Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2024:23609

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2024-09-25
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL23.13217
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
14.909 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag ongegrond. Medifirst rapport binnen 10-dagen termijn aan rechtbankdossier toegevoegd, maar geen strijd met de goede procesorde. Verklaringen over Russische maffia zijn niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Er is geen reden om eiser aanvullend te horen.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL23.13217 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. A.C.J. Letmaath), en de Minister van Asiel en Migratie, voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Jong). Inleiding 1.1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (de asielaanvraag). Eiser heeft de Azerbeidzjaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1976. Hij heeft 29 april 2022 de asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 7 april 2023 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. 1.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Ook was de tolk S. Alizadeh Afshar aanwezig. Overwegingen van de rechtbank Het asielrelaas 2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij in Rusland problemen heeft gehad met zakenpartners en maffiabendes in verband met geld. Hij is door de maffia in Rusland mishandeld en beschoten. Terug in Azerbeidzjan bleek de maffia ook daar naar hem op zoek. Zij hebben de politie omgekocht. Na een tijd in Oekraïne te hebben gewoond is eiser naar Nederland gekomen. Het bestreden besluit 3.1. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: Identiteit, nationaliteit en herkomst Vervolging en aanslagen door Russische maffia 3.2. Volgens verweerder is het eerste relevante element geloofwaardig. Het tweede relevante element echter niet, omdat eiser vaag, summier en inconsistent verklaart en zijn relaas niet met documenten heeft onderbouwd. Eiser kan daarom volgens verweerder niet worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag). Ook heeft eiser volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b van de Vreemdelingenwet 2000. Beroepsgronden 3.3. Volgens eiser heeft verweerder het rapport van MediFirst te laat aangeleverd in beroep en was het bij eiser niet eerder bekend, zodat het niet bij de beoordeling moet worden betrokken. Ook is het niet duidelijk of verweerder gebruik heeft gemaakt van een registertolk bij het nader gehoor, zodat eiser opnieuw (of nader) moet worden gehoord. 3.4. Eiser voert verder ook aan dat verweerder het tweede relevante element ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Het is niet mogelijk gebleken om documenten uit Azerbeidzjan te verkrijgen. Het is te gevaarlijk om documenten bij de autoriteiten of de politie op te vragen omdat de maffia is geïnfiltreerd bij de politiediensten. Het zal bovendien geen zin hebben en eiser wil zijn huidige adres niet bekend maken. Bij familie zijn geen documenten beschikbaar. Eiser vindt ook dat er onvoldoende is doorgevraagd tijdens de gehoren, want het relaas roept - zo blijkt uit bijvoorbeeld het voornemen - duidelijk veel vragen op bij verweerder. Eiser heeft in de zienswijze de relevante gebeurtenissen verduidelijkt, maar verweerder blijft zijn verklaringen inconsistent vinden. Eiser voert tevens aan dat hij al tijdens het aanmeldgehoor op grond van werkinstructie 2021/9 - waarin bijzondere procedurele waarborgen zijn opgenomen - tot een kwetsbare groep behoorde omdat hij net zijn vader had verloren. Hij was niet in goeden doen door weinig slaap. Uit het patiëntendossier van eiser blijkt dat hij veel klachten heeft. Dit alles is ook reden om eiser aanvullend te horen. Beoordeling door de rechtbank Kan het MediFirst rapport in de beoordeling worden meegenomen? 4. 4.1. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat het rapport van MediFirst van 26 november 2022 niet kan worden gebruikt omdat het in strijd met de goede procesorde te laat is aangeleverd. De rechtbank heeft het rapport op 28 juni 2024 ontvangen. De zitting vond plaats op 3 juli 2024. Eiser heeft terecht gesteld dat dit binnen de termijn van tien dagen voor de zitting is. De vraag is of dat in dit geval strijd met de goede procesorde oplevert. 4.2. Strijd met de goede procesorde doet zich voor als die nadere gegevens of nadere stukken verwijtbaar zo laat worden ingediend, dat de andere partijen worden belemmerd om daarop adequaat te reageren of de goede voortgang van de procedure daardoor anderszins wordt belemmerd. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat niet de termijn van tien dagen voor de zitting bepalend is, maar de vraag of een zinvolle bespreking van de stukken op de zitting kan plaatsvinden (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:379). 4.3. In dit geval vindt de rechtbank dat verweerder het advies van MediFirst niet in strijd met de goede procesorde te laat in de procedure heeft gebracht. Daarbij is van belang dat de inhoud van het advies uit het dossier bekend was, dat het geen veelomvattend advies was en dat de gemachtigde van eiser op de zitting heeft bevestigd dat hij voldoende gelegenheid heeft gehad ervan kennis te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de termijn waarop het advies is ingediend dus niet aan een zinvolle bespreking op de zitting in de weg gestaan. De rechtbank zal het rapport daarom betrekken bij de beoordeling. Heeft verweerder gebruik gemaakt van een beëdigde tolk? 4.4. Op grond van artikel van 28, eerste lid, aanhef en onder d van de Wet beëdigde tolken of vertalers (Wbtv) maakt verweerder in het kader van het vreemdelingenrecht uitsluitend gebruik van beëdigde tolken of vertalers. Een beëdigde tolk is volgens de Wbtv degene die als zodanig in het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) is opgenomen (artikelen 1 en 2 van de Wbtv). 4.5. In het Rbtv worden voor tolken twee taalniveaus onderscheiden: C1-niveau en B2-niveau. Deze niveaus komen uit het Europees Referentiekader voor de Talen (hierna: ERK). In het Besluit inschrijving Rbtv staan de eisen die worden gesteld aan inschrijving in het Rbtv op C1- en B2- niveau van het ERK. In het Beoordelingskader Tolk B2 van het Bureau Rbtv wordt omschreven op basis waarvan inschrijving als tolk in het Rbtv op B2-niveau plaatsvindt. Dit beoordelingskader is op 1 januari 2024 gewijzigd. 4.6. Uit het Rbtv blijkt dat de tolk die is ingezet tijdens het nader gehoor en daar heeft getolkt van en naar het Azerbeidzjaans - D. Aydin met Wtbv-nummer 10011 - op 14 oktober 2015 als tolk Nederlands-Azerbeidzjaans is beëdigd op B2-niveau en als tolk Nederlands-Turks Azeri op C1-niveau. Dit is op de zitting besproken en tussen partijen verder ook niet in geschil. Eiser heeft op de zitting aangevoerd dat hoewel de tolk in het Rbtv is opgenomen, het B2-niveau onvoldoende is omdat volgens de website van het Rbtv vóór 1 januari 2024 alle registertolken C1-niveau moesten hebben en het nader gehoor van eiser voor die tijd heeft plaatsgevonden. 4.7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder gebruik gemaakt van een beëdigde tolk in de zin van de Wbtv. Ook tolken op B2-niveau kunnen – zo volgt uit de Wbtv in samenhang bezien met het Besluit inschrijving Rbtv – beëdigd tolk zijn. Dat was ook al zo toen eiser werd gehoord over zijn asielmotieven. Op de website van het Rbtv staat niet dat alle registertolken minimaal C1-niveau moeten hebben, maar dat vertalers in het Rbtv alleen op C1-niveau beschikbaar zijn. Dit is een belangrijk onderscheid, aangezien het hier niet gaat om een vertaler maar om een tolk. 4.8. Verweerder heeft zich dus terecht op het standpunt gesteld dat bij het horen van eiser gebruik is gemaakt van een beëdigde tolk. Verweerder hoeft eiser daarom niet aanvullend te horen vanwege het niet horen met een beëdigde tolk. De beroepsgrond slaagt niet. Heeft verweerder het tweede relevante element ongeloofwaardig kunnen vinden? 4.9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eisers verklaringen over de vervolging en de aanslagen door de Russische maffia ongeloofwaardig kunnen vinden. Eiser heeft verklaard dat hij mede-eigenaar was van een groothandel in fruit, en dat hij een schadeclaim kreeg, als gevolg waarvan de problemen met de maffia ontstonden. Verweerder heeft van eiser kunnen verwachten dat hij dit in elk geval op onderdelen met documenten kon onderbouwen (bijvoorbeeld met de schadeclaim of een uittreksel uit het handelsregister). Eiser stelt dat het niet mogelijk is gebleken om documenten uit Azerbeidzjan te verkrijgen, maar verweerder heeft hem kunnen tegenwerpen dat hij zijn inspanningen hiertoe niet heeft onderbouwd. Het hoeven ook geen documenten te zijn die alleen bij de politie of de autoriteiten op te vragen zijn, zodat de rechtbank niet meegaat in eisers stelling dat het te gevaarlijk is om dit te doen. 4.10. Daarnaast heeft verweerder kunnen stellen dat eiser zijn asielrelaas ook niet met zijn verklaringen aannemelijk heeft weten te maken. Verweerder hem in dat kader bijvoorbeeld kunnen tegenwerpen dat hij over de oorzaak van zijn problemen vaag en summier verklaart. Eiser heeft niet duidelijk kunnen maken waarom zijn groothandel voor de schade van de verrotte partij mandarijnen moest opdraaien of waarom de schuld aan zijn partners moest worden betaald in plaats van (zoals hij eerst verklaarde) aan de leverancier. Ook blijft in het midden waarom er een meningsverschil ontstond tussen hem en zijn zakenpartners over wie wat zou moeten betalen, waarom hij 35.000 dollar heeft betaald, en aan wie hij dit heeft betaald. Dat verweerder onvoldoende heeft doorgevraagd, volgt de rechtbank niet. Daarvoor verwijst de rechtbank naar (bijvoorbeeld) pagina’s 6 en 7 van het nader gehoor. Verweerder heeft eiser ook inconsistenties in zijn relaas kunnen tegenwerpen, zoals over het schietincident in Baku en zijn verblijfplaats in de periode 2014-2018. Ook heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser vaag en summier heeft verklaard over de vervolging door de Russische maffia. 4.11. De rechtbank vindt ook niet, zoals eiser aanvoert, dat verweerder ten onrechte voorbij is gegaan aan de correcties en aanvullingen uit de zienswijze. Uitgangspunt is dat het aan de vreemdeling is om zijn relaas aannemelijk te maken aan de hand van individualiseerbare, concrete en consistente verklaringen. Dit moet hoofdzakelijk gebeuren tijdens de gehoren. Aan de verklaringen die zijn afgelegd tijdens het nader gehoor mag verweerder veel waarde hechten. Hetzelfde geldt voor verklaringen die in de correcties en aanvullingen naar voren worden gebracht, maar deze verklaringen moeten wel daadwerkelijk de verklaringen uit de gehoren corrigeren of aanvullen. Aan in de correcties en aanvullingen of in de zienswijze naar voren gebrachte volledig nieuwe (of andere) inhoudelijke verklaringen mag verweerder minder waarde hechten als niet deugdelijk wordt uitgelegd waarom deze verklaringen niet tijdens de gehoren naar voren zijn gebracht. Dit laatste volgt bijvoorbeeld uit de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2538. Verweerder heeft gemotiveerd waarom eisers asielrelaas ongeloofwaardig wordt geacht en heeft daarbij de zienswijze en de correcties en aanvullingen van eiser in aanmerking genomen. Eiser heeft niet uitgelegd waarom hij de nieuwe verklaringen die in de zienswijze staan, niet tijdens het nader gehoor naar voren heeft gebracht. 4.12. De persoonlijke omstandigheden van eiser ten tijde van de gehoren maken niet dat eiser niet gehoord had kunnen worden, nader gehoord had moeten worden of dat verweerder bovengenoemde zaken niet heeft mogen tegenwerpen. De vader van eiser is op 25 september 2022 - tussen het aanmeldgehoor en het nader gehoor - overleden. Op 12 november 2022 heeft eiser MediFirst bezocht. Hoewel het rapport van MediFirst niet in het dossier zat ten tijde van het bestreden besluit, heeft verweerder zich er wel op kunnen baseren omdat verweerder bij het nemen van het besluit wel al over het rapport beschikte. In het advies van MediFirst staat dat er geen beperkingen zijn voor het horen van eiser en voor het beslissen en wordt het overlijden van de vader niet genoemd. Ook is voorafgaand aan het nader gehoor van 6 december 2022 aan eiser gevraagd of hij zich geestelijk en fysiek in staat voelde om het gehoor te laten plaatsvinden, waarop hij heeft geantwoord dat dat zo was. Hoewel eiser daarbij ook heeft gezegd dat hij moeite had om te slapen en te concentreren door het overlijden van zijn vader, volgt uit het verdere verloop van het gehoor niet dat eiser door concentratieproblemen moeilijkheden heeft ervaren bij het beantwoorden van de gestelde vragen. Ook heeft eiser geen gebruik gemaakt van de door de hoormedewerker geboden mogelijkheid om extra pauzes te vragen mocht dat nodig zijn. De rechtbank volgt eiser dan ook niet in zijn standpunt dat zijn medische omstandigheden onvoldoende zijn betrokken of dat hij tot een kwetsbare groep in de zin van WI 2021/9 behoorde zodat extra procedurele waarborgen gegeven hadden moeten worden. 4.13. De beroepsgronden slagen niet. Verweerder hoeft eiser niet aanvullend te horen. Verweerder heeft het tweede relevante element ongeloofwaardig kunnen vinden. Conclusie en gevolgen 5. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, rechter, in aanwezigheid van E. van den Doel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...