Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:21512

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-11-14
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.42096
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
12.664 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

AA. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat eiseres niet kan worden aangemerkt als een alleenstaande vrouw zonder netwerk. Ook heeft de minister voldoende gemotiveerd dat de problemen met de mensenhandelaar en de gestelde seksuele gerichtheid niet geloofwaardig zijn. Tot slot heeft de minister voldoende gemotiveerd dat eiseres als gevolg van haar lidmaatschap en betrokkenheid bij IPOB geen gegronde vrees voor vervolging heeft dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade. Beroep is ongegrond.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.42096 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiseres, geboren op [geboortedatum] , van Nigeriaanse nationaliteit, V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. T. Bruinsma), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. H.R. Nobel). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft twee keer eerder een asielaanvraag ingediend. 2.1. Op 7 mei 2024 heeft eiseres een opvolgende asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 26 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 12 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde zijn – met bericht van verhindering - niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiseres heeft aan haar opvolgende asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij een alleenstaande vrouw zonder netwerk is, dat zij lid is van IPOB Nederland, dat zij slachtoffer is van een mensenhandelaar en dat zij biseksueel is. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres verschillende documenten overgelegd: een dreigbrief van de mensenhandelaar, een verklaring van IPOB, een Biafra identiteitskaart, foto’s van IPOB demonstraties/ bijeenkomsten en zes verschillende brieven van vrienden waarin haar seksuele gerichtheid wordt beschreven. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: identiteit, nationaliteit en herkomst; alleenstaande vrouw zonder netwerk; slachtoffer van een mensenhandelaar; seksuele gerichtheid; lidmaatschap van de IPOB Nederland en deelname aan activiteiten in Nederland. 4.1. De minister stelt vast dat de nationaliteit, identiteit en herkomst in de vorige procedure geloofwaardig zijn geacht. De minister acht niet geloofwaardig dat eiseres een alleenstaande vrouw is zonder netwerk, dat zij slachtoffer is van een mensenhandelaar en dat zij biseksueel is. De minister acht het lidmaatschap van de IPOB Nederland en de deelname aan activiteiten in Nederland wel geloofwaardig. De minister stelt zich vervolgens op het standpunt dat de geloofwaardige asielmotieven er niet toe leiden dat eiseres een asielvergunning krijgt. De minister acht de activiteiten van eiseres voor IPOB marginaal. Ook heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt in Nigeria in de negatieve belangstelling te hebben gestaan, noch dat de Nigeriaanse autoriteiten op de hoogte zouden zijn van haar activiteiten voor IPOB in Nederland. Kan eiseres worden aangemerkt als een alleenstaande vrouw zonder netwerk? 5. Eiseres voert aan dat het voor haar onduidelijk is of de minister zich op het standpunt stelt dat zij niet als alleenstaand kan worden aangemerkt of dat uitsluitend wordt betwist dat zij in Nigeria geen netwerk heeft. Eiseres stelt dat zij wel degelijk alleenstaand is en in Nederland ook als zodanig opvang krijgt. Het is aan de minister om te onderbouwen dat zij niet alleenstaand zou zijn. Verder voert eiseres aan dat het ontbreken van een binnenlands beschermingsalternatief in Nigeria niet uitsluitend geldt voor alleenstaande minderjarige vrouwen. Ook voor eiseres geldt dat zij als kwetsbare vrouw zonder mannelijke familieleden die haar kunnen helpen geen binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiseres niet kan worden aangemerkt als een alleenstaande vrouw zonder netwerk. De minister heeft in het bestreden besluit duidelijk gemotiveerd dat eiseres niet als alleenstaand kan worden aangemerkt én dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen netwerk meer heeft in Nigeria. De minister heeft er terecht op gewezen dat eiseres bij vertrek uit Nigeria nog een zeer uitgebreid netwerk had. Eiseres is getrouwd, heeft een dochter, twee broers, een zus, ouders en grootouders. Dat eiseres pas tijdens haar derde asielaanvraag in 2024 naar voren brengt dat haar dochter, broer, ouders en grootouders zijn overleden zonder dit nader te onderbouwen heeft de minister opmerkelijk kunnen vinden. Tijdens de tweede asielaanvraag in 2018 heeft eiseres desgevraagd nog aangegeven dat er niets was veranderd, terwijl eiseres in de onderhavige procedure heeft verklaard dat in 2012 op Facebook zou zijn gepost dat haar broer is overleden. Eiseres kan deze post niet overleggen. De minister heeft het overlijden van de broer van eiseres dan ook niet aannemelijk kunnen vinden. Verder staat in rechte vast dat niet geloofwaardig is dat de echtgenoot van eiseres zou zijn vermoord. Daarnaast heeft eiseres verklaard dat haar zus in ieder geval nog in Nigeria woont en dat eiseres onlangs nog contact heeft gehad met deze zus. De minister heeft in het licht van het voorgaande dan ook voldoende gemotiveerd dat eiseres niet als alleenstaande vrouw zonder netwerk wordt aangemerkt. Dat eiseres in Nederland als alleenstaande vrouw opvang krijgt, doet hier niet aan af. Heeft de minister de problemen van eiser met de mensenhandelaar ten onrechte niet geloofwaardig geacht? 6. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte heeft geoordeeld dat het niet geloofwaardig is dat zij slachtoffer is geworden van een mensenhandelaar. Eiseres heeft immers duidelijke, niet tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Bovendien heeft eiseres documenten overgelegd ter onderbouwing van haar stelling. 6.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister heeft hierbij terecht overwogen dat in rechte vaststaat dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij slachtoffer is geweest van mensenhandel. Verder heeft de minister het opmerkelijk kunnen vinden dat eiseres pas bij haar derde asielaanvraag in 2024 heeft verklaard over de bedreigingen door de mensenhandelaar. Bovendien stroken deze verklaringen niet met de verklaringen tijdens haar eerste procedure waarin zij heeft aangegeven geen slachtoffer te zijn van mensenhandel en de mensenhandelaar reeds te hebben betaald. De minister heeft verder voldoende gemotiveerd waarom er niet kan worden uitgegaan van de door eiseres overgelegde dreigbrief. De dreigbrief is niet gedateerd en niet objectief-verifieerbaar. Ook heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt hoe zij aan de brief is gekomen. De verklaringen die eiseres daarover heeft afgelegd zijn niet ten onrechte vaag en onvoldoende gedetailleerd bevonden. De minister heeft in dit kader ook kunnen betrekken dat eiseres niet direct na het ontvangen van de dreigbrief een nieuwe asielaanvraag heeft gedaan en dat zij geen van de overige dreigberichten heeft kunnen overleggen. Heeft de minister de gestelde seksuele gerichtheid van eiseres ten onrechte niet geloofwaardig geacht? 7. Eiseres voert aan dat zij haar seksuele gerichtheid bezwaarlijk met doorslaggevende documenten kan onderbouwen. 7.1. De rechtbank stelt vast dat eiseres niet wordt tegengeworpen dat zij haar seksuele gerichtheid niet met doorslaggevende documenten heeft onderbouwd. Uit het bestreden besluit volgt dat de minister de seksuele gerichtheid van eiseres niet geloofwaardig heeft bevonden vanwege de verklaringen van eiseres. De minister heeft in dit kader allereerst terecht vastgesteld dat eiseres tijdens haar tweede asielaanvraag in 2018 voor het eerst naar voren heeft gebracht dat zij lesbisch zou zijn en dat in rechte vaststaat dat eiseres dit toen niet aannemelijk heeft gemaakt. Eiseres heeft tijdens de huidige asielaanvraag aangegeven nu beter te kunnen verklaren over haar seksuele gerichtheid als gevolg van de gesprekken die zij heeft gevoerd in chat groeps en tijdens de Gay Pride. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de verklaringen van eiseres over deze gesprekken algemeen van aard zijn en geen inzicht bieden in hoe eiseres nu beter over haar seksuele gerichtheid zou kunnen praten dan in 2018. De minister heeft zich verder op het standpunt kunnen stellen dat de overige verklaringen van eiseres geen inzicht geven in haar gevoelswereld en persoonlijke beleving van haar seksuele gerichtheid. Dit geldt ook voor de door eiseres overgelegde brieven van haar vrienden. Heeft de minister terecht geoordeeld dat eiseres als gevolg van het lidmaatschap en betrokkenheid bij IPOB geen gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade? 8. Eiseres voert aan dat uit het algemeen ambtsbericht over Nigeria blijkt dat IPOB door de Nigeriaanse overheid is gekenmerkt als een terroristische organisatie. Eiseres zal bij terugkeer, zeker na een lange periode van afwezigheid, een reëel risico lopen om op het vliegveld te worden aangehouden omdat zij waarschijnlijk op de door de overheid gehanteerde lijsten vermeld staat van personen die verdacht worden van lidmaatschap van een terroristische organisatie. 8.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiseres als gevolg van haar lidmaatschap en betrokkenheid bij IPOB geen gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade. De rechtbank stelt vast dat de minister heeft onderkend dat uit het algemeen ambtsbericht volgt dat IPOB door de Nigeriaanse overheid als terroristische organisatie wordt aangemerkt. De minister heeft in het bestreden besluit vervolgens uitvoerig gemotiveerd dat uit openbare bronnen volgt dat de vervolging van IPOB-leden door de Nigeriaanse overheid sterk samenhangt met de mate van zichtbaarheid en betrokkenheid van het betreffende IPOB-lid. Er kan daarmee niet worden gesteld dat ieder IPOB-lid bij terugkeer naar Nigeria te vrezen heeft voor vervolging. De minister heeft terecht overwogen dat het feit dat eiseres in Nigeria heeft deelgenomen aan een enkele demonstratie en dat zij in Nederland wel eens heeft deelgenomen aan demonstraties en vergaderingen van de IPOB niet maakt dat aannemelijk is geworden dat eiseres in de negatieve aandacht staat van de Nigeriaanse autoriteiten. De activiteiten van eiseres zijn terecht marginaal bevonden en niet is aannemelijk gemaakt dat de Nigeriaanse autoriteten op de hoogte zouden zijn van de activiteiten voor IPOB in Nederland. Eiseres heeft verder evenmin aannemelijk gemaakt dat zij op een door de Nigeriaanse overheid gehanteerde lijst vermeld staat. Conclusie en gevolgen 9. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Vreemdelingenwet 2000 Zie uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, van 11 februari 2014 (AWB 13/23059).

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...