Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:10500

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-05-28
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL24.42693
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.272 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Beroep gericht tegen het afwijzen van de asielaanvraag van eiser. Eiser is met onbekende bestemming vertrokken en hierna niet meer verschenen. Beroep niet-ontvankelijk, aangezien eiser geen procesbelang heeft bij het beroep. Hij stelt kennelijk geen prijs meer op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland.

05Kern

Materiële kern

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.42693 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E.H. Bokhorst), en de Minister van Asiel en Migratie, de minister. Procesverloop Bij besluit van 22 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel afgewezen als kennelijk ongegrond. Voorts is besloten dat eiser geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en geen uitstel van vertrek om medische redenen krijgt. Tot slot heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit op 31 oktober 2024 beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1 2. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep. In zijn brief van 19 november 2024 heeft de minister naar voren gebracht dat eiser op 13 november 2024 met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank daarop op 6 december 2024 laten weten dat hij daarmee niet bekend was en nog niet zo lang geleden contact met hem heeft gehad over de beroepsprocedure. Ook liet hij weten dat hij, naar aanleiding van de MOB-melding, heeft getracht in contact te komen met eiser, maar dat dit niet meer lukt. 3. Op basis van de stukken in het dossier stelt de rechtbank vast dat eiser op 13 november 2024 met onbekende bestemming is vertrokken en hierna niet meer is verschenen. 1. Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 4. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), onder meer van 1 juli 20242, blijkt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde wordt geconcludeerd dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep, aldus de ABRvS. 5. Gelet op het voorgaande is het beroep van eiser niet-ontvankelijk. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier. 2 ECLI:NL:RVS:2024:2662. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 28 mei 2025 Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...