Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:13259

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-07-16
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.15075
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
4.018 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asiel, Ethiopië (Tigray), geloofwaardig asielrelaas, discriminatie, vrees voor rekrutering, artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn, beroep ongegrond, mondelinge uitspraak

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.15075 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. D. de Heuvel), en de minister van Asiel en Migratie , voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal). Procesverloop Bij besluit van 27 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Eiser heeft verklaard dat hij de Ethiopische nationaliteit heeft en dat hij tot de bevolkingsgroep Irob behoort. Hij heeft aangevoerd dat hij in Irob veel last heeft gehad van discriminatie door Tigreeërs. Hij heeft ook aangevoerd dat hij vreest voor ernstige schade bij terugkeer naar Irob omdat hij zal worden gerekruteerd door Eritrese troepen. 2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen. Verweerder gelooft het asielrelaas van eiser, maar heeft overwogen dat de discriminatie niet zodanig is geweest dat hij daardoor ernstig in zijn bestaansmogelijkheden is beperkt. Verweerder heeft ook verwezen naar het Algemeen ambtsbericht Ethiopië januari 2024, waaruit niet blijkt dat de aanwezige Eritrese troepen in Irob de plaatselijke bevolking rekruteren om in het Eritrese leger te dienen. 3. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat zijn persoonlijke problemen onvoldoende zijn beoordeeld in combinatie met de door hem overgelegde landeninformatie. De rechtbank leidt uit de overgelegde landeninformatie af dat er in Tigray sinds 2022 een wapenstilstand geldt, maar dat die fragiel is. Uit de landeninformatie blijkt evenwel niet dat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn, zoals eiser op de zitting heeft betoogd. Eiser heeft dat standpunt ook niet onderbouwd. Niet gebleken is dus dat er in Irob/Tigray sprake is van situatie waarbij eiser als gevolg van willekeurig geweld een risico loopt op ernstige schade, louter door zijn aanwezigheid. 4. De rechtbank volgt verweerder verder in zijn standpunt dat eiser ook vanwege de door hem persoonlijk ondervonden discriminatie geen aanspraak maakt op een asielvergunning. Eiser heeft immers zelf verklaard dat hij tot aan zijn vertrek heeft gewerkt als hotelmanager en uit zijn verklaringen blijkt dat hij verder ook heeft kunnen functioneren ondanks die discriminatie. De rechtbank volgt verweerder ook in zijn standpunt dat er geen reden is om aan te nemen dat er een reëel risico bestaat dat eiser in zijn land van herkomst zal worden gerekruteerd door de Eritrese autoriteiten. Daarvoor biedt de landeninformatie geen aanknopingspunten. 5. De rechtbank concludeert dat verweerder de asielaanvraag terecht heeft afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Irob ligt in het noordoosten van Tigray.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...