Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:22093

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-08-15
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL24.2447 NL24.2446 NL24.2518
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
19.892 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Samenhangende asielaanvraag, El-Salvador, actuele veiligheidssituatie MS-13, traumatabeleid, BMA-advies, beroepen ongegrond.

05Kern

Materiële kern

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: NL24.2447, NL24.2446 en NL24.2518 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [eiser 1] , V-nummer: [V-nummer] , eiser 1, [eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres, [eiser 2] , V-nummer: [V-nummer] , eiser 2, [eiser 3] , V-nummer: [V-nummer] , eiser 3, tezamen te noemen: eisers, (gemachtigde: mr. J.A. Pieters), en de Minister van Asiel en Migratiei , verweerder (gemachtigde: mr. G. Cambiers). Inleiding In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun asielaanvragen. Ook beoordeelt de rechtbank of de minister gehouden was eiseres ambtshalve uitstel van vertrek te verlenen als bedoeld in artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eisers zijn van Salvadoraanse nationaliteit en geboren op [geboortedatum 1] 1980 (eiser 1), [geboortedatum 2] 1985 (eiseres), [geboortedatum 3] 1997 (eiser 2) en [geboortedatum 4] 2011 (eiser 3). Zij hebben op 28 mei 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met drie separate besluiten van 8 januari 2024 (de bestreden besluiten) de asielaanvragen afgewezen als ongegrond. De besluiten strekken er ook toe dat geen uitstel van vertrek wordt verleend. Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld. Ook hebben zij op 10 mei 2024, 25 augustus 2024, 19 september 2024 en 20 november 2024 nadere stukken ingediend. De minister heeft op 30 april 2024 en 27 mei 2025 verweerschriften ingediend. De behandeling van de beroepen ter zitting is meermalen uitgesteld, onder meer omdat nog een medisch onderzoek naar eiseres moest plaatsvinden in het kader van haar beroep om toepassing van artikel 64 van de Vw. Op 20 juni 2024 heeft het Bureau Medische Advisering (BMA) hierover een medisch advies uitgebracht. De rechtbank heeft de beroepen uiteindelijk op 2 juni 2025 ter zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, A.N. van de Berg als tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Heeft de minister de asielaanvragen van eisers op goede gronden afgewezen? Het asielrelaas 4. Eisers hebben aan hun asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij bij terugkeer naar El Salvador vrezen voor hun leven vanwege problemen met de criminele bende Mara Salvatrucha (MS-13). Eiser 1 heeft verklaard dat hij op 29 april 2022 bij een bushalte werd benaderd door twee mannen op een motor. Zij vertelden dat zij lid waren van MS-13 en eisten 5.000 Amerikaanse dollar van hem, een bedrag dat overeenkwam met de ontslagvergoeding die eiser 1 zou ontvangen. Op 7 mei 2022 werd eiseres bij een bushalte eveneens met de dood bedreigd door een lid van MS-13. De volgende dag, op 8 mei 2022, verschenen de twee mannen opnieuw bij de woning van eisers. Eén van hen was gewapend en dreigde eiser 1 te zullen doden als hij het geld niet binnen een week zou betalen. Vanwege deze bedreigingen zijn eiser 1 en eiseres ondergedoken bij een vriendin en collega van eiser 1. Zij verbleven daar samen met hun minderjarige zoon, eiser 3, en eiser 2, de neef van eiseres die bij het gezin woont. Zij verbleven daar ongeveer twee weken. In die periode hebben eisers geprobeerd bescherming te krijgen van de autoriteiten, maar werden zij van het ene politiebureau naar het andere verwezen. Volgens eiser 1 bood het Openbaar Ministerie (OM) uiteindelijk een mogelijkheid tot bescherming aan, maar die was volgens hem onvoldoende om de dreiging van de bende weg te nemen. Omdat zij geen effectieve bescherming konden krijgen en vreesden voor hun veiligheid, hebben eisers op 24 mei 2022 El Salvador verlaten. De bestreden besluiten 5. Het asielrelaas van eisers bevat volgens de minister de volgende relevante elementen: 1. identiteit, nationaliteit en herkomst; en 2. bedreiging en afpersing door leden van MS-13. 6. De minister acht de verklaringen van eisers over beide elementen geloofwaardig. Het relaas van eisers leidt echter niet tot een inwilliging van de asielaanvragen. Volgens de minister vallen de problemen die eisers hebben ondervonden namelijk niet onder één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag. Daarnaast hebben eisers volgens de minister niet aannemelijk gemaakt dat zij vanwege deze problemen bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade lopen. De minister verwijst daarbij naar openbare bronnen waaruit blijkt dat de veiligheidssituatie in El Salvador de afgelopen jaren aanzienlijk is verbeterd. Onder het beleid van president Bukele is het bendegeweld in het land drastisch afgenomen. Gelet daarop acht de minister niet aannemelijk dat eisers nog altijd gevaar lopen vanwege activiteiten van MS-13. Ook stelt de minister dat eisers beroep op het traumatabeleid niet kan slagen, omdat zij niet voldoen aan de daarvoor geldende voorwaarden. Verder hebben eisers volgens de minister niet onderbouwd waarom het voor hen zinloos of gevaarlijk zou zijn om bescherming van de autoriteiten te vragen. De minister wijst erop dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat bij het OM of de politiebureaus waar zij zich hebben gemeld sprake is van corruptie of straffeloosheid. De actuele veiligheidssituatie in El Salvador en het reële risico op ernstige schade 7. De rechtbank beoordeelt in deze zaak onder meer of de minister toereikend heeft gemotiveerd dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij vanwege hun problemen met de criminele bende MS-13 bij terugkeer naar El Salvador een reëel risico op ernstige schade lopen. De feiten en omstandigheden, zoals die uit de verklaringen van eisers blijken, moeten daarbij worden beoordeeld tegen de achtergrond van de algemene veiligheidssituatie in El Salvador. 8. De minister heeft voor zijn standpunt dat de veiligheidssituatie in El Salvador sinds het vertrek van eisers is verbeterd, in de besluiten en in het verweerschrift verwezen naar meerdere openbare en gezaghebbende bronnen.ii Zo staat in een rapport van Insight Crime van december 2023 het volgende: “The clearest indicator of decreased gang presence in El Salvador is the absence of the MS13 (…) in neighborhoods once dominated by the gangs. For decades prior to the state of emergency, the gangs exerted significant territorial control in urban hubs throughout El Salvador. (…) The situation has changed radically following the enactment of the state of emergency. InSight Crime visited 15 former gang strongholds in the municipalities of San Salvador, Apopa, Soyapango, Ilopango, Mejicanos, Ciudad Delgado, San Julián, Tonacatepeque, and San Miguel, where residents said gang structures had ceased to operate almost entirely.”iii In datzelfde rapport staat verder: “The gangs have been weakened, but they are not defeated. At least a third of gang membership remains at large, and some 53 gang cells are still active in El Salvador, according to police estimates. This suggests MS13 (…) structures, though dormant, still exist in some form. Remnants of the gangs may also still be engaging in extortion or drug peddling in some areas, albeit on a much smaller scale.”iv 9. Eisers hebben geen informatie overgelegd waaruit een ander beeld naar voren komt. Ook uit het schrijven van Vluchtelingenwerk van 6 februari 2024, waarnaar in beroep is verwezen, komt naar voren dat, hoewel bendes niet geheel zijn uitgeroeid, de overheid deze bendes en bendegeweld wel substantieel hebben teruggedrongen en de bendes een aanzienlijk deel van hun machtspositie hebben verloren. Ook de verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 21 juli 2023v is geen reden voor een ander oordeel, reeds omdat deze uitspraak ziet op de situatie van voor de verbetering van de laatste jaren en in deze uitspraak ook niet wordt ingegaan op de algemene veiligheidssituatie. De rechtbank vindt daarom dat de minister terecht ervan is uitgegaan dat de veiligheidssituatie in El Salvador sinds 2022, het moment waarop eisers het land hebben verlaten, relevant is verbeterd. 10. Eisers stellen zich in beroep op het standpunt dat zij nog steeds een reëel risico op ernstige schade lopen bij terugkeer naar El Salvador. Zij wijzen daarbij op hun geloofwaardig geachte verklaringen. Ook wijzen zij op voormeld schrijven van Vluchtelingenwerk van 6 februari 2024, waaruit blijkt dat er in El Salvador nog steeds bendegeweld is, bendes als MS-13 nog steeds actief zijn en een subtiele dreiging vormen. Daarnaast stellen eisers dat de mensenrechtensituatie in El Salvador ernstig is verslechterd als gevolg van de herhaald verlengde noodtoestand, waarbij sprake is van willekeurige arrestaties en andere mensenrechtenschendingen. Verder hebben zij een notarieel stuk overgelegd met hierin een verklaring van de huidige bewoner van hun voormalige woning. Tot slot wijzen zij erop dat familieleden van hen in het Verenigd Koninkrijk (VK) asiel hebben gekregen vanwege het bendegeweld. 11. De rechtbank volgt dit betoog niet. Dat eisers relaas geloofwaardig is geacht, laat onverlet dat het aan hen is om aannemelijk te maken dat deze feiten ook zwaarwegend genoeg zijn om in aanmerking te komen voor een asielvergunning. De geloofwaardig geachte feiten zien op bendegeweld (afpersing), wat, zoals hiervoor is overwogen, door de overheid van El Salvador de laatste jaren succesvol hard is aangepakt. De enkele verwijzing dat er nog steeds bendes bestaan en er beperkte bendeactiviteiten zijn, wat door de minister ook is onderkend, is onvoldoende om aannemelijk te maken dat eisers bij terugkeer individueel om die reden een reëel risico lopen op ernstige schade. Het overgelegde notariële stuk van 12 september 2024 met, naar gesteld, de verklaring van de huidige bewoner van de voormalige woning van eisers leidt niet tot een ander oordeel. In dit stuk is vermeld dat de huidige bewoner verklaart dat in 2024 op verschillende momenten motoren zijn langsgekomen met personen die zoekend om zich heen keken en dat één van hen een wapen droeg. Bij de akte is een foto van een dergelijk persoon op een motor gevoegd. De minister heeft ter zitting aangegeven dat dit stuk niet tot een ander standpunt leidt. De rechtbank volgt de minister hierin. Uit de verklaring is niet duidelijk is wie deze persoon op de motor is, of het daadwerkelijk om bendeleden gaat, en of er sprake is van een gerichte dreiging jegens eisers. Evenmin is door eisers onderbouwd dat deze personen verband houden met de eerder door eisers genoemde bendeleden. Ook de stelling dat de mensenrechtensituatie als gevolg van de uitgeroepen noodtoestand in El Salvador ernstig onder druk staat, leidt niet tot een ander oordeel. Uit de rapporten blijkt weliswaar dat er in El Salvador, ondanks de verbeteringen qua bendegeweld, nog steeds veel te verbeteren is op het gebied van de mensenrechten, maar niet aannemelijk is gemaakt dat specifiek eisers als gevolg hiervan een reëel risico op ernstige schade lopen. 12. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat niet is gebleken dat eisers bij eventuele problemen de bescherming van de autoriteiten niet kunnen inroepen. Zoals hiervoor overwogen zijn de huidige autoriteiten er zeer op gericht om het bendegeweld aan te pakken. Eisers hebben geen feiten en omstandigheden gesteld en/of onderbouwd waaruit kan worden afgeleid dat specifiek zij geen bescherming zouden kunnen vragen. De minister heeft er daarbij terecht op gewezen dat niet is gebleken dat eisers destijds de geboden hulp van het OM volledig hebben benut, nu zij El Salvador reeds één dag na het doen van aangifte hebben verlaten. 13. Tot slot heeft de minister in de stelling van eisers dat asielverzoeken van hun familieleden in het VK wel zijn ingewilligd, geen aanleiding hoeven zien voor een ander standpunt. De minister heeft erop mogen wijzen dat iedere zaak op zijn eigen merites wordt beoordeeld en dat uit het feit dat familieleden asiel is verleend niet volgt dat ook eisers op dezelfde grond asiel zouden moeten verkrijgen. Bovendien hebben eisers geen stukken overgelegd over de inhoud van de asielrelazen van hun familieleden of de beoordeling daarvan, zodat niet kan worden beoordeeld of sprake is van gelijksoortige gevallen. 14. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eisers bij terugkeer naar El Salvador geen reëel risico op ernstige schade lopen. Traumatabeleid 15. De rechtbank stelt vast dat eisers ter zitting hebben erkend dat zij niet voldoen aan de voorwaarden van het traumatabeleid, zoals dat is neergelegd in paragraaf C2/3.3.2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000. De minister was dan ook niet gehouden eisers op deze grond een verblijfsvergunning te verlenen. Heeft de minister eiseres op goede gronden geen uitstel van vertrek verleend? 16. In de beroepsfase zijn medische stukken ten aanzien van eiseres overgelegd ter onderbouwing van het beroep op artikel 64 van de Vw. De minister heeft hierin aanleiding gezien om deze door het Bureau Medische Advisering (BMA) te laten onderzoeken. 17. Op 20 juni 2024 is het BMA-advies uitgebracht. Hierin is vermeld dat eiseres bekend is met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en een ernstige depressie met stemmings- en angstklachten en hiervoor onder behandeling staat. Verder is vermeld dat hoewel eiseres gedachten aan de dood heeft, er volgens de behandelaar geen suïciderisico is. Zonder behandeling kunnen de klachten verergeren, maar er wordt geen medische noodsituatie binnen drie tot zes maanden verwacht. Er is ook geen historie van suïcidepogingen en de gegevens van behandelaar spreken van een afwezig suïciderisico. Daarnaast blijkt uit het verloop tot de start van de behandeling niet van een situatie welke de inzet van gedwongen behandeling noodzakelijk maakte en wordt dit ook op dit moment niet verwacht. Het advies vermeldt dat medische reisvoorwaarden niet noodzakelijk zijn, mits eiseres tijdens de reis haar medicatie blijft gebruiken. Op basis van dit advies heeft de minister het standpunt gehandhaafd dat aan eiseres niet in aanmerking komt voor uitstel van vertrek als bedoeld in artikel 64 van de Vw. 18. In beroep wordt gesteld dat eiseres wel degelijk in aanmerking komt voor uitstel van vertrek. Volgens eisers is de conclusie in het BMA-advies dat er geen sprake is van een suïciderisico te kort door de bocht. Zij wijst er daarbij op dat het BMA gebruik heeft gemaakt van de brief van de behandelaar van eiseres van 9 april 2024 in plaats van zelf informatie op te vragen. Eisers zijn verder van mening dat BMA-advies van 20 juni 2024 verouderd is en wijzen in dit kader op een brief van de behandelaar van eiseres van 20 november 2024. Hierin wordt bevestigd dat eiseres nog in behandeling is en dat bij terugkeer een sterke verslechtering zal ontstaan van de psychische conditie. Verder is eiseres volgens deze brief intensief bezig met de gedachte aan een mogelijke terugkeer, wat leidt tot verhoogde spanningen, paniekaanvallen en sterker wordende suïcidale gedachten. In aanloop naar de zitting van 2 juni 2025 heeft de gemachtigde van eisers desgevraagd laten weten dat zij bericht heeft gekregen van de behandelaar dat de situatie min of meer ongewijzigd is gebleven. 19. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling dient de minister zich ervan te vergewissen dat een BMA-advies dat aan zijn besluitvorming ten grondslag ligt, naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is.vi Indien aan deze eisen is voldaan, mag de minister bij de beoordeling van een aanvraag van een zodanig advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten aanwezig zijn voor twijfel aan de juistheid van het advies. 20. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich voor de handhaving van zijn standpunt om aan eiseres geen uitstel van vertrek te verlenen, heeft mogen baseren op het BMA-advies van 20 juni 2024. Niet gebleken is dat dit advies niet aan de in rechtsoverweging 19 vermelde voorwaarden voldoet. Eisers hebben verder geen concrete aanknopingspunten aangevoerd op basis waarvan gegronde twijfel bestaat over de juistheid of volledigheid van het advies. Niet valt in te zien waarom bij dit advies geen gebruik kon worden gemaakt van een aan de gemachtigde gerichte brief van de behandelaar van eiseres of dat het BMA op basis daarvan niet tot de conclusies in het advies heeft kunnen komen. Daarbij komt dat het advies ook is gebaseerd op andere informatie.vii De rechtbank ziet ook geen grond voor het oordeel dat het advies is verouderd. Het enkele tijdsverloop is hiervoor onvoldoende. Het is aan eisers om aannemelijk te maken dat de medische situatie in relevante mate gewijzigd is. De rechtbank is van oordeel dat dit uit de brief van de behandelaar van eiseres van 20 november 2024 niet blijkt. In het BMA-advies van 20 juni 2024 is er al van uitgegaan dat eiseres onder behandeling staat voor haar psychische klachten en dat er bij haar gedachten zijn aan de dood. In de brief van 20 november 2024 is door de behandelaar niet vermeld dat er inmiddels wel een daadwerkelijk suïciderisico bij eiseres is. Verder is van belang dat mogelijke toekomstige gevolgen rondom terugkeer, zoals een toename van het suïciderisico, waarnaar in de brief van 20 november 2024 wordt verwezen, buiten de reikwijdte van de beoordeling van een BMA-advies vallen.viii Hierin ligt daarom ook geen reden om nader advies aan het BMA te vragen. Verder zijn er geen andere medische stukken of informatie overgelegd waaruit blijkt dat de situatie van eiseres in relevante mate is gewijzigd. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding om de minister op te dragen een nieuw BMA-advies aan te vragen. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 21. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de minister de asielaanvragen van eisers op goede gronden heeft kunnen afwijzen. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 15 augustus 2025 Documentcode: [Documentcode] Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. i Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister. ii Artikelen en rapporten van onder meer Insight Crime, U.S. Department of State (USDOS), OHCHR, Amnesty International, BBC, Reuters en de Volkskrant. iii InSight Crime, El Salvador’s (Perpetual) State of Emergency: How Bukele’s Government Overpowered Gangs, December 2023, pagina 36. iv Idem, pagina 5-6. v ECLI:NL:RVS:2023:2809 vi Zie bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2017:1674. vii Zie pagina 1 van dit advies. viii BMA-protocol, pagina 13.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...