijn familieleden hebben deze verzoeken nooit ingewilligd. Eiser is bang dat hij bij terugkeer vermoord zal worden door de milities. Het bestreden besluit 2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen: identiteit, nationaliteit en herkomst; en problemen met milities. De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig wordt geacht. De problemen met de milities zijn niet geloofwaardig. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is. Beroepsgronden 3. Eiser voert – kort samengevat – aan dat hij de problemen die hij heeft ondervonden in Libië voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Hij heeft duidelijk en consequent verklaard over de beschieting die heeft plaatsgevonden bij het tankstation. Daarbij is het ook aannemelijk dat de milities hem willen vermoorden vanwege het pompstation dat in zijn bezit is. Eerder zijn de oom en vader van eiser, op wiens naam het pompstation stond, vermoord. Eiser was dan ook het doelwit van de schietpartij. Na het incident ging eiser alleen naar buiten om zijn moeder te begeleiden naar het ziekenhuis en als het strikt noodzakelijk was. Hierover heeft hij niet tegenstrijdig en ongerijmd verklaard. Verder is eiser als ondernemer extra kwetsbaar voor het geweld dat in Tripoli en omgeving plaatsvindt en is een terugkeer naar Libië in strijd met artikel 3 van het EVRM . Problemen met de milities 4. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte de verklaringen van eiser over de problemen met de milities ongeloofwaardig heeft bevonden. Met betrekking tot het incident heeft eiser wisselend verklaard over de personen die op hem zouden hebben geschoten en wat er precies is gebeurd. Eiser heeft eerst verklaard dat hij de personen die zouden hebben geschoten niet heeft gezien, maar dat hij enkel hoorde dat er werd geschoten. Later verklaart eiser dat hij zag dat de personen hem zagen en zich toen heeft verstopt achter een grote steen. Eiser weet niet of de personen hem wilde vermoorden of ontvoeren. Eiser verklaart ook dat hij niet wist of ze weg gingen of niet, maar dat hij via een andere kant van de boerderij is weggelopen. In de correcties en aanvullingen op het nader gehoor heeft eiser aangegeven dat de kogels hem om de oren vlogen. In de aangifte die eiser heeft overgelegd staat echter dat hij heeft verklaard dat er plotseling een gewapende groep personen voor hem verscheen, die hem probeerde te ontvoeren om losgeld te laten betalen, en dat toen hij probeerde weg te komen zij op hem hebben geschoten. Uit de aangifte die eiser heeft gedaan blijkt ook dat hij heeft verklaard dat de personen de woning zijn binnengedrongen. Op de zitting heeft de rechtbank gevraagd hoe het is gegaan met het incident, maar de situatie is er niet duidelijker op geworden. Eiser heeft toen namelijk verklaard dat er vanuit een auto op hem werd geschoten, dat hij zich vervolgens heeft verstopt en dat ze toen zijn weggereden. Wel vindt de rechtbank de redenering van de minister dat de kogels eiser om de oren vlogen nog niet wil zeggen dat die aan hem gericht waren, onvoldoende. Eiser heeft immers op de zitting verklaard dat hij op dat moment alleen was en uit het nader gehoor blijkt verder niet dat de minister hier vragen over heeft gesteld. Dat neemt echter niet weg dat eiser over meerdere punten, zoals hiervoor weergegeven, wisselend heeft verklaard. De minister heeft dat dan ook aan eiser kunnen tegenwerpen. 4.1. Eiser heeft verder verklaard dat hij bang is voor de milities omdat zij het pompstation in hun bezit willen krijgen en dat ook het overlijden van de oom van eiser in 2018 en de vader van eiser in 2013 hier in verband mee staat. Uit de aangifte die eiser heeft overgelegd blijkt echter dat hij heeft verklaard dat de reden voor de poging tot ontvoering was om losgeld te betalen. Eiser heeft verder geen onderbouwing gegeven waaruit blijkt dat het overlijden van zijn vader en oom in verband zou staan met het incident. Zoals de minister ook terecht heeft gesteld staat het pompstation niet alleen op de naam van eiser, maar ook op die van zijn broer. Niet is gebleken van een verband tussen het in bezit hebben van het pompstation en het incident. De minister heeft dat dan ook aan eiser kunnen tegenwerpen. 4.2. Verder is de rechtbank het met de minister eens dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de periode na het incident. Eiser heeft verklaard dat hij niet naar buiten durfde te gaan na het incident, dat plaatsvond in maart 2022. Echter heeft hij ook verklaard dat hij nog tot en met medio november 2022 in Libië is gebleven en na de aanval ook meermaals op en neer naar Tunesië is gereisd voor medische behandelingen van zijn moeder. Dat die reizen strikt noodzakelijk waren en dat alleen eiser de aangewezen persoon was, is niet gebleken. Eiser heeft namelijk ook verklaard dat hij nog andere familieleden heeft die in Libië wonen. Verder heeft eiser ook verklaard over die periode dat als iemand hem nodig had om mee te reizen, dat hij met diegene meeging en dat hij alleen in het gezelschap van anderen buiten kwam . Die verklaringen zijn tegenstrijdig met de verklaringen van eiser dat hij uit angst ondergedoken zat voor de milities. 4.3. Met betrekking tot de vraag of eiser al dan niet tegenstrijdig heeft verklaard over het geld waarover hij beschikt, komt de rechtbank tot de conclusie dat een beantwoording van die vraag niet afdoet aan wat hiervoor al is beoordeeld. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eisers verklaringen tegenstrijdig en wisselend zijn en dat de minister het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. De beroepsgrond slaagt niet. Reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Libië 5. Eiser voert aan dat er voor het gebied waar eiser woonachtig was, een 15c situatie in de laagste gradatie aangenomen is. Eiser is als ondernemer en eigenaar van diverse ondernemingen extra kwetsbaar voor het geweld dat in Tripoli en omgeving plaatsvindt. Hij is daarnaast vaker op pad dan een gemiddeld burger en loopt dan ook eerder de kans slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Hiertoe verwijst eiser naar het Algemeen Ambtsbericht over Libië van 2025. 5.1. De rechtbank overweegt dat uit de kamerbrief van 27 oktober 2025 blijkt dat het noordwesten van Libië wordt gekwalificeerd als een 15c gebied in de laagste gradatie. In die brief is vastgesteld door de minister dat er op dat moment geen sprake is van een situatie waarin iedere burger in Libië, enkel door zijn aanwezigheid, een reëel risico loopt op ernstige schade. Burgers in het noordwesten van Libië, met name Tripoli, en in [plaats] lopen een risico om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. In de kamerbrief staat dat er soms middelen worden gebruikt door de strijdende partijen die kunnen leiden tot burgerdoden. Het aantal slachtoffers is echter relatief laag, omdat zij in niet het primaire doel van de aanvallen zijn. Het risico om getroffen te worden door willekeurig geweld is daardoor dermate klein dat er altijd sprake moet zijn van aanvullende individuele omstandigheden waardoor er een reëel risico is op ernstige schade bij een terugkeer naar Libië. 5.2. De rechtbank is van oordeel dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er individuele omstandigheden zijn waardoor hij een reëel risico op ernstige schade zou lopen bij terugkeer naar Libië. Zoals hierboven geoordeeld heeft de minister niet ten onrechte de gestelde problemen met de milities ongeloofwaardig geacht. Dat eiser een ondernemer is en daardoor extra kwetsbaar is in de regio blijkt niet uit het Algemeen Ambtsbericht over Libië van 2025 waarnaar eiser verwijst. Uit de geciteerde passage uit het Ambtsbericht blijkt enkel dat er gewapende groepen zijn die onder andere brandstof smokkelen. Hieruit blijkt niet dat ondernemers daardoor een kwetsbare categorie vormen. Eiser heeft verder geen individuele omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat hij zo een risico loopt. De beroepsgrond slaagt dan ook niet. Conclusie en gevolgen 6. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte de asielaanvraag van eiser heeft afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond en eiser krijgt geen gelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Het Europees verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Op pagina 7 van het nader gehoor. Op pagina 18 van het nader gehoor. Op pagina 16 van het nader gehoor. Op pagina 1. Op pagina 1 en 2 van de overgelegde vertaling van de aangifte op 15 maart 2022. Op pagina 12 van het nader gehoor. Op pagina 19 van het nader gehoor. Bijvoorbeeld op pagina 4 van het nader gehoor. Op pagina 30 van het nader gehoor. Correcties en aanvullingen aanmeldgehoor. Als bedoelt in artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn (Richtlijn 2011/95/EU). Van de minister van Asiel en Migratie, met referentie 6652631. Op pagina 23 van het Ambtsbericht.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...