ECLI:NL:RBDHA:2025:14949
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-08-08
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
asiel, asielmotieven geloofwaardig, gegronde vrees voor vervolging, schending artikel 3 EVRM, beroep ongegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.23272 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 augustus 2025 in de zaak tussen [eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres (gemachtigde: mr. H. Loth), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M.M. Luik). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij is het hier niet mee eens en heeft hiertegen een aantal beroepsgronden aangevoerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit van de minister om de asielaanvraag af te wijzen als ongegrond in stand kan blijven. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres geen gegrond vrees voor vervolging heeft van de zijde van de Venezolaanse autoriteiten of de colectivos en dat eiseres bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade loopt. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft Inleiding 2. Eiseres heeft op 21 juni 2023 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 15 mei 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. 2.1. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 21 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij de Venezolaanse nationaliteit heeft. Zij heeft tot aan haar vertrek uit Venezuela als arts gewerkt en heeft op 27 februari 2023 meegedaan aan een protestmars over de gezondheidszorg in Venezuela. Eiseres betoogt dat zij hierdoor is bestempeld als opposant en dat zij om deze reden is ontslagen, mishandeld en bedreigd. Eiseres heeft Venezuela daarom verlaten en zij vreest bij terugkeer naar Venezuela voor aanhouding of fysieke aanvallen van zowel de autoriteiten als colectivos. Het bestreden besluit 3. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: - identiteit, nationaliteit en herkomst; - problemen vanwege (toegedichte) politieke activiteiten. 3.1. De minister acht beide asielmotieven geloofwaardig. De geloofwaardig bevonden asielmotieven leveren volgens de minister geen gegronde vrees voor vervolging op. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij wel te vrezen heeft voor zowel de autoriteiten als colectivos. De minister wijst erop dat eiseres zonder problemen een nieuw paspoort heeft kunnen aanvragen en van de autoriteiten uitgereikt heeft gekregen. Daarnaast heeft eiseres op 3 juni 2023 legaal kunnen uitreizen, is eiseres geen prominent politiek opposant en heeft eiseres na de fysieke aanval op 4 mei 2023 geen problemen meer gehad. Ook heeft de familie van eiseres na haar vertrek geen problemen meer gehad in Venezuela. Eiseres loopt volgens de minister bij terugkeer naar Venezuela geen reëel risico op ernstige schade. Gegronde vrees voor vervolging? 4. Eiseres betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat zij bij terugkeer geen gegronde vrees heeft voor vervolging. De minister heeft volgens eiseres de recente landeninformatie over Venezuela van Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) ten onrechte niet in zijn besluitvorming betrokken. Uit deze informatie volgt dat sinds de verkiezingen sprake is van willekeur en dat het niet uitmaakt in hoeverre je een politiek opposant bent. Doordat de minister dit niet heeft gedaan heeft de minister volgens eiseres de samenwerkingsverplichting geschonden. 4.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eiseres bij terugkeer geen gegronde vrees voor vervolging heeft. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij te vrezen heeft voor de autoriteiten of colectivos. De minister wijst er terecht op dat eiseres in maart 2023 een nieuw paspoort heeft aangevraagd en op 30 maart 2023, zonder problemen, van de Venezolaanse autoriteiten heeft verkregen. Dit terwijl eiseres op 27 februari 2023 aan de protestmars heeft deelgenomen en in maart 2023 om die reden is bezocht door de hoogstgeplaatste persoon in rang van de gemeenschapsraad. De minister stelt terecht dat uit het verkrijgen van het paspoort blijkt dat de autoriteiten eiseres niet als een (prominent) politiek opposant zien, anders hadden zij eiseres dit paspoort niet verstrekt en had zij op 3 juni 2023 ook niet legaal kunnen uitreizen. De minister wijst er ook terecht op dat uit het rapport van Human Right Watch juist blijkt dat de Venezolaanse regering het uitgeven van paspoorten van (politiek) opposanten tegenhoudt. Ook annuleren de autoriteiten zelfs paspoorten om ervoor te zorgen dat (politiek) opposanten het land niet kunnen uitreizen. Ook uit de verklaringen van eiseres blijkt niet dat eiseres een prominent politiek opposant is. Eiseres heeft als ‘gewone’ demonstrant meegedaan aan de protestmars van 27 februari 2023 en had geen bijzondere, prominente, organiserende of leidinggevende rol tijdens deze demonstratie. Eiseres heeft ook verklaard dat zij op 27 februari 2023 voor het eerst in haar leven heeft meegedaan aan een demonstratie. Uit de verklaringen van eiseres blijkt dat eiseres het niet eens is met de regering, maar blijkt ook dat zij haar mening niet openbaar uit, maar enkel deelt met sommige patiënten. Daarnaast deelt eiseres wel eens wat via sociale media en Whatsapp, maar eiseres heeft geen groot bereik. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij vanwege haar politieke activiteiten in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat. Daarnaast blijkt uit de verklaringen van eiseres dat zij en haar familie na 4 mei 2023 geen problemen meer hebben gehad. De colectivos of andere groeperingen zijn niet bij eiseres thuis of bij haar ouders, het adres waar zij ingeschreven stond, geweest om haar lastig te vallen of om andere vormen van intimidatie of geweld te plegen. Eiseres heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat zij te vrezen heeft voor de autoriteiten en of colectivos. Het betoog van eiseres dat de minister de samenwerkingsverplichting heeft geschonden, omdat de minister de door eiseres aangehaalde landeninformatie van VWN niet heeft betrokken, deelt de rechtbank niet. De brief van VWN bevat informatie over opposanten in Venezuela en de minister heeft eiseres, zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, terecht niet als prominent opposant aangemerkt. Eiseres heeft ook niet nader toegelicht hoe uit deze landeninformatie volgt dat zij bij terugkeer toch gegronde vrees voor vervolging heeft. Daarbij heeft de rechtbank betrokken dat niet aannemelijk is dat eiseres in de negatieve belangstelling van de autoriteiten en colectivos staat. De beroepsgrond slaagt niet. Schending van artikel 3 van het EVRM? 5. Eiseres betoogt dat de minister in het bestreden besluit onvoldoende dragend heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade loopt. Eiseres verwijst in dit kader naar de uitspraak van 12 november 2024 inzake M.I. tegen Zwitserland , waarin is bepaald dat het risico op schending van artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het EU Handvest juist uitdrukkelijk actueel dient te worden afgewogen en geverifieerd met recente informatie. 5.1. De rechtbank overweegt dat het in de eerste plaats aan eiseres is om aannemelijk te maken dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling. Ook in genoemd arrest wordt naar dit uitgangspunt verwezen. Voor zover eiseres heeft beoogd aan te voeren dat de minister eerdergenoemde landeninformatie van VWN niet heeft betrokken, slaagt dit betoog niet. De minister heeft er naar het oordeel van de rechtbank terecht voor gekozen om alle door eiseres in de zienswijze aangevoerde gronden onder ‘vrees voor vervolging’ te beoordelen. De rechtbank heeft hiervoor al geoordeeld dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eiseres haar vrees voor de Venezolaanse autoriteiten en colectivos niet aannemelijk is. Daarnaast stelt de minister zich terecht op het standpunt dat het feit dat eiseres uit Venezuela komt op zichzelf niet genoeg is om een risico op ernstige schade aan te nemen. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 6. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. O. El Kadi, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.H. van der Holst, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zoals bedoel in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000. Vluchtelingenwerk Nederland, landeninformatie Venezuela van 26 maart 2025 en van 8 mei 2025. Het nader gehoor, pagina 24. Het nader gehoor, pagina 25. World Report 2025: Venezuela | Human Rights Watch. Venezuela prosecutor moves to place travel ban on Guaido | Nicolas Maduro News | Al Jazeera. Vluchtelingenwerk Nederland, landeninformatie Venezuela van 26 maart 2025 en van 8 mei 2025. EHRM 12 november 2024, M.I. tegen Zwitserland, ECLI:CE:ECHR:2024:1112.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...