Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:3181

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-01-29
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
AWB 24-12180
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
ja
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.299 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Intrekking verblijfsrecht EU, plakvovo.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: AWB 24/12180 uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 januari 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. P.M. Langereis), en de minister van Asiel en Migratie (gemachtigde: mr. M. Dalhuisen). Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. 1.1. Met het besluit van 11 maart 2024 (primaire besluit) heeft de minister vastgesteld dat verzoekster in Nederland geen rechtmatig verblijf op grond van het recht van de Europese Unie (EU) heeft. Met het besluit van 3 juli 2024 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard en is hij bij zijn vaststelling gebleven. 1.2. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak AWB 24/12179, op 17 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. A.G.P. de Boon als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Verzoekster was niet aanwezig. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 24/12179, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Valk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2025. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...