ECLI:NL:RBDHA:2025:12388
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-07-09
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op asielaanvraag. Beroep niet-ontvankelijk doordat niet is gebleken dat eiser de minister in gebreke heeft gesteld alvorens beroep in te stellen bij de rechtbank.
Materiële kern
uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.25810 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg), en de Minister van Asiel en Migratie, de minister. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag). Overwegingen 1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2 3. De minister heeft de aanvraag op 26 januari 2024 ontvangen. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3 Eiser heeft op 10 juni 2025 beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft eiser bij brief van 11 juni 2025 verzocht een kopie toe te zenden van de ingebrekestelling. Hierop heeft eiser niet gereageerd. De rechtbank stelt daarom vast dat niet is gebleken dat eiser de minister in gebreke heeft gesteld alvorens beroep in te stellen bij de rechtbank. Dat maakt dat niet is voldaan aan de eisen van artikel 6:12 van de Awb. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. 1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb. 3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2023/26 met negen maanden verlengd. De minister heeft deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 weer een beslistermijn van zes maanden. 4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 09 juli 2025 Documentcode: [Documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...