Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2024:15836

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2024-10-01
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL24.27809
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
4.349 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asielaanvraag, vrijwillig vertrek met IOM naar Moldavië, het beroep is niet-ontvankelijk voor zover dat is gericht tegen de afwijzing van de asielaanvraag, het beroep is ongegrond voor zover dat is gericht tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.27809 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R. Akkaya), en de minister van Asiel en Migratie , voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. K. Kanters). Procesverloop Bij besluit van 5 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 18 september 2024 op zitting behandeld in Breda, gelijktijdig met het beroep in de zaak met zaaknummer NL24.27808. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. De gemachtigde van eiseres heeft zich afgemeld voor de zitting. Eiseres is zonder bericht niet verschenen. Overwegingen 1. De rechtbank beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van het beroep. 2. Verweerder heeft op 16 september 2024 een vertrekverklaring overgelegd, waaruit blijkt dat eiseres op 10 september 2024 met hulp van de IOM Nederland naar Moldavië is vertrokken. De verklaring is ondertekend door eiseres. Daarmee verklaart zij dat zij Nederland vrijwillig verlaat en dat zij ermee instemt dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd. 3. Het beroep is naar aanleiding van de vertrekverklaring niet ingetrokken. De rechtbank leidt uit de vertrekverklaring, in combinatie met het feit dat eiseres vrijwillig naar Moldavië is vertrokken, af dat eiseres geen aanspraak meer wenst te maken op een verblijfsvergunning asiel. Eiseres heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. Het beroep is in zoverre niet-ontvankelijk. 4. Eiseres heeft met het bestreden besluit ook een terugkeerbesluit en een inreisverbod gekregen. In de vertrekverklaring is uitdrukkelijk vermeld dat procedures tegen een terugkeerbesluit en inreisverbod zijn uitgezonderd van de verklaring. Eiseres heeft dus met de vertrekverklaring niet ingestemd met het beëindigen van het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod. Eiseres heeft Nederland echter wel vrijwillig verlaten. Daarmee is het terugkeerbesluit uitgewerkt. Aangenomen al dat eiseres desondanks nog procesbelang heeft bij haar beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod, geldt dat eiseres geen zelfstandige beroepsgronden heeft aangevoerd tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod, zodat er geen grond bestaat voor het oordeel dat verweerder ten onrechte tegen eiseres een terugkeerbesluit heeft uitgevaardigd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar heeft opgelegd. Het beroep is in zoverre ongegrond. 5. Het beroep is niet-ontvankelijk voor zover dat is gericht tegen de afwijzing van eisers asielaanvraag. Het beroep is ongegrond voor zover dat is gericht tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod. 6. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank:  verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover dat is gericht tegen de afwijzing van de asielaanvraag;  verklaart het beroep ongegrond voor zover dat is gericht tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod. Deze uitspraak is gedaan op 1 oktober 2024 door mr. S. Hindriks, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Internationale Organisatie voor Migratie

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...