Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2021:13097

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2021-11-23
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL21.5568
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
4.498 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asielaanvraag – mishandelingen door ex-partner – geen reëel risico op ernstige schade - ongegrond

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.5568 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiseres V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. L.S.Th.H. Ruijters), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Visschers). Procesverloop Bij besluit van 16 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.5567, op 27 oktober 2021 op zitting behandeld in Breda. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen V. Duivesteijn. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens waren aanwezig S. Kowsari, als toeschouwer namens verweerder, en [Naam 2], de partner van de zus van eiseres. Overwegingen 1. Eiseres is geboren op [Geboortedatum] en bezit de Colombiaanse nationaliteit. 2. Op 31 juli 2019 heeft eiseres samen met haar zus een asielaanvraag ingediend in Nederland. Hieraan heeft zij ten grondslag gelegd dat zij in Colombia zowel mentaal als fysiek is mishandeld door haar ex-partner. Eiseres vreest bij terugkeer naar Colombia te worden vermoord door haar ex-partner. 3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder acht de gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig, evenals de verklaringen van eiseres over de mishandelingen door haar ex-partner. Op grond hiervan komt eiseres echter niet voor de gevraagde verblijfsvergunning in aanmerking, omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Verweerder heeft daartoe overwogen dat eiseres zonder problemen tweemaal vanuit Europa is teruggekeerd naar Colombia en ook tweemaal bij aankomst in Nederland geen reden heeft gezien om asiel aan te vragen. 4. Eiseres voert daartegen aan dat niet valt in te zien waarom de dreiging van haar ex-partner om haar te vermoorden niet reëel zou zijn, terwijl wel geloofwaardig is geacht dat zij te maken heeft gehad met huiselijk geweld. Daarnaast voert eiseres aan dat zij afdoende heeft uitgelegd waarom zij niet direct bij aankomst in Nederland een asielaanvraag heeft ingediend en is teruggekeerd naar Colombia. De rechtbank oordeelt als volgt. 5. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Colombia een reëel risico loopt op ernstige schade. Daarbij heeft verweerder terecht betrokken dat eiseres nadat de mishandelingen hebben plaatsgevonden tweemaal naar Europa is gereisd en ook tweemaal weer is teruggekeerd naar Colombia. Na terugkeer heeft eiseres geen problemen ervaren, terwijl zij naar haar eigen familie is teruggekeerd en niet is ondergedoken. Ook heeft eiseres bij aankomst in Nederland tot twee keer toe geen aanleiding gezien om een asielaanvraag in te dienen. Na de laatste binnenkomst in Nederland in mei 2019 heeft eiseres tot 31 juli 2019 gewacht met het indienen van een asielaanvraag. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat deze omstandigheden afbreuk doen aan de gestelde vrees van eiseres. De stelling van eiseres dat zij is teruggekeerd naar Colombia omdat zij haar zus wilde volgen van wie zij volledig afhankelijk is, doet aan de hiervoor genoemde tegenwerpingen niets af. Verweerder heeft van eiseres mogen verwachten dat zij direct een asielaanvraag in zou dienen indien zij daadwerkelijk een reëel risico loopt in Colombia. 6. Het beroep is ongegrond. 7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr.W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...