Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:16516

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-09-04
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.40040
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.941 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Verzoek om een voorlopige voorziening. Derdelander Oekraïne met een lopende asielaanvraag, verzoek toegewezen. ordemaatregel.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.40040 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer], (gemachtigde: mr. R.H.T. van Boxmeer), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding In het besluit van 15 november 2024 (bestreden besluit 1) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep (NL25.48975) ingesteld. In het besluit van 7 augustus 2025 (bestreden besluit 2) heeft verweerder een terugkeerbesluit tegen verzoeker uitgevaardigd en bepaald dat zijn facultatieve tijdelijke bescherming onder de Richtlijn tijdelijke bescherming (2001/55/EG) per 4 maart 2024 is geëindigd. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat hij niet wordt uitgezet en dat hij zijn voorzieningen niet verliest hangende het beroep. Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak buiten zitting. Beoordeling door de voorzieningenrechter Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventuele bodemzaak niet. Aangezien verweerder in algemene zin heeft bekendgemaakt dat het bevriezen van de gevolgen van het eindigen van tijdelijke bescherming voor de groep die wordt aangeduid met de term 'derdelanders Oekraïne', waarvan verzoeker deel uitmaakt, op 4 september 2025 ophoudt, is de vereiste onverwijlde spoed aanwezig. Hoewel verzoeker vanaf die datum nog een vertrektermijn van vier weken heeft, mag hij na die datum niet meer werken in Nederland. Verder is van belang dat hij ten tijde van de bestreden besluiten geen procedure over tijdelijke bescherming had lopen en dat hij een nog lopende asielprocedure heeft. Daarnaast is van belang dat in het besluit van 15 november 2024 is medegedeeld dat eiser de uitspraak op zijn beroep – waarin het onderzoek is heropend – in Nederland mag afwachten. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om bij wijze van ordemaatregel het verzoek op de hierna te melden wijze toe te wijzen. 3. In de toewijzing van het verzoek ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 907, bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld). Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek toe en bepaalt dat verzoeker moet worden behandeld als ware de Richtlijn tijdelijke bescherming (2001/55/EG) nog op hem van toepassing tot vier weken nadat er op het beroep (NL25.48975) is beslist; veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907 (negenhonderdzeven euro). Deze uitspraak is gedaan op 4 september 2025 door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. https://ind.nl/nl/nieuws/bevriezingsmaatregel-derdelanders-oekraine-stopt-op-4-september-2025.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...