Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2024:13882

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2024-08-29
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL23.27388
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
ja
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.736 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Oekraïne, derdelanders, Tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG, besluit ingetrokken, verwijzing naar nieuw besluit, Er zijn geen aanknopingspunten dat er een nieuw besluit is genomen voor de intrekking van het bestreden besluit. Dit valt niet af te leiden uit de overgelegde stukken, beroep niet-ontvankelijk, PKV toegewezen.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.27388 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.I.T. Sopacua), en de minister van Asiel en Migratie , voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Inleiding In het besluit van 17 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres meegedeeld dat haar tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG eindigt. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij brief van 27 februari 2024 heeft verweerder meegedeeld dat hij het bestreden besluit heeft ingetrokken. Eiseres heeft desgevraagd meegedeeld dat zij het beroep handhaaft. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Beoordeling door de rechtbank 1. Er kan op een beroep worden beslist zonder een zitting te houden als sprake is van een kennelijke uitkomst. Dat betekent dat de uitkomst op voorhand buiten redelijke twijfel staat. Dit staat in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Deze situatie doet zich hier voor gelet op het volgende. 2. Eiseres voert aan dat zij nog een belang heeft bij het voortzetten van dit beroep, ondanks dat het bestreden besluit waarop dit beroep betrekking heeft door verweerder is ingetrokken. De meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats heeft echter in de uitspraak van 16 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5415, al geoordeeld dat dit niet kan worden gevolgd. 3. Het bepaalde in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb maakt dit niet anders. Daarin staat dat een beroep van rechtswege mede betrekking heeft op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit. Dit ziet niet op de situatie zoals die van eiseres. Er zijn geen aanknopingspunten dat er een nieuw besluit is genomen voor de intrekking van het bestreden besluit. Dit valt niet af te leiden uit de overgelegde stukken, zodat deze grond niet slaagt. 4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. 5. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:32, volgt dat het beroep op het moment van instellen terecht was. Daarom veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten ter hoogte van € 875 (achthonderdvijfenzeventig euro). Deze uitspraak is gedaan op 29 augustus 2024 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...