Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2023:20919

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2023-10-26
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL23.31046
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
ja
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.267 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Proceskostenveroordeling na intrekken besluit.

05Kern

Materiële kern

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.31046 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Khalaf), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid , verweerder (gemachtigde: mr. H. Toonders). Procesverloop In het besluit van 25 september 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard, omdat Mauritanië voor eiser als veilig derde land kan worden beschouwd. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. In het besluit van 12 oktober 2023 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een apart verzoek ingediend om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Verweerder heeft zich hiertegen niet verzet. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. 2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. 3. De rechtbank overweegt dat verzoeker het beroep heeft ingetrokken. Dit heeft verzoeker gedaan nadat verweerder het bestreden besluit had ingetrokken. In zoverre is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker. Hierin ligt aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt om het beroep in te dienen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens - Kleijn, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 26 oktober 2023 Documentcode: [documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...