Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:15270

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-07-21
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.9030
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.274 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Beroep niet tijdig beslissen, Beroep niet tijdig beslissen, het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, niet-ontvankelijk.

05Kern

Materiële kern

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.9030 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. L.M. Weber), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Procesverloop 1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag). Overwegingen 2. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1 3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2 Is het beroep van eiser ontvankelijk? 4. Sinds 27 januari 2023 is het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. Bij uitspraak van 16 februari 20244 heeft deze zittingsplaats van de rechtbank deze verlenging rechtmatig bevonden. De asielaanvraag van eiser valt onder het toepassingsbereik van dit besluit. De beslistermijn in zijn zaak is dus met negen maanden verlengd . De termijn om te beslissen op 1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb. 3 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235. 4 ECLI:NL:RBDHA:2024:1859. zijn aanvraag was daarom nog niet verstreken toen hij de ingebrekestelling indiende bij de minister. De ingebrekestelling is daarmee prematuur. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen door de minister. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Heeft de minister een bestuurlijke dwangsom verbeurd? 5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Al om die reden komt de rechtbank niet toe aan het vaststellen van een eventuele verbeurde bestuurlijke dwangsom. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van J.B. Thépass, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 21 juli 2025 Documentcode: [Documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...