Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2023:18275

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2023-11-22
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL23.24158
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
1.968 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Buitenbehandelingstelling asielaanvraag, derdelanders Oekraïne, artikel 3.45b, eerste lid, van het VV en paragraaf C2/8 van de Vc, WI 2022/17 (Richtlijn tijdelijke bescherming Oekraïne en asielprocedure), gegrond.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.24158 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. A. Kortrijk), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop In het besluit van 17 augustus 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker buiten behandeling gesteld. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.24157, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. 2. In de uitkomst van het beroep ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 837 bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld). Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af; - veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 837 (achthonderdzevenendertig euro). Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open .

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...