Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2024:6434

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2024-04-11
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL24.8449
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.133 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op asielaanvraag. Beroep niet-ontvankelijk.

05Kern

Materiële kern

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.8449 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid , verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag). Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2 3. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 28 oktober 2022. Verweerder moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3 Verweerder heeft deze termijn onder toepassing van de WBV 2022/224 met negen maanden verlengd.5 Onder toepassing van artikel 42, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet heeft verweerder deze termijn nogmaals verlengd, dit maal met drie maanden. Eiser heeft verweerder op 13 februari 2024, dus voor het verstrijken van die termijn, in gebreke gesteld. De ingebrekestelling is daarmee prematuur. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, 1. Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2 Dit volgt uit artikel 6:2 en 6:12 van de Awb. 3 Dit staat in artikel 42 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). 4 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755. 5 Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw tweede lid, van de Awb. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. 4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 11 april 2024 Documentcode: [documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...